11 jaar geleden

Islam – Vrede of het beest (4)

Mohammed heeft niet geweten van de naam van de ene ware God en verdraaide de ware naam van God door het Allah te noemen, dat niets te maken heeft met JHWH (Jahweh). Mohammed is schuldig aan het vervalsen van de ware naam van Jahweh al vanaf hij in contact met Joden en Christenen was en koos moedwillig een nieuwe god om vijandschap jegens hen te creëren … Mohammed liet zijn tegenstanders een voor een vermoorden. Asma Bint Marwan sprak zich tegen Mohammed uit voor de moord van een andere man, genaamd Abu Afak, die 120 jaar oud was. In zijn afkeuring van haar, vroeg Mohammed zijn aanhangers om ook haar te vermoorden. Zij werd gedood terwijl zij sliep. Met Abu Afak liep het niet goed af. Asma Bint Marwan was de tweede persoon waarmee het niet goed afliep; deze onderging hetzelfde lot voor het bekritiseren van Mohammed. Hun misdaad was dat beiden dichters waren en gedichten tegen Mohammed schreven. Lijkt dit niet een beetje op de kartoon-rel van onze tijd?

Vervolg hoofdstuk 1

Mohammed, de wetsovertreder

Mohammed verbrak elk van de tien geboden, dat hem tot een goddeloos zondaar maakte.

1e Gebod: Heb geen andere goden voor Mijn aangezicht

Exodus 20:3: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben”.

Mohammed vereerde Allah als een valse god van een van de 360 goden van de Ka’ba die verkondigt god te zijn.

2e Gebod: Maak geen afgoden

Exodus 20:4-6: “Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in de hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid van hen, die Mij haten; En doe barmhartigheid aan duizenden van hen,die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden”.

Mohammed verzon Allah als een monotheïstische god van zijn verbeelding en zei dat hij in de hemel boven is, wat duidelijk maakt dat Allah niet heeft bestaan. Mohammed heeft ook bedacht dat de moslims naar Mekka moeten buigen (een teken van eredienst) en kus een steen Hujra Aswad geheten in de Ka’ba. Dit zijn duidelijke tekenen van afgoderij.

3e Gebod: Gebruik de naam van de HEERE niet ijdel

Exodus 20:7: “Gij zult de Naam van de HEERE uw God niet ijdel gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdel gebruikt”.

Ilaah spreek uit (e-lah) (god) werd in verschillende vormen gebruikt als een zelfstandig naamwoord (gemeenschappelijke naam of titel) ofwel om te verwijzen naar de god van de Koran of naar andere goden, terwijl “Allaah” (Allah) meestal altijd voor de de god van de Koran en altijd als zijn “persoonlijke naam” (zelfstandig naamwoord toegepast als mannelijk enkelvoudig) werd gebruikt.

* ‘Ilaah werd ook gebruikt als een algemene naam voor zowel de God van de Bijbel als voor de andere goden. Onder enkele vormen werd het als synoniem gebruikt voor ‘el, ‘elohim, ‘eloah, ‘Leah en Theos, op dezelfde wijze gebruikten bijvoorbeeld de Engelse vertalingen god en God.

Koran Interpretatie, door Hamdi Yazir of Elmali (Religious Affairs Directory, hoofdstuk1, pagina 24-25)

Het woord ALLAH werd nooit enigszins anders toegepast dan ALLAH noch in toegepaste vorm noch algemeen. Neem namen zoals “Iiah” en “khuda” bijvoorbeeld; geen van hen is een eigennaam als “Allah”. Zij impliceren een begrip van “god” of “heer”. Er wordt gezegd “goden” als de meervoudsvorm van “god”, “heren” als voor “heer”, enzovoorts. Integenstelling, er wordt nooit gezegd “Allah’s” en dat kan ook nooit zo worden … Dus, de gemeenschappelijke naam God is niet synoniem voor de eigennaam “Allah” en is niet gelijkwaardig aan “Allah”. “God” is een heel algemene naam! Daarom zou men nooit de naam “Allah” als “God” moeten vertalen.

Mohammed heeft niet geweten van de naam van de ene ware God en verdraaide de ware naam van God door het Allah te noemen, dat niets te maken heeft met JHWH (Jahweh). Mohammed is schuldig aan het vervalsen van de ware naam van Jahweh al vanaf hij in contact met Joden en Christenen was en koos moedwillig een nieuwe god om vijandschap jegens hen te creëren.

4e Gebod: Gedenkt de sabbatdag

Exodus 20:8-11: “Gedenkt de sabbatdag, dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE uw God; [dan] zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, [noch] uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die”.

Mohammed veranderde de sabbatdag op zaterdag door het uitroepen van vrijdag als heilig en verzuimde de sabbat te houden; sinds de Joden weigerden hem aan te nemen veranderde hij daarom zijn dag van de Joodse sabbat door zijn dag eerder te beginnen om te proberen met hen te wedijveren. De Joodse sabbat begon op de 6e zonsondergang terwijl Mohammed zich ervan vergewiste dat zijn dag vrijdag begon. Wij kunnen vele moslims zien die in gebed gaan op vrijdagnamiddag, het Jumma gebed (vrijdag gebed) genoemd, en het wordt beschouwd als heilig wanneer men dit op deze tijd doet en worden er vele gebeden gedaan op andere tijden.

5e Gebod: Eer uw ouders

Exodus 20:12: “Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft“.

Mohammed behandelde zijn ouders verachtelijk door zijn daden: leugenachtig, roven en plunderen van onschuldige mensen.

6e Gebod: Niet doden

Exodus 20:13: “Gij zult niet doodslaan”.

Mohammed liet zijn tegenstanders een voor een vermoorden. Asma Bint Marwan sprak zich tegen Mohammed uit voor de moord van een andere man, genaamd Abu Afak, die 120 jaar oud was. In zijn afkeuring van haar, vroeg Mohammed zijn aanhangers om ook haar te vermoorden. Zij werd gedood terwijl zij sliep. Met Abu Afak liep het niet goed af. Asma Bint Marwan was de tweede persoon waarmee het niet goed afliep; deze onderging hetzelfde lot voor het bekritiseren van Mohammed. Hun misdaad was dat beiden dichters waren en gedichten tegen Mohammed schreven.


 

Een ander geval:

Een ander geval van moord door het “onthoofden” vond plaats met een Joodse leider, genaamd Kinana Khaibar, van de stam van Banu Nadir.

Kinana Al-Rabi, die de voogdij over de schat van Banu Nadir had, werd naar de profeet gebracht, die hem erover het vroeg. Hij ontkende dat hij wist waar het was. Een Jood kwam (Tabari zegt: “werd gebracht”) naar de profeet en zei dat hij Kinana had gezien en dat hij iedere morgen vroeg rond een bepaalde ruïne liep. Toen de profeet tegen Kinana zei: Weet u wel, dat als wij vinden wat u hebt, ik u doden zal? Hij zei: “Ja”. De profeet gaf opdracht om in de ruïne te gaan graven en sommige van de schatten werden gevonden. Toen hij hem over de rest ondervroeg, weigerde hij het te voorschijn halen, zodat de profeet aan al-Zubayr al-Awwam opdracht gaf: “Martel hem totdat uit hem getrokken is, wat hij heeft”. Dus ontstak hij een vuur op de borstkas van de man met staal en vuursteen totdat hij bijna dood was. Daarna leverde de profeet hem af bij Mohammed b. Maslama die hem het hoofd afhakte”, uit wraak voor zijn broer Mahmud” (Leven van Mohammed pagina 515).

Merk op dat Allah hulpeloos was in het vertellen aan Mohammed waar de schat was, zodat Mohammed zijn toevlucht tot menselijke interventie moest nemen waardoor hem te folteren. Merk ook op in bovenstaande passage wanneer Kinana gevraagd is over wat met hem gebeuren zal, wist hij heel goed dat hij gedood zou worden, zoals het algemene gebruik in de Islam was om mensen voor hun einde te folteren. Mohammed heeft geen enkele genade gehad voor Kinana en in het belang van geld en hebzucht richtte zijn wraak zich op deze onschuldige persoon.

De vrouw van Kinana, Saffiya, die heel mooi was in de ogen van Dahiya, een andere moslim, maar hij werd door Mohammed na enkele onderhandelingen met geld overtuigd, dat haar lot beslist is, zodat Mohammed haar zou kunnen trouwen en haar later toevoegde aan zijn harem van vrouwen. Zij werd de tiende vrouw van Mohammed. Duidelijk is het precedent gesteld en de leider van deze Joodse stam werd vlug ter dood gebracht na het onttrekken van de schat van deze zogenaamde ongelovige volgens Islamitische tradities [ref: Muslim II, P 237, geciteerd door Margolieuth, pagina 363].

In het geval van Kinana brak Mohammed alleen al ongeveer zes geboden.

Wordt D.V. vervolgd.

Simon Altaf

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol