11 jaar geleden

Jezus Christus, de getrouwe en waarachtige getuige … (vervolg)

Zoals in de andere zes zogenaamde zendbrieven in Openbaring 2 en 3 heeft de manier waarop Christus zich aan de toenmalige gemeente voorstelt, een grote betekenis. Aan de ene kant openbaart Hij daarmee Zijn persoonlijke heerlijkheden, aan de andere kant echter wordt daardoor duidelijk, waarin de toenmalige gemeente in het bijzonder gefaald heeft. Bij de overdenking van de afzonderlijke titels wordt ons dit zeker duidelijk. We vervolgen met het 2e deel van: “de trouwe en waarachtige getuige” …

Deel 2

Consequent – ondanks beproevingen en lijden

Enkele gebeurtenissen uit het leven van de Heer Jezus kunnen ons Zijn trouw aanschouwelijk maken:

  • Er waren bijvoorbeeld de verzoekingen door satan zelf (Lukas 4:1-13). Welk een standvastigheid en gehoorzaamheid openbaart Jezus hier.
  • Laten gebruikt satan dan één van de discipelen – Petrus – om Hem, indien mogelijk, van de weg van het lijden af te houden. Maar Jezus doorgrondt deze verzoeking van satan. Zij antwoord laat daarover geen twijfel, dat Hij op deze weg tot verheerlijking van God verder zou gaan (Mattheüs 16:21-23).
  • Of laten wij de houding van Jezus overdenken, toen de leiders van het volk Israël probeerden “om Hem in een woord te verstrikken”. Hoewel zij zich anders voordeden dan ze waren en hun ware bedoelingen door vleierij trachtten te verdoezelen, herkende de Heer hun bedoelingen en antwoordde hen zo, dat ze wel zwijgen moesten (zie bijvoorbeeld Mattheüs 22:15-46.
  • Ook in de “worstelende strijd” van onze Heer in Gethsémané openbaart Hij juist in deze ogenblikken Zijn absolute gehoorzaamheid. Toen het lijden van het verzoeningswerk, in het bijzonder het van God verlaten zijn, zo groot voor Zijn ziel stond, zegt Hij: “Echter niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt” (Mattheüs 26:39). En Markus betuigt: “Maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt” (Markus 14:36).
  • Enkele uren later staat Jezus voor het Sanhedrin. Over al de onrechtvaardige beschuldigingen zwijgt Hij. Als de hogepriester Hem echter onder ede stelt en het nu erom gaat aan de wet te voldoen en de waarheid over Hem Zelf als de Gezalfde van God te betuigen – dan opent Hij Zijn mond tot een onweerlegbaar getuigenis (Mattheüs 26:60-64).
  • Tenslotte richten wij onze blik naar Golgotha. Als misdadiger veroordeeld, hangt Jezus daar aan het kruis en werd aan de schaamteloze blikken van allen “die waren samengekomen voor dit schouwspel” (Lukas 23:48) blootgesteld. Zwijgend laat Hij de boosaardige hoon- en spottaal over Zich heengaan. Maar in plaats van het kruis af te komen en het lot van de spotters te bezegelen, bekroont Hij zelf Zijn weg van trouwe en volkomen gehoorzaamheid met Zijn eigen dood.

De waarachtige getuige

Jezus was en is in Zichzelf waarachtig. Zelfs Zijn vijanden, de leiders van het volk Israël, moesten dat erkennen: “Meester, wij weten dat U waarachtig bent en de weg van God in waaheid leert” (Mattheüs 22:16). In alles wat Hij deed of sprak, openbaarde zich deze volkomen oprechtheid, zonder enig bedrog of ook maar de schijn van onwaarheid. Daarom kon van Hem gezegd worden: “… en geen bedrog werd in Zijn mond gevonden” (1 Petrus 2:22). Ja, meer nog: Daar Christus in persoon de waarheid is (vergelijk Johannes 14:6), kon Hij van Zichzelf zeggen: “Geheel wat Ik ook tot u spreek” (Johannes 8:25).

… getuigt de goede belijdenis

Bijzonder duidelijk wordt dit, als de Heer Jezus voor Pilatus staat. Daar spreekt Hij de woorden die Paulus later in 1 Timotheüs 6:13 “de goede belijdenis” noemt. “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid zou getuigen” (Johannes 18:37). Hier op aarde, waar satan een systeem van volkomen leugen en bedrog heeft opgericht en geen mogelijkheid onbenut laat om te zorgen voor een verkeerde voorstelling van God, juist in deze wereld is de Gezondene van de hemel gekomen en heeft van de waarheid getuigd. In Zijn spreken en handelen heeft de Heer de waarheid over God, maar ook over de werkelijke toestand van de mens geopenbaard. Dat was een waarachtig getuigenis, want Hij sprak tot de wereld “wat Hij van Hem (God) gehoord had” en “ wat Hij bij Zijn Vader gezien” had (Johannes 3:32; 8:26,38). Hoe schokkend is dan aan de andere kant Zijn vaststelling in het gesprek met Nicodémus: “… en u [in het bijzonder ‘u joden’] neemt ons getuigenis niet aan” (Johannes 3:11).

“Heer, laat mij een getuige zijn”

Wanneer we daaraan denken, dat od vreugde daaraan heeft, Zijn Zoon hier op aarde als Zijn trouwe getuige te zien, zullen wij deze vreugde met onze God delenen Hem daarvoor van harte prijzen. En dat zal in ons de wens doen opkomen, aan deze Heer meer gelijkvormig te worden.
Want de overdenking van deze volmaakte Getuige moet geen moedeloosheid veroorzaken, omdat wij zien, hoever wij bij Hem achterblijven. Integendeel, zij mag ons tot meer trouw en toewijding aansporen, om van Hem door woorden en daden in onze omgeving te getuigen.

Wolfgang Kleine, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol