11 jaar geleden

Levenswoorden in het boek Handelingen (13)

Les 13 (2006/2007)

 

“… vergun mij tot het volk te spreken” (Handelingen 21:39b).

 

Beste cursist,

We beëindigden de vorige cursus met de derde zendingsreis van Paulus. We vervolgen onze Bijbelcursus over het boek Handelingen nu bij hoofdstuk 21:19. Paulus is teruggekeerd van zijn derde zendingsreis en ontmoet Jakobus en de oudsten van de gemeente te Jeruzalem. Paulus gaat nu een, naar de mens gesproken, moeilijke tijden tegemoet. Vanaf deze plaats in het boek Handelingen, tot het einde van het boek, is één doorlopend verslag van wat hem overkomt aan verdrukking, beproeving en gevangenschap.

Om de gebeurtenissen goed te begrijpen, moeten we even stilstaan bij de positie van de eerste Christenen. De Romeinen zagen Judea als een moeilijk te besturen provincie in een kwetsbaar deel van hun rijk.
Hoewel ze het Joodse geloof met argusogen bezagen, gunden zij de Joden godsdienstvrijheid teneinde de spanning in Judea enigszins hanteerbaar te houden. De Romeinen zagen aanvankelijk helemaal geen verschil in het Christelijk geloof en de Joodse godsdienst. In hun ogen waren de Christenen eenvoudig een lastige Joodse sekte. De Joden op hun beurt hadden niets op met de Romeinen. Hun vijandschap jegens Christus en zijn kleine kudde bleek echter nog veel intenser dan hun afkeer van de Romeinen. We zien dit op zijn “hatelijkst” als zij met de Romein Pontius Pilatus heulen om de Heere Jezus te laten kruisigen. De gemeente te Jeruzalem wist zich dus van alle zijden omringd door vijandige aardse machten.
We zien echter steeds opnieuw de trouwe en beschermende hand van de Heere. Hij waakt over Zijn Gemeente, en over Zijn dienstknecht Paulus. We zien ook dat Hij alle omstandigheden gebruikt tot Zijn eer, en om Zijn wil te volbrengen. Voor koningen, stadhouders, oversten, voor het joodse volk en voor de volken, klinkt onweerstaanbaar en onverzettelijk de oproep tot bekering, en het aanbod van Gods genade.

Handelingen 21:18-20a. Paulus doet verslag.

Vraag 1a:

Wie wordt verheerlijkt?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1b:

Op wie heeft Paulus in zijn verslag dus niet de aandacht gevestigd?

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Handelingen 21:20b-24.
Jacobus en de oudsten doen Paulus een verzoek.

Vraag 2a:

Wat vragen zij aan hem?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 2b:

Wie willen zij gunstig stemmen en wat willen zij voorkomen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Handelingen 21:26-30.

Vraag 3:

Heeft hun raad en verzoek opgeleverd wat zij verwachten?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Veel Bijbelleraars hebben overwogen of Paulus er goed aan deed of niet om te doen wat van hem gevraagd werd. De schrijver Lukas, geleid door Gods Geest, geeft geen oordeel. Wel toont Gods Woord ons hier dat het niet de goedbedoelde maatregelen zijn die de gelovigen bewaren in een boze wereld, maar dat de Heere God Zelf over ons waakt.

Vraag 4a:

Wat was er met Stefanus gebeurd (Handelingen 7)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 4b:

Wie had Jakobus laten onthoofden (Handelingen 12:1-2)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

We zien dat het allerminst vanzelfsprekend is dat de Romeinen de Christenen beschermen. Toch gebeurt dat hier. Lees Handelingen 21:31-38.

Vraag 5a:

Wat wordt aan de Romeinse overste gemeld?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 5b:

Wat denkt hij van Paulus?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

We zien dat God een misverstand in het denken van deze overste gebruikt om zijn dienstknecht Paulus te beschermen.

 

Handelingen 21:39 – Handelingen 22:21.
Paulus vraagt tot het volk te mogen spreken (zie de tekst bovenaan deze cursus).

Vraag 5c:

Wat zegt de Heere Jezus in Handelingen 23:11 over Paulus’ rede die hij hier houdt?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Lovende woorden van onze Heiland, als wij vrijmoedig van hem getuigen! De Heere merkt álles op wat in trouw en uit liefde tot Hem wordt gedaan. Ook in uw leven. Ook al gebeurde het misschien onzichtbaar, op de achtergrond van het leven. Ook u zult lofontvangen uit Zijn mond, voor wat u voor Hem deed!

De Heere waakt over Zijn geliefde en duurgekochte Gemeente. Het blijkt daaruit, dat Hij de onbekeerde Saulus verhindert om dood en verderf te zaaien in Damascus. We herkennen het echter ook in Zijn woorden.

Vraag 6:

Hoe verbindt de Heere Jezus zich met Zijn Gemeente in de verzen 7 en 8?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Handelingen 22:21-23.

De Joden horen Paulus aan, onder de indruk van zijn Hebreeuwse taal, en van het verslag van zijn Joodse opvoeding en Joodse ijver. Ongetwijfeld maakt het indruk dat juist hij, die de Christenen vervolgde, tot inkeer is gekomen. Dan zegt Paulus echter iets wat de Joden persé niet willen horen.

Vraag 7:

Wat wekt hun woede op?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Opnieuw moet de overste ingrijpen. De Romeinen hebben het voornemen Paulus te geselen, om hem tot één of andere bekentenis te dwingen. God heeft echter lang van te voren het leven van Paulus bestuurd.

Vraag 8:

Wat staat hierover in Gal 1:15 ?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Denkt u daar wel eens aan, dat de Heere God u al kende toen u in de moederschoot werd geweven (Psalm 139:15), dat Hij álles van u weet; dat Hij in liefde heel uw leven kent en bestuurt?

 

Handelingen 22:24-29.

Vraag 9:

Welk aspect van Paulus leven wordt nu door God gebruikt om de Romeinse overste te dwingen Paulus te beschermen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

 

Handelingen 22:30 – Handelingen 23:10.

Paulus getuigt nu ook voor het Sanhedrin, de godsdienstig hooggeplaatsten van het Joodse volk; anders dus dan voor het volk van Jeruzalem, zoals in hoofdstuk 22.

Vraag 10a:

Hoe noemen de leden van het Sanhedrin hun leider (vers 4)? .

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 10b:

Hoe noemt Paulus hem? Welk ogenschijnlijk klein, maar zeer belangrijk verschil is er met de uitdrukking in vers 4?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 11:

Als we het handelen van Paulus, hier in de verzen 1-5, vergelijken met het handelen van onze Heere Jezus in Johannes 18:22-23, wat valt ons dan op?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Laten we nooit vergeten: Hoe groot een dienstknecht van God of een dienst voor Hem ook lijkt, er is Eén die ver boven allen en alles gaat, Wiens werk onschatbaar is en onvergelijkbaar groot in liefde en heerlijkheid.

Tot de volgende les maar weer!

Er staan nog meer cursussen in Frisse Wateren. Ik nodig u van harte uit deze te volgen en daardoor uw geloof “op te frissen”.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol