2 weken geleden

Ik heb echter voor jou gebeden …

“Ik heb echter voor jou gebeden dat je geloof niet zou ophouden; en jij, als je eens bekeerd bent, versterk je broeders” (Luk. 22:32).

Petrus was niet op de goede weg (Luk. 22:33-34). Ongetwijfeld hield hij van zijn Meester. Maar in zijn zelfvertrouwen dacht hij, dat hij elke verleiding uit eigen kracht kon weerstaan. Wie kan er dan als eerste een steen werpen? Hoe vaak hebben wij wel de zwakheid van onze menselijke natuur, de slechtheid van ons vlees en de macht van satan onderschat? Hoe vaak hebben wij gedacht, in plaats van te vertrouwen op Gods genade: wij kunnen wel in onze eigen kracht verder gaan?

Eigenlijk is onze verantwoordelijkheid nog groter dan die van Petrus – want door de geschiedenis van Petrus hebben we Gods duidelijke waarschuwing over waar zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid toe leiden. En toch – hoe vaak hebben wij al ‘geslapen’, waar we in gebed hadden moeten ‘waken’?

Het is opmerkelijk hoe de Heer met Zijn discipel omgaat. Satan mag Petrus benaderen, mag hem verzoeken, hem ten val brengen om hem van zijn Heer af te trekken. Maar onze Heer bidt voor Zijn discipel dat zijn geloof niet zal ophouden (Luk. 22:32). Later kunnen we zien dat Petrus, volledig hersteld, zijn vertrouwen in de Heer niet heeft verloren. En zo mocht hij een werktuig van God worden om “zijn broeders” te versterken. Petrus had uit persoonlijke ervaring geleerd, dat een volkomen genade in de Heer te vinden is, die zelfs beschikbaar was voor iemand zoals hij, Petrus, die zijn Heer had verloochend.

De Heer waarschuwt Zijn discipel duidelijk. Maar daarnaast bidt Hij voor hem. Het kan zijn dat we zien hoe een gelovige een duidelijk slechte, kwade weg inslaat. Het zou verkeerd begrepen liefde zijn, als we hem niet zouden waarschuwen. Liefde geeft juist een waarschuwing. Maar zoals in het geval van Petrus kan het zijn, dat de waarschuwing in de wind wordt geslagen en genegeerd wordt. We moeten zo iemand dan laten gaan. Maar ons gebed zal hem blijven vergezellen. Daarin zal dan ware liefde zich tonen.

Overigens kan het ook zijn, dat een gelovige een weg wil gaan, die niet duidelijk tegen Gods Woord is, die niet slecht is, maar waarbij we toch onze bedenkingen hebben. We zien, er is liefde voor de Heer, er is motivatie, ijver en energie. Maar misschien zijn we bang voor verkeerde motieven en verkeerde innerlijke instellingen. Misschien is het allemaal te snel, niet nuchter, te extreem, te anders, te nieuw, te onbekend. Laat ons dan voor zo iemand ernstig bidden, dat de Heer het goede zal nemen en het goede zal leiden, en dat de Heer, wat het overige betreft, Zijn discipel in Zijn school neemt. We kunnen er zeker van zijn – de Heer zal het doen. Maar we willen voorzichtig zijn, zodat we niet demotiverend en belemmerend zijn. Maar niets is mooier om iemand te vertellen dat men voor hem en zijn weg bidt. Dan motiveren we op de juiste wijze en mogen we ook tegelijkertijd de aangelegenheid aan de wijsheid en zorg van de Heer aanbevelen.

Online in het Duits sins 01.12.2017.

Friedemann Werkshage, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol