10 jaar geleden

Jong zijn – en toch een voorbeeld!

Hoe moet ik als jonge Christen – maar zeer zeker óók als oudere Christen – een voorbeeld ‘van de gelovigen’ zijn? Dat is toch onmogelijk! Werkelijk? Dat geloof ik niet! Uit onze eigen kracht redden wij dat natuurlijk niet. Zulke pogingen zijn altijd tot mislukken gedoemd. Maar met de hulp van de Heer is het toch mogelijk. Hijzelf overigens is voor zo’n leven het enige volmaakte en juiste Voorbeeld. Toen Hij op aarde was, heeft Hij tegen Zijn discipelen gezegd: “Leert van Mij”. Wanneer wij deze maatstaf bereiken willen, dan moeten wij een heel nauw contact met onze Heer houden …

Met deze opdracht wordt een jonge man in de Bijbel geconfronteerd – en hij heeft deze aangenomen. Het was Timotheüs, de medearbeider van de apostel Paulus. Tot hem werd gezegd:

“Laat niemand je jeugdige leeftijd verachten, maar wees een voorbeeld voor [van] de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof, in reinheid” (1 Timotheüs 4:12).

Deze opdracht geldt ook voor ons – voor jou en mij. Ook wanneer we geen bijzondere opdracht hebben zoals Timotheüs, toch kunnen en moeten wij toch allemaal een voorbeeld voor de gelovigen zijn, onafhankelijk van leeftijd of geslacht.

Een jonge man

Timotheüs wordt in ons vers tot “de jongeren” gerekend. Vanuit welk perspectief wij ook iemand bekijken, treffen wij hem of jong of oud aan. Nu, een ding is duidelijk: een teenager was Timotheüs niet meer, een oude broeder echter ook nog niet. Onder het Romeinse recht rekende men iemand tot de jeugd, wanneer hij nog de leeftijd had dat hij militair dienstplichtig was, en dat was tot een leeftijd van 40 jaar. Men schat dat Timotheüs misschien 35 jaaar oud was, toen Paulus hem schreef.

Toch is de verwijzing naar Timotheüs voor ons allen belangrijk, of wij nu teenager zijn, of ons tot de twenty’s rekenen moeten, of langzamerhand op de middelbare leeftijd afstevenen, of deze al overschreden hebben. We moeten ons zo gedragen, zodat niemand reden heeft ons met de vingers na te wijzen. En dat doen wij als wij een voorbeeld voor de gelovigen zijn.

Een voorbeeld van gelovigen

Timotheüs moest ondanks zijn relatief jonge leeftijd anderen de juiste weg wijzen. Dat kon hij alleen doen, wanneer hijzelf een weg ging, waarop anderen hem volgen konden. Mensen, die hem zagen, moesten in zijn gedrag iets zien wat men van een gelovige verwachten kon. Zo kon hij verhinderen dat anderen terecht met verachting op hem neerzagen.

Wie de Heer Jezus als zijn persoonlijke Redder in geloof aangenomen heeft, is een gelovige. Een gelovige is echter ook iemand die in zijn leven op de Heer Jezus vertrouwd. Iemand die zijn leven niet in zijn eigen hamden neemt en volgens het motto leeft: “Dat red ik allen wel”. Gelovig zijn drukt dus ook iets van het vertrouwen uit, dat wij op onze Heer stellen.

Van zo’n persoon, die “gelovig” is, kan men iets anders verwachten, als van iemand die de Heer Jezus niet kent. En precies daarop doelt de aanwijzing van de apostel Paulus voor Timotheüs. Hij moest in zijn leven een “voorbeeld” (een “beeld”, een “model”) zijn van dat, wat men van een gelovige verwacht1.

Een hoge maatstaf

Misschien denk je nu: Maar dat is wel een heel hoge maatstaf. Hoe moet ik als jonge Christen een voorbeeld van de gelovigen zijn? Dat is toch onmogelijk! Werkelijk? Dat geloof ik niet! Uit onze eigen kracht redden wij dat natuurlijk niet. Zulke pogingen zijn altijd tot mislukken gedoemd. Maar met de hulp van de Heer is het toch mogelijk. Hijzelf overigens is voor zo’n leven het volmaakte en juiste Voorbeeld. Toen Hij op aarde was, heeft Hij Zijn tegen discipelen gezegd: “Leert van Mij” (Mattheüs 12:29). Wanneer wij deze – toegegeven hoge – maatstaf bereiken willen, dan moeten wij een heel nauw contact met onze Heer houden. We moeten zien hoe Hij geleefd heeft, hoe Hij gewerkt heeft, hoe Hij gesproken heeft, hoe Hij gereageerd heeft enzovoorts. Alleen vanuit de gemeenschap met Hem kunnen wij een voorbeeld van de gelovigen zijn.

In bijzonderheden

Nu wordt het concreet. Paulus noemt vijf punten op, die het in zich hebben. Aan het begin staan “woord” en “wandel”. Daarmee wordt eigenlijk het hele leven van een Christen beschreven, zo als men het naar buiten herkennen kan. We zouden ook kunnen zeggen: Het gaat om ons spreken en ons doen. Daarna worden drie verdere eigenschappen genoemd, die men weliswaar niet op het eerste oog van buiten af herkennen kan, maar die toch in het leven van een mens vruchten dragen zullen.

In woord: Daarmee wordt ons openbare en privé spreken bedoeld. Het gaat heel concreet daarom, wat wij overdag zo van ons geven. Een Christen zou anders moeten spreken als de mesnen om ons heen. Vele bijbelplaatsen in het oude- en nieuwe testament roepen ons op, voorzichtig met onze mond te zijn. Jakobus gebruikt bijna een heel hoofdstuk aan dit belangrijke thema (leest u maar Jakobus 3 in alle rust door). Veel in ons leven kunnen wij ongedaan maken. Een onbedacht gesproken woord echter niet! Daarover moeten wij inderdaad nadenken.In wandel: Met dit in het algemene spraakgebruik niet meer zo gangbare woord beschrijft de bijbel onze totale levensstijl, de manier waarop wij leven en hoe wij ons gedragen. Daarbij gaat het zowel om het openlijke gedrag als om het privé/persoonlijke gebied. Onze wandel moet met de waarde van onze roeping overeenkomen (lees Efze 4:1). Het moet met de waarde van onze Heer overeenkomen (lees Kolosse 1:10). En onze wandel moet met de waarde van onze God overeenstemmen (lees 1 Thessalonika 2:12). [‘waardig’ onze roeping, ‘waardig’ onze Heer en ‘waardig’ onze God zijn]In liefde: Nu gaat het om ons motief van ons spreken en doen. De liefde van God is uitgestort in onze harten. Wij verblijden ons erover, dat God ons liefheeft. Maar werkt die liefde ook in ons? Motiveert zij ons? Handelen en spreken wij, omdat wij onze mede-brusters liefhebben? In 1 Korinthe 13 neemt de apostel Paulus veel tijd, om over de liefde te schrijven (lees ook dit hoofdstuk in alle rust en met gebed). De Heer Jezus heeft altijd uit liefde gehandeld, en van Hem mogen en moeten wij leren.In geloof: Paulus spreekt nu niet van geloof dat ons redt, maar van het vertrouwen dat wij in ons dagelijks leven in de Heer Jezus hebben. Dit vertrouwen kan men natuurlijk niet zo maar zien, maar het uit zich in onze reacties op onverwachte en misschien ook onaangename dingen, die ons dagelijks kunnen overkomen (ziekte, moeilijkheden op school, problemen op het werk, computerstoring, autoongeval enzovoorts). Zijn wij gemakkelijk van ons stuk te brengen? Verliezen wij direct de moed? Of bewijzen we door onze reactie dat we deze dingen samen met onze Heer bespreken en proberen we ze uit Zijn hand aan te nemen?In reinheid: Het verband maakt duidelijk, dat het hier niet – in ieder geval niet in de eerste plaats en uitsluitend – om het vermijden van zonde gaat. Natuurlijk wil God graag dat wij – juist ook wanneeer we jong zijn – onze weg in reineid gaan en ons voor elke verontreiniging door zonde hoeden. Maar op deze plaats gaat het verder. Bedoeld wordt de zuiverheid van de motieven van ons spreken en ons handelen. Reinheid toont ook de echtheid en oprechtheid van liefde en geloof. Wat wij ook doen, het moet uit zuivere en reine motieven gebeuren en niet met de een of andere kromme achterliggende gedachte verbonden zijn.

Het bijbelwoord waarmee wij ons nu bezig hebben gehouden is zo’n 2000 jaar oud. Heeft het aan actualiteit verloren? Neen! Wat toen aan Timotheüs gezegd werd, geldt ook voor ons vandaag: voor jou en mij. Willen wij de oproep zoals Timotheüs aannemen en een voorbeeld van de gelovigen zijn? Het loont zich allemaal!

“Waarmee zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord” (Psalm 119:9).

NOOT:

1. Het betekent in de bijbeltekst niet “wees een voorbeeld voor de gelovigen”, maar “wees een voorbeeld van de gelovigen”. Hij moest om zoo te zeggen een “modelgelovige” zijn. Wie dat is, is natuurlijk automatisch ook een voorbeeld voor de gelovigen, maar dat schijnt hier niet de hoofdgedachte te zijn.

Ernst August Bremischer, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol