1 jaar geleden

Het opschrift op het kruis

Online sinds 23.08.2006

Bijbelgedeelten: Mattheus 27:37; Markus 15:26; Lukas 23:38; Johannes 19:19-20.

Alle vier de evangeliën berichten van wat boven het hoofd van de Heer Jezus aan het kruis geschreven stond:

“En zij plaatsten boven Zijn hoofd op schrift Zijn beschuldiging: Deze is Jezus, de Koning der Joden” (Matth. 27:37).
“En het opschrift met Zijn beschuldiging luidde: De koning der Joden” (Mark. 15:26).
“Nu was er ook een opschrift boven Hem: Deze is de koning der Joden” (Luk. 23:38).
“Pilatus nu schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. Er was geschreven: Jezus de Nazoreeër, de koning der Joden. … en het was geschreven in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks ” (Joh. 19:19,20).

Elk evangelie geeft het opschrift iets anders weer. Hoe kunnen we deze verschillen verklaren?

De sleutel tot het begrijpen ervan ligt waarschijnlijk wel daarin, dat de opschriften in drie verschillende talen zijn geschreven: Hebreeuws, Grieks en Latijn. Drie evangeliën vermelden elk een inscriptie in een van deze talen, terwijl een evangelie niet letterlijk citeert – het Evangelie naar Mattheus.

Alleen Mattheüs gebruikt in deze context de woorden “op schrift Zijn beschuldiging”, terwijl de anderen spreken van “opschrift”. Dus Mattheüs benadrukt blijkbaar meer de reden waarom de Heer schuldig werd bevonden – en legt minder nadruk op het aangeven van de exacte formulering.

In het evangelie van Johannes hebben we de Hebreeuwse inscriptie. Want daar is sprake van Jezus de Nazoreeër, waarmee normalerwijze alleen de Joden iets mee konden. Daarom lezen we in Johannes 19 vers 20: “Dit opschrift dan lazen velen van de Joden …”. Johannes stelt het Hebreeuws op de eerste plaats als hij de drie talen van de inscriptie noemt.

Lukas daarentegen noemt eerst het Grieks. Zo mogen we aannemen, dat Lukas  ook deze Griekse inscriptie meegedeeld heeft.

Bij Markus past de Latijnse inscriptie, omdat hij vaker Latijnse uitdrukkingen gebruikte.

Hoewel er verschillen zijn bij de opschriften – de belangrijkste boodschap is altijd dezelfde. In alle evangeliën vinden we daarom bij het opschrift de woorden: “De koning der Joden”. Ook de hogepriesters die tegen het opschrift protesteerden, noemden alleen deze uitspraak (zie Joh. 19:21).

“De koning van de Joden” – wat een merkwaardige beschuldiging was dat toch! Kan men iemand veroordelen voor wat hij is? Is niet dat doorslaggevend, wat hij gedaan heeft? En als Hij koning is, is Hij dan niet degene die anderen zou moeten oordelen? “Een koning die op de rechterstoel zit, schift met zijn ogen alle kwaad” (Spr. 20:8). Maar hier zien we niet een koning op de troon zitten, maar “de koning der Joden” aan een kruis gehangen!

Zo werd Hij door de wereld in zijn verschillende schakeringen verworpen. De verschillende talen bij de opschriften duiden dit aan: Het Hebreeuws wijst op de religieuze wereld, het Grieks op de culturele en het Latijn op de politieke wereld. Allen hebben Hem verworpen!

Gerrit Setzer, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol