1 jaar geleden

Het oor afslaan

Online sinds 24.01.2014

Tekstplaatsen: Lukas 22:49-51

In de tuin van Gethsémané trok de opgewonden Petrus zijn zwaard. Het antwoord van de Heer Jezus op de vraag: “Heer, zullen we met [het] zwaard slaan?”, had hij niet afgewacht. De duisternis voorkwam, dat de enorme klap de dienaar van de hogepriester doodde. Petrus trof alleen het rechteroor. Hij bedoelde het goed, hij wilde voor zijn Meester opkomen, maar zijn onzorgvuldig handelen zou met zekerheid een tumult hebben veroorzaakt, als niet de goede Heer door Zijn mild handelen ingegrepen had, doordat Hij met de handen – die spoedig geboeid zouden worden – een laatste wonder deed en het oor weer genas.

Gaat het ons soms niet net zo? We willen opkomen voor de zaak van de Heer, maar we wachten er niet op, dat de Heer ons zegt wat we moeten doen. En in plaats van het hart en geweten te bereiken, slaan wij oren af. Ons harde of ons te snelle oordeel leidt ertoe, dat de ander helemaal niet meer bereid is om te luisteren. Dan moeten we de Heer vragen, dat Hij de verwonding geneest, om verdere schade te voorkomen.

En kan het feit, dat de naam van de dienaar van de hogepriester specifiek genoemd wordt geen indicatie zijn, dat Malchus onder de christenen van toen bekend was? Dan zou de oneindige goedheid van onze Heiland nog veel meer in het hart van deze man bewerkt hebben, dan alleen de schade weer goed te maken, dat het zwaard van Petrus had aangericht. Laten we leren van de Heer Jezus.

Marco Leßmann, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol