7 jaar geleden

In den beginne [6]

Genesis 1 en 2 (vervolg deel III)

In het tweede deel van “In den beginne” over Genesis 1 en 2 hebben we in het bijzonder gekeken naar de eerste beide verzen van het eerste hoofdstuk. We hebben gezien dat de eerste schepping van God een beeld is van de nieuwe schepping, die voor Christenen als geestelijke toepassing met de nieuwe geboorte verbonden kan worden. In dit deel willen we met dit als achtergrond de verschillende scheppingsdagen beschouwen. We gaan nu verder met de derde dag.

Derde dag: vers 9-13: aarde – zee

• 2 DELEN

• Nu gaat het om de aardbodem. Het droge land komt uit de “zee”. Het water verzamelt zich op één plaats (waarbij het door water bedekte oppervlakte veel groter is dan de oppervlakte van de aarde) en maakt plaats voor de aarde. Op aarde begint de vegetatie zich in verschillende kleuren uit te breiden.
• Deze dag omvat twee delen, die “goed” waren: het vormen van de aarde en het voortbrengen van vrucht.
• AARDE • Ten eerste gaat het om de vorming van de aarde, de aardbodem. Daartoe wordt de aarde van de wateren gescheiden – een derde scheiding en afzondering, die nodig was om mensen het leven op aarde mogelijk te maken. Zij is tot op heden blijven bestaan.
• Het is opvallend dat het werk van God van het begin af aan een werk van afzondering was. Licht-duisternis, hemel-aarde, aarde-water. Dat is ook op geestelijk terrein zo. Gods werk van genade heeft dit afzonderende karakter. Het licht van het leven wordt van de omgevende dood gescheiden (licht-duisternis). De nieuwe natuur wordt van de oude natuur onderscheiden (hemel-aarde). En dit nieuwe leven moet nu in en op aarde zichtbaar worden, en wel op een wijze, welke de kracht van het leven toont (aarde-water). Zo komt het droge land tevoorschijn. Met andere woorden: opstandingsleven wordt zichtbaar, zoals de aarde uit de wateren tevoorschijn komt.
• OPSTANDINGSLEVEN • Drie is het getal van de goddelijke volheid (drie-eenheid), maar ook van de opstanding (Christus is op de derde dag opgestaan). Het nieuwe leven in de gelovigen wordt zichtbaar. Dat is het eerste deel van de derde dag. Maar wanneer dit leven zichtbaar wordt, dan kan men het aan de vruchten herkennen (verg. Matth. 7:20). Zo herkennen we hier de vruchten van het leven.
• VEELKLEURIG • Hoe eentonig zou het leven (de aarde) zijn, als er niet de kleuren en de veelvormigheid van het gras, de bloemen, de struiken zouden zijn. “Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en slaven van God geworden, hebt gij uw vrucht tot heiliging, en het einde het eeuwige leven” (Rom. 6:22).
• Het opstandingsleven toont zich dus en wordt door vrucht en groei zichtbaar. Gehoorzaamheid, ootmoed, toewijding, zachtmoedigheid worden meer en meer openbaar – om een paar voorbeelden te noemen (verg. Gal. 5:22).

Vierde dag: vers 14-19: de lichten aan de hemel

• ZON

• Nu neemt de zon haar plaats met betrekking tot de aarde in. Ook de maan, die de nacht “beheerst” en de sterren worden op hun plaats in het universum gezet.
• Christus is het Licht (verg. Joh. 8:12), de zon (verg. Mal. 4:2), die alles verlicht. Wij zijn uit de duisternis in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde overgebracht (Kol. 1:13).
• Geestelijk gezien hebben we hier datgene, wat aan het hele leven van de nieuwe mens zijn karakter, zijn kracht en zijn gerichtheid geeft. Van het begin af aan verankerde God alle zegeningen gecentreerd in Christus (de zon). Dat toont God in beeld op de vierde scheppingsdag. De overtreffende heerlijkheid van Christus kon toch eerst pas gezien worden, nadat Hij in de volheid van de tijd op aarde gekomen, gestorven was, het werk vervuld en Zich aan de rechterzijde van God gezet had. Hij is Degene die de Heilige Geest op deze aarde gezonden en de gemeente gevormd heeft. Christus is het aantrekkingspunt van onze genegenheid: “Als gij nu met Christus opgewekt zijt, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God” (Kol. 3:1).
• MAAN EN STERREN. De maan schijnt ‘s nachts – maar hij reflecteert het licht van de zon. Verbonden met Christus “schijnt” de gemeente in de nacht.
• De sterren zijn de hemellichten die schijnen (Fil. 2:15). We kunnen hen als symbool van de individuele gelovige verstaan, maar ook als een verwijzing naar het gehele volk Israël, dat in de toekomst weer stralen zal (verg. Gen. 15:5; Ex. 32:13). De sterren tonen de hemel in zijn volledige ordening.
• Wat de geestelijke les betreft, dan moeten we niet alleen vrucht voortbrengen, maar tegelijk ook als lichten schijnen, die uit de hemel komen en hemels licht verbreiden. Christus als de Zon vormt dan dit leven van een gelovige.

Vijfde dag: vers 20-23: water/hemel (lucht)

• LEVEN

• Het water wemelt nu van leven, en vogels vliegen in de lucht.
• Op de vijfde dag heeft God de “nietige” aarde gemaakt, op de 6e komt de “hogere”, de mens.
• geestelijk gezien spreken de oceanen en de zeeën van de rusteloze, gevallen natuur, die zich in de mens bevindt, en van de wereld, waarin we leven: “Maar de goddelozen zijn als een opgezweepte zee, want die kan niet tot rust komen, en zijn water woelt modder en slijk op. De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede!” (Jes. 57:20-21). De oude natuur in de gelovigen spant als de opgezwiepte zee al zijn krachten in de strijd tegen het nieuwe leven in. Juist hier kunnen we als kinderen van God tonen, dat we nieuw leven bezitten en vrucht voortbrengen.
• WATER • Water is ook een symbool van lijden, dat over de mensen komt (verg. Ps. 42:8). Het lijden waardoor de christen in deze wereld gaan moet, de tegenstand van de satan en het feit, dat we ons daar bevinden, waar alles in tegenspraak met het geloof is, stelt ons voor grote uitdagingen. Juist onder zulke omstandigheden mogen we de karaktertrekken van het goddelijke leven openbaren. “Wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten dat de verdrukking volharding werkt, en de volharding beproefdheid …” (Rom. 5:3).
• Bij het opzetten van de hemel – dus de dampkring – kan men ook aan de tegenstand door “de overste van de macht der lucht, van de geest nu werkt in de zonen der ongehoorzaamheid” denken (verg. Ef. 2:2). Wat wordt er een tegenstand door satan bewerkt!
• BEPROEVINGEN • Is het niet waar, dat juist in tijden van beproevingen bijzondere vrucht in het leven van vele gelovigen tevoorschijn gekomen is? Juist daarom vinden we hier het gewemel van vele levende wezens, de vissen en de vogels.
• ZEEMONSTERS • Daarbovenuit zijn de vele verschillende populaties (gewemel van levende wezens [zielen], vogels, vissen) ook een beeld van de vele verschillende gelovigen, die als gevolg van het werk van Christus en onder de vele vervolgingen – niet ten laatste door satan en zijn “zeemonsters” – door God als “levende wezens” geteld en niet vergeten werden.
• Hier in vers 21 treffen we voor de tweede maal het woord “scheppen”, in een ander opzicht als in vers 1 aan. Hier gaat het er niet om, dat vanuit het niets geschapen wordt, want materie was allang voorhanden, maar dat iets geheel nieuws ontstaat. In vers 27 vinden we dat bij de schepping van de mens nog eens.

Wordt D.V. vervolgd.

Manuel Seibel – Folge mir nach

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol