10 jaar geleden

Homoseksualiteit in het licht van de bijbel

December 2007. Homoseksualiteit is een steeds meer voorkomend verschijnsel en wordt steeds meer als ‘normaal’ beschouwd. Als men daarentegen wijst op wat de bijbel daarover zegt, zijn de reacties dikwijls furieus. Ook in de wereld van de politiek ontkomt men niet aan de steeds dreigender houding vanuit de homoseksuele hoek. Denk maar aan de Christen Unie. Dit artikel werd al meer dan 10 jaar geleden geschreven maar is uitermate actueel. Ook verwijs ik naar het artikel: ‘Seks in de kerk’.

Inleiding

Wie in de laatste jaren de ontwikkelingen op het gebied van homoseksualiteit enigszins gevolgd heeft, weet, dat zij zelfs in Christelijke kringen steeds meer als iets normaals aangezien wordt, dat men accepteren moet. Zelfs in Christelijke tijdschriften evenals bij grote kerkelijke uitgaven wordt zij steeds meer goedgepraat, en men zet er zich voor in dat zij gelijkberechtigd zou zijn met de seksualiteit in het huwelijk. Enkele maanden1 geleden beweerden bepaalde wetenschappers, dat zij de verankering van de erfelijke aanleg voor homoseksualiteit op de chromosomen2 zouden vastgesteld hebben (namelijk op Xq28). Vele homoseksuelen3 en zij, die voor hen opkomen, hebben dat aangegrepen en trekken daaruit de conclusie, dat zij zo geboren zouden zijn, en zouden er daarom niets aan kunnen doen maar moesten zich in overeenstemming daarmee ontwikkelen. Daarom is het nodig duidelijk te zien, wat homoseksualiteit medisch gezien eigenlijk is, wat de Schrift daarover zegt en wat men daartegen doen kan.

Wat is homoseksualiteit?

Bij homoseksualiteit gaat het om onnatuurlijke seksuele aantrekking tot een andere persoon van hetzelfde geslacht en (veelal) om geslachtelijk verkeer tussen zulke personen. Voor homoseksuele betrekkingen tussen vrouwen wordt de uitdrukking “lesbisch” gebruikt. Bestaat er alleen een innerlijke aantrekking (mannen – mannen; vrouwen – vrouwen), waarbij het echter niet tot een sexuele handeling komt, wordt de uitdrukking “homofilie” (dat betekent het gelijksoortige liefhebben) toegepast. Helaas worden beide uitdrukkingen dikwijls niet duidelijk onderscheiden en daarom verkeerd toegepast.

Het helpt goed om de drie gebieden van homoseksualiteit uit elkaar te houden, die verschillend zwaarwegend te onderscheiden zijn:

  1. Latente homoseksualiteit;
  2. Passieve homoseksualiteit;
  3. Aktieve homoseksualiteit.

Bij (1) gaat het om personen, die weliswaar trouwen en kinderen kunnen hebben, maar (vaak zelfs onbewuste) homoseksuele neigingen vertonen, die in bepaalde situaties aan het licht komen.

Bij (2) gaat het om personen, die zich tot homoseksuele handelingen uitnodigen of verleiden laten, maar daarbij zelf een passieve rol spelen.

Bij (3) gaat het om personen, die anderen aktief tot homoseksueel geslachtsverkeer uitnodigen en zelfs homoseksuele verkrachtingen uitoefenen kunnen! Zij vinden elke gedachte aan een betrekking tot het andere geslacht verwerpelijk.

Tussen deze drie gebieden bestaan heel geleidelijke overgangen.

Wat zegt de Schrift over homoseksualiteit?

Het is belangrijk te bezien, dat God de mensen uitdrukkelijk als “man en vrouw” schiep (Genesis 1:27, voetnoot in de Elberfelder vertaling4) en hen de opdracht gaf: “Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, …” (vers 28a) en dat Hij Eva naar Adam bracht (Genesis 2:22). In vers 24 van dat hoofdstuk staat dan: “Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aanhangen; en zij zullen tot één vlees zijn”.

Volgens Gods Woord is homoseksualiteit dus duidelijk een afwijking. Later zullen we verschillende mogelijke oorzaken daarvoor onderzoeken en eveneens wegen aanwijzen, hoe geholpen kan worden. Dat verandert echter niets aan het feit, dat de Schrift de homoseksuele praktijk eenduidig zonde noemt en haar ten strengste verbiedt!

Daartoe enkele bijbelplaatsen, die dit staven. In Leviticus 18:22-24 staat: “Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel. Evenzo zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging. Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerp, zijn met alle deze verontreinigd”. Hier wordt de homoseksuele praktijk op één lijn gesteld met seksueel contact met dieren! Dit laatste wordt eigenlijk overal afgewezen, voor zover mij bekend is. Waarom dan niet ook homoseksuele handelingen, die de Heer daarmee verbonden ziet?

Evenzo worden in Leviticus 20:10-21 alle mogelijke seksuele zonden en perversies genoemd, zoals echtbreuk in verschillende variaties, seksueel contact met dieren, seksueel contact met een vrouw tijdens haar menstruatie, bloedschande. Bij het opnoemen van deze zonden staat er dan in vers 13: “Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zeker gedood worden; hun bloed is op hen!” Daarin kunnen we ondubbelzinnig zien, hoe erg God deze zonde vindt!

In Deuteronomium 23:17 lezen we: “Er zal geen hoer zijn onder de dochters van Israël; en er zal geen schandjongen zijn onder de zonen van Israël” [“boeleerster” is een synoniem van “hoer” (Staten Vertaling); in het Duits staat: “boeleerster” – vertaler FW]. In de Engelse vertaling van J.N. Darby staat voor “boeleerster” “prostitute” (prostituee) en voor “boeler” [ofwel schandjongen – vertaler] “Sodomite” (= Sodomieter). De laatst genoemde uitdrukking herinnert aan de verschrikkelijke gebeurtenis, waar de bewoners van Sodom de engelen, die Lot bezochten om hem te bevrijden, overweldigen wilden! Zie daarvoor in het bijzonder Genesis 19:4-5: “… , zo hebben de mannen van die stad, de mannen van Sodom, van de jongste tot de oudste toe, dat huis omsingeld, het ganse volk, van het uiterste einde af. En zij riepen Lot toe, en zeiden tot hem: Waar zijn die mannen, […]? breng hen uit tot ons, opdat wij ze bekennen!”. Niemand zal toch willen beweren, dat al deze mannen – jong en oud – als homoseksuelen geboren werden! De plaats in Deuteronomium 23 toont ook, dat God “homoseksuele praktijken” op één lijn stelt met “prostitutie” en beide verbiedt.

Wanneer iemand onder de lezer(es)s(sen) misschien meent, dat God deze dingen in de tijd van de wet (in het Oude Testament) strenger beoordeeld zou hebben als in de tijd van de genade (in het Nieuwe Testament), dan vindt hij (of zij) in Romeinen 1 daarop een duidelijk antwoord. Daar wordt de toestand van de heidenvolken (naties) die God niet kennen, beschreven. In vers 18-25 hoe zij zich van God af naar de afgoden toe wendden en in allerlei zonden vervielen.
Dan staat er echter in vers 26 en 27: “Daarom heeft God hen overgegeven aan onterende hartstochten; want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke; en evenzo hebben ook de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven en zijn in hun lust tegen elkaar ontbrand, zodat mannen met mannen schandelijkheid bedrijven en het verdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangen”. Het oordeel van God over seksuele praktijk, zowel mannelijke als vrouwelijke (lesbische) is ook hier net zo streng als in het Oude Testament!
Dat wordt ook in 1 Korinthe 6:9-11 bevestigd.

De Schrift maakt duidelijk dat telkens aan het einde van de verschillende tijdsperioden verval intrad, die onder andere door morele zonden – waaronder ook de homoseksuele praktijk valt -, gekenmerkt werd (Genesis 6;19; Richteren 19; Romeinen 1; 2 Timotheüs 3). En de geschiedenis van verschillende toenmalige volken toont hetzelfde. Op deze achtergrond moeten wij de toename van de homoseksualiteit heden ten dage beoordelen. Wij leven nu in de “laatste dagen” en dat merken we op elk gebied, maar in het bijzonder daar, waar het om ongeoorloofde seksuele vrijheid gaat. Voor velen geldt dat zij meer liefde hebben voor genot dan voor God, dat zij een “ogenschijnlijk godsvrucht bezitten, maar de kracht daarvan verloochenen (2 Timotheüs 3:4-5).

Mogelijke oorzaken voor homoseksualiteit

Op lichamelijk gebied heeft men geen storingen gevonden die een homoseksuele ontwikkeling eenduidig verklaren. Zelfs argumenten, dat bij mannelijke homoseksuelen abnormale concentraties van bepaalde geslachtshormonen in het bloed optreden, zijn niet sluitend, omdat:

  1. niet alle homoseksuelen deze abnormale bloedwaarden vertonen;
  2. soortgelijke afwijkingen ook bij heteroseksuele (= normale) mannen gevonden worden;
  3. gevallen beschreven werden, waar homoseksuele personen hun gedrag veranderden en heteroseksueel werden, zonder een verandering in de afwijkende bloedwaarden! (Datzelfde geldt ook voor gevonden afwijkingen in het hersengebied.) Toen dit bijna een jaar geleden (± 1992) door professor Swaap uit Amsterdam ontdekt en bekend gemaakt werd, oogstte hij zeer veel kritiek, omdat zijn bevindingen homoseksueel gedrag niet verontschuldigen!

Al lang wordt ijverig naar erfelijke oorzaken gezocht – omdat de aanhangers van een homoseksueel bestaansrecht dit zo graag willen -, tot nu toe echter is niets gevonden, dat dit eenduidig bevestigt.

De al genoemde afwijking aan het X-chromosom5 (namelijk in de positie q28) is echter naar mijn weten in verband met de homoseksualiteit nog niet in verder onderzoek bevestigd.

De specialisten (professionele artsen, enzovoorts) zijn er toch in het algemeen van overtuigd, dat het bij homofilie om een afwijking in de persoonlijkheidsontwikkeling gaat. Daarbij spelen in het bijzonder psychologische factoren een belangrijke rol.

Helaas ontbreekt de ruimte om dit uitvoerig te beschrijven, daarom noem ik er kort enkele op:

a. een dominante moeder; zij kan de zich ontwikkelende mannelijkheid van haar zoon negatief beïnvloeden;
b. een zwakke/passieve vader; zijn zoon kan zich niet goed met hem identificeren, en zijn dochter verliest door de zwakheid van haar vader achting voor mannen in het algemeen. Daarover merkte een specialist op: “Ik heb bij mannelijke homoseksuelen nog nooit een goede vader-zoon-verhouding gevonden”;
c. een overbeschermende moeder; door dit gedrag ontwikkelt de zoon een te innige verhouding tot haar. Dat is een factor die vaak voor komt;
d. ruwe ouders: daardoor ontstaan bij de kinderen ziekelijke gevoelens, die de ontwikkeling van gezonde heteroseksuele verhoudingen verhinderen;
e. slechte echtelijke relatie tussen de ouders; dit geeft bij het kind de indruk, dat een huwelijk frusteert en ongelukkig maakt;
f. ouders die een dochter als zoon opvoeden of een zoon als dochter; het kind wordt met betrekking tot de eigen identiteit volledig verward. Er zijn zelfs gevallen beschreven, waar een jongen gedwongen werd meisjeskleding te dragen, omdat de ouders zo graag een meisje hebben wilden! Men kan zich voorstellen, welk een verwoestende gevolgen dit op de ontwikkeling van de gehele persoonlijkheid hebben moet;
g. gebrek aan gezonde seksuele opvoeding, in het bijzonder wanneer seksualiteit streng als taboe behandeld wordt; hierdoor kan de psycho-seksuele ontwikkeling bedreigd worden. Vaak wordt gezegd, dat homoseksuelen zich toch zouden moeten herinneren, wanneer zij zich “normaal” en wanneer “homoseksueel” voelden, wanneer bovengenoemde factoren gelden zouden. Maar men moet bedenken, dat zulke factoren meestal van de vroegste jeugd aan al invloed uitoefenden, dus vóór de abstracte gedachte zich ontwikkeld had!

Volledigheidshalve moeten nog geestelijke factoren genoemd worden, bijvoorbeeld wanneer mensen zich bewust van God afwenden en alleen dat doen willen, wat God verbiedt. We hebben deze tendens al in Romeinen 1 gevonden. Het is bekend dat rookverslaafde en juist precies degenen, die satan vereren (een satanskerk bezoeken), zich vaak in een anti-goddelijk gedrag storten. Bijzonder voor zulke personen is echter een doeltreffende genezing mogelijk, wanneer zij hun zonden en hun schuld aan God belijden en de Heer Jezus in geloof aannemen. “Als dan de Zoon u zal vrijmaken, zult u werkelijk vrij zijn” (zie Johannes 8:34 en 36).

Hoe kunnen homoseksuelen geholpen worden?

1.

Het allerbelangrijkste is, dat het oordeel van God over deze zonde erkend en de homoseksuele praktijk direct beëindigd wordt. Wie zich daartoe niet bereid verklaart en niet daadwerkelijk alle bestaande homoseksuele contacten verbreekt, en dit met de hulp van de Heer volhoudt, die kan mijns inziens onmogelijk geholpen worden! Reeds hier leiden naar mijn ervaring de meesten schipbreuk!

2.

Ten tweede moet met hem/haar in gesprekken naar de factoren gezocht worden, die mogelijkerwijze bij het ontstaan van de homoseksualiteit een rol gespeeld hebben.

3.

Ten derde is een gevoels- en begripsvolle begeleiding bij elke verdere stap nodig.

4.

Ten vierde heeft hij/zij ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van een gezonde instelling van seksualiteit en huwelijk.

5.

Ten vijfde moet een werkzaam programma voor de geestelijke ontwikkeling aangeboden worden. Wie nog niet bekeerd is, heeft in de eerste plaats hulp nodig om tot bekering te komen. Dat is een voorwaarde voor elke verdere stap voorwaarts.

6.

Ten zesde is een positieve Christelijke omgeving noodzakelijk en vrien(den)/dinnen die hen bij de ontwikkeling van een nieuw, bijbels georiënteerde instelling kunnen helpen en hen ondersteunen.

Omdat de homoseksuele gevoelens zo diep geworteld zijn, is een behandeling meestal een langdurig-proces. Ondanks dat loont zich dat de moeite!

Een jonge man die door een professionele arts (later professor in de seksuologie) als “kernhomofiel” (= in het diepste wezen homofiel) gediagnosticeerd werd, leefde in het bijzonder zijn homoseksualiteit uit, maar kwam tot geloof door een boekje over hoop voor homoseksuelen. Hij werd door Christelijke vrienden stap voor stap geholpen, hij vond een nieuwe heteroseksuele identiteit, trouwde en kreeg eigen kinderen. Nu is hij leider van een Christelijk centrum waar homoseksuelen vanuit de bijbel geholpen worden!

Wat een geluk dat de Heer ook voor homoseksuelen een weg terug heeft tot genezing.

“Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en

rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons

te reinigen van alle ongerechtigheid”

(1 Johannes 1:9).

NOTEN VERTALER:
1. Dit artikel werd in 1993 gepubliceerd.
2. Chromosoom: Staafachtig lichaampje in de celkern dat vooral bij de deling een belangrijke rol speelt en de drager is van erfelijke eigenschappen (Van Dale).
3. Man met seksuele voorkeur voor mannen => bruinwerker, flikker, gay, geïnverteerde, holtor, homo, homofiel, poot, reetkever, sodemieter, sodomiet (Van Dale).
4. In deze voetnoot staat: mannelijk en vrouwelijk.
5. Het X-chromosoom is één van de twee geslachtschromosomen in de mens. Ieder mens heeft 22 paar autosome chromosomen en één paar geslachtschromosomen die zijn of haar geslacht bepalen. De tegenhanger van het X-chromosoom is het Y-chromosoom. Wanneer iemand één X-chromosoom en één Y-chromosoom heeft (dit wordt vaak weergegeven met 46,XY), is hij van het mannelijk geslacht. Een vrouw heeft twee X-chromosomen (de notatie hiervan is 46,XX). In beide notaties slaat de 46 op het totale aantal chromosomen in een normaal mens (22 paar autosomen en 1 paar geslachtschromosomen).

 

J.C. Reumerman, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol