11 jaar geleden

Levenswoorden in het boek Handelingen (16)

Handelingen 5:20

Les 16 (2006/2007)

… een zekere Jezus, die gestorven is, van wie Paulus zegt dat Hij leeft …” (Handelingen 25:19).

… de Christus moest lijden en als eerste door de opstanding van de doden een licht zou verkondigen zowel aan het volk als aan de volken” (Handelingen 26:23).

 

Beste cursist,

In les 15 zagen we Paulus voor stadhouder Felix staan. Nu lezen we zijn getuigenis voor stadhouder Festus en voor koning Agrippa.. Wat was een stadhouder? Wij zouden zeggen: een gouverneur, dat is een vertegenwoordiger van een centraal gezag (Rome) in een onderworpen gebied (Palestina). Agrippa was koning. Hij stond aan het hoofd van het Joodse volk. Het belangrijkste verschil tussen de macht van de stadhouders en de koningen was dat de gouverneurs de (Romeinse) militaire macht hadden; de koningen hadden geen militaire macht. De Herodiaanse koningen hadden wel politieke en culturele invloed; ze waren echter volledig onderworpen aan de Romeinse keizer. Agrippa en Bernice komen misschien sympathiek over, maar we mogen ons niet laten misleiden. Zij zijn broer en zus, die met pracht en praal als paar optreden (Handelingen 26:23). Agrippa was kroondrager in een ontaard, boos koningshuis. Hij was achterkleinzoon van Herodes de Grote (ten tijde van de geboorte van de Heere Jezus). Deze Herodes familie schrok voor geen moord of overspel terug in hun machtsstreven. Zelfs de eigen zonen en broers werden niet gespaard. Gods Woord moet enkele van hun boze daden noemen: de kindermoord te Bethlehem, overspel van Herodias, moord op (prins) Filippus, op Johannes de Doper, op de apostel Jakobus).

Tegenover het schijnbaar almachtige Romeinse Rijk, het perverse Edomitische koningshuis, en de haat van de erkende Joodse godsdienst leidt Gods prille Gemeente verdrukking. Tegen deze achtergrond wordt Paulus berecht. Wat zal er van Gods getuigenis op aarde worden?

 

Lees Handelingen 25:1-6 en verder Mattheüs 27:19; Handelingen 12:21-23; Handelingen 18:12-17.

Vraag 1a:

Over welke plaats wordt in deze vier Schriftgedeelten gesproken?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1b:

Hoe vaak is in deze vier Schriftgedeelten sprake van rechtvaardige rechtspraak?

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Lees Romeinen 14:10; 2 Korinthe 5:10.

Vraag 1c:

Over welke plaats wordt in deze Schriftgedeelten gesproken?

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Lees Mattheüs 25:31.

Vraag 1d:

Hoe heet de troon die hier voorkomt? ………………………………………………

 

Lees Openbaring 20:11.

Vraag 1e:

Hoe heet de troon die hier voorkomt? ……………………………………………………

Ernstige gedachte: Volstrekt, boosaardig falen van de mens in de menselijke rechtspraak. Volmaakte beoordeling voor de Rechterstoel van Christus. Goddelijk recht voor de Troon van de Zoon des mensen en voor de Grote Witte Troon van God

 

Lees Handelingen 25:7-11.

Vraag 2:

Wat kon op Paulus zijn handel en wandel worden aangemerkt?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Les! God waardeert het ten zeerste als wij in alles een voorbeeld van goede werken tonen (Titus 2:7-8).

 

Lees Handelingen 25:12 en Mattheüs 27:42a, Markus 15:5. Lukas 23:9, Johannes 19:16.

Vraag 3a.

Welke uitweg was er voor Paulus, althans op dit moment?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 3b:

Kon er naar de mens gesproken een uitweg voor de Heere Jezus zijn (Mattheüs 26:53)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 3c:

Waarom liet Hij Zich tóch kruisigen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 4a:

Had de Jood kennis van de opstanding (lees Daniël 12:13)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 4b:

Geloofde de Jood daarin (lees Johannes 11:24)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Lees Handelingen 25:13-27 en Handelingen 26:6-8 en Handelingen 26:23.

Vraag 4c:

Wat weigerden de ongelovige Joden (maar ook Festus) te geloven in de prediking van Paulus?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Lees Mattheüs 17:2.

Vraag 5a:

Wat lezen we hier over het aangezicht van de Heere Jezus?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Lees Openbaring 1:16b.

Vraag 5b:

Wat lezen we hier over het aangezicht van de Heere Jezus?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Lees Handelingen 26;1-15.

Vraag 5c:

Wat lezen we hier over de heerlijkheid van de Heere Jezus?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

De verheerlijking op de berg, en de openbaring aan de apostel Johannes op Patmos zijn profetische vergezichten. Wat een geweldige gedachte dat de heerlijkheid, die Paulus voor Damascus van de Heer Jezus zag, de heerlijkheid is, die Hij nu al bezit!

 

Lees Handelingen 26:16-18.

Vraag 6:

Kunt u ten minste vijf taken noemen die de Heere Jezus aan zijn dienstknecht geeft?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Lees Handelingen 26:19-20.

Vraag 6a:

Over welk zeer belangrijk geloofskenmerk spreekt Paulus in vers 19? (zie ook Romeinen 1:5 en 16:26)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vooral jonge mensen, bedenk dat alleen luisteren naar datgene waarmee we het eens zijn, en alleen datgene doen waarvan je de zin en redelijkheid inziet, beslist geen gehoorzaamheid is! Als je het ergens mee eens bent, hoef je niet meer te gehoorzamen. De proef van gehoorzaamheid telt juist dan als je het ergens niet mee eens bent, en het tóch van je wordt gevraagd. Dat geldt reeds als hier op aarde iemand boven ons is gesteld, hoeveel te meer dan als de grote, verheven en almachtige God ons iets opdraagt!

Vraag 6b:

Over welke zeer belangrijk bekerings- en geloofskenmerken spreekt Paulus in vers 20?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Laat niemand van ons denken dat we in het geloof kunnen volstaan met een theoretische of leerstellige weg. Waarachtig geloof en ware liefde tot de Heere Jezus zoekt altijd wegen en middelen om tot uiting te komen! Als dat ontbreekt is er géén geloof en liefde, of er is een beklagenswaardige, ziekelijke toestand ingetreden in hart, geweten en leven van een gelovige.

 

Lees Handelingen 26:21-32; Handelingen 11:26; 1 Petrus 4:16.

Vraag 7:

Een prachtige vraag uit de Heidelbergse Catechismus is: bent u/ben jij een christen, zo ja, waarom?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Fijn dat u, dat jij deze les weer heb gemaakt. Wat is de Bijbel toch een prachtig en leerrijk boek! Met recht: “Het Boek der boeken”. Vooral de persoon die daarin naar ons toekomt is zo kostbaar voor onze harten. Niet alleen voor die harten die al de Heer Jezus als Heer en Heiland hebben aangenomen. God wil ook graag dat ieder mens Hem en Zijn Zoon leert kennen. Hebt u, heb jij al je knieën voor Hem gebogen en gezegd: O God, wees mij zondaar/zondares genadig? Wel, dat wil Hij graag. Vestig dan uw geloof op de Heer Jezus dan zult u voor eeuwig gered worden en zijn!!! Als u al een kind van God bent, zou u dan de boodschap van redding en genade door het offer van de Heer Jezus Christus ook niet – met de talenten die God u/jou gegeven heeft – willen doorgeven? Hebt u, heb jij deze vraag al beantwoord?

Tot de volgende les D.V.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol