7 maanden geleden

Langs de afgrond rijden?

Bijbelverzen: Efeze 5:10,17; Filippi 1:10; Kolosse 1:9,10; Romeinen 12:2.

Een rijk landheer moest een nieuwe koetsier aanstellen. Op de dag dat de beslissing over de nieuwe koetsier werd genomen, waren verschillende koetsiers op het landgoed gearriveerd. Aan elk van de koetsiers werd dezelfde vraag gesteld: “Hoe zeker kun je me langs een smal bergpad rijden?” De eerste koetsier kon veilig tot een meter langs de rand van het ravijn rijden. De tweede koetsier zelfs tot slechts een halve meter en zo ging het verder. Elk van de volgende koetsiers zou nog dichter langs de rand kunnen rijden. Eindelijk kwam de laatste koetsier en hem werd dezelfde vraag gesteld. Hij antwoordde: “Ik rijd altijd zo ver mogelijk van de rand af!” Hij kreeg de aanstelling.

De Bijbel vertelt ons in veel opzichten de wil van God. Deze wil is duidelijk herkenbaar en we moeten allen ijverig moeite doen om het te herkennen. “Weest daarom niet onverstandig, maar verstaat wat de wil van de Heer is” (Ef. 5:17). De apostel Paulus bad voor de Kolossenzen dat zij “vervuld mochten worden met de kennis van Zijn wil” (Kol. 1:9). Het Griekse woord, wat hier wordt gebruikt voor “vervuld worden” (pleroo), betekent een volkomen vervuld zijn, zoals een beker die tot de rand gevuld is. Hij die zo “vervuld” is, kan de Heer waardig wandelen tot al Zijn welbehagen (Kol. 1:10). Overigens komt dit besef niet zomaar bij ons “aangevlogen”. Om dit te bereiken, is het noodzakelijk om de Bijbel met gebed en met open ogen te lezen.

Het leven van een Israëliet werd tot in het kleinste detail door de wet geregeld. Hij kon tamelijk nauwkeurig weten wat hij wel en wat hij niet mocht. Voor ons, die onder de genade en niet onder de wet leven, is dat anders. We hebben “vrije ruimten” waarvoor de Bijbel ons niet vertelt, wat we moeten doen. Zij schrijft ons niet voor welke auto of welke kleding we mogen kopen. Ook niet waar we onze vakantie moeten doorbrengen. En toch kunnen we ons volgens de wil van God in het dagelijks leven naar behoren gedragen.

Uit Romeinen 12 vers 2 kunnen we leren om te beproeven “wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is”. Ook Efeze 5 vers 10 nodigt ons uit te beproeven “wat de Heer welbehaaglijk is”, of “wat het beste is” (Fil 1:10). Zulk een ernstig beproeven zal ons sommige Mag-ik-dit-of-dat-doen? of Kan-ik-daarheen-of-daarheen-gaan-vragen beantwoorden. Hiermee wordt voorkomen dat we steeds in grijze gebieden of zelfs in gevaarlijke zones terechtkomen. We willen niet, zoals de vele koetsiers, proberen wat er nog meer mogelijk is, maar, net als de laatste koetsier, om het kwaad te vermijden, altijd vragen: “Wat wil U, Heer, wat ik doen zal?”

Online in het Duits sinds 02.05.2010.

Friedemann Werkshage, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol