11 maanden geleden

Kolosse 1 vers 11

Met alle kracht bekrachtigd, naar de sterkte van Zijn heerlijkheid, tot alle volharding en lankmoedigheid, met blijdschap, terwijl u de Vader dankt … .

God verbindt aan de zegen die Hij ons in de Heer Jezus heeft geschonken, ook bepaalde verwachtingen. Hij wil dat aan ons gezien wordt, wat het inhoudt om Zijn kind te zijn. Hij geeft ons de kracht daarvoor, want die kan nooit uit onszelf komen.

Daarom bad de apostel Paulus, dat de Kolossers deze kracht rijkelijk zouden bezitten, opdat zij volharding en lankmoedigheid “met blijdschap” bewijzen zouden.

Het komt er niet alleen  op aan, op wat men doet, maar ook hoe men het doet. Dit geldt al onder mensen, hoeveel te meer dan ten opzichte van God. Het is de beweegreden, die aan het handelen, zijn zedelijke waarde verleend. Volharding en lankmoedigheid zijn noodzakelijke deugden en hoe goed is het als zij überhaupt aanwezig zijn. Maar hoe wordt God erdoor verheerlijkt, als zij met blijdschap, en niet enkel uit plichtsgevoel worden uitgeoefend!

Voor de Filippiërs bad de apostel “met blijdschap” (Fil. 1:4).
Dat lag zeker ook aan de goede innerlijke  toestand van de Filippiërs, maar de diepe geestelijke interesse van de apostel, en zijn hartelijke toegenegenheid, verleenden aan het gebed een bijzondere nadruk, en maakten het kostbaar voor God.

Wij hebben zeker allen de wens om de wil van God te doen, maar tegen de slaven in Efeze wordt gezegd, dat ze deze wil “van harte” doen zouden. “Ogendienst” als beweegreden zou voor God alles hebben verdorven; daarom zouden ze niet hun heren voor ogen hebben, maar zich als “slaven van Christus” openbaren (Ef. 6:6).

Tenslotte hebben wij allemaal al wel het woord gehoord: “Want God heeft een blijmoedige gever lief” (2 Kor. 9:7). Ja, wie zou God uit een morrend hart iets willen aanbieden? Laten wij steeds aan Zijn liefde denken en aan de “onuitsprekelijke Gave”, die Hij voor ons gegeven heeft!

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol