10 jaar geleden

Jakobus 4:17

 

Hoe meer we ons bezighouden met het Woord van God, des te meer wordt ons duidelijk wat allemaal zonde kan zijn. Immers niet de maatstaf die wij graag willen aanleggen, geldt, maar wat Gods gedachten zijn. Wanneer we daarnaar vragen, zal ons gedrag op bepaalde levensterreinen, waarover we tot dusver misschien weinig nadachten, veranderen.

Laten we eens denken aan het bidden. De profeet Samuël zegt: “Wat ook mij aangaat, het zij verre van mij, dat ik tegen de Heere zou zondigen, dat ik zou aflaten voor u te bidden” (1 Samuël 12:23). Op een moment dat Israël hem afgewezen had en een koning begeerde, zou hij het toch als zonde hebben gezien om niet meer voor het volk te bidden. Hoe staat het met ons gebed in de bidstond en in de ‘binnenkamer’?

Hoe licht zijn wij in gevaar om de ‘persoon aan te zien’ Jakobus plaats deze zonde op hetzelfde niveau als de ergste misdaad (hoofdstuk 2:9-11). Wanneer we werkelijk “navolgers van God, als geliefde kinderen” zijn (Efeze 5:1), dan zal men ook iets van gerechtigheid bij ons vinden en we zullen bewaard blijven voor de zonde van partijzucht.

Welk een rijk arbeidsveld in goeddoen heeft God ons gegeven om het goede te doen! Boven de praktische noden uit is vaak een goed woord, een liefdevolle blik, een begrijpende handdruk zo nodig! Het doet onze naaste goed, wanneer hij ziet dat hij ons niet onverschillig is. Moeten we niet zeggen dat de zonden door nalatigheid de meest talrijke zijn? Maar laten we niet Romeinen 14:23 vergeten: “Alles wat niet op grond van geloof is, is zonde”. Dat bewaart ons voor een handelen uit puur menselijke wil dat voor God geen waarde heeft.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol