2 jaar geleden

Het kruis van Christus (les 4)

Verzoening

 

In de eerste drie lessen hebben we gezien hoe het kruis van Christus licht werpt op dat, wat de mens is, wat God is en wat de Middelaar tussen God en mensen, de mens Jezus Christus is.

In de volgende lessen willen ons met drie belangrijke elementen van het werk van Christus aan het kruis bezighouden, met de verzoening, met de plaatsvervanging en de reiniging.

1. Wat hebben de zonden van de mensen bewerkt? Jes. 59:2:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Wie overbrugt de zo ontstane kloof en in welke hoedanigheid?
1 Tim. 2:5:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Op wie moet de bemiddelaar (scheidsman) de handen leggen?
Job 9:33:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

De plaats in het boek Job maakt twee dingen duidelijk:
• De scheidsman moet groot genoeg zijn om zijn hand op God te kunnen leggen, dat betekent Hij moet zelf God zijn. Maar hij moet tegelijkertijd nederig genoeg zijn, om zijn hand ook op de mens te leggen, wat betekent dat hij eveneens waarachtig mens moet zijn. Jezus is waarachtig God en waarachtig Mens in één persoon. Wonderbaar feit!

• Het middelaarswerk van de Heer Jezus heeft twee kanten. De ene is gericht op God en voldoet aan Zijn eisen; dat is de kant van de verzoening. De andere kant is ten gunste van de mens en voldoet aan zijn behoeften; dit is kant van plaatsvervanging. Beide gebeurde op het kruis van Golgotha.

4. Welk uitwerking hebben zonden in relatie met God? Jes. 65:3:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Wat moet het geschenk van Jacob bewerken? Gen. 32:20-21:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Een voetnoot uit een Duitse vertaling vertelt ons dat “verzoenen” hier eigenlijk betekent: bedekken van het aangezicht. Ezau was geïrriteerd door de misleiding van Jakob. Het geschenk was als een bedekking die zijn ergernis bedekte. Verder werd Ezau bevredigd door de waarde van het geschenk. Dit is precies wat we onder verzoenen te verstaan hebben. In het Oude Testament zien we de twee kanten van het werk van Christus heel duidelijk aangekondigd in de slachtoffers van de grote Verzoendag (Lev. 16). Laten we deze nu eens bekijken.

6. Hoeveel geiten als zondoffer moest Aäron nemen? Lev. 16:5a:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Aäron moest het lot over de twee bokken werpen. Hoe worden deze twee loten genoemd? Lev. 16:7-8:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Welke bok werd eerst gebruikt? Lev. 16:9-10,15,20:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Wat veroorzaakte het bloed van de bok voor God? Lev. 16:15-19:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

10. Met betrekking tot welke dingen gebeurde door het bloed verzoening en reiniging? Lev. 16:20:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

We lezen in Hebreeën 9 vers 23, dat de tabernakel in de woestijn en haar uitrusting afbeeldingen van de dingen in de hemelen waren. Beide nu, de tabernakel en de hemelse dingen, moesten door bloed worden gereinigd; de eerste door het bloed van de offerdieren, de laatste door het bloed van Christus. Het heiligdom in de hemel, de “ware tabernakel, die de Heer heeft opgericht” (Hebr. 8:2), werd door de aanwezigheid van satan en zijn engelen verontreinigd (verg. Openb. 12:7-10). Zo hebben ook de dingen in de hemelen de reiniging nodig en moesten voor haar verzoening gedaan worden. In het Nieuwe Testament vinden we slechts drie plaatsen waar de termen “verzoening” of “verzoenen” voorkomen. Dit zijn 1 Johannes 2 vers 2 en 4 vers 10 en Hebreeën 2 vers 17. Natuurlijk zijn er nog andere plaatsen die van deze waarheid spreken, zonder dat de woorden zelf voorkomen.

11. Welke persoon heeft de verzoening van onze zonden tot stand gebracht? 1 Joh. 2:2; 4:10:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

12. Waarvoor, behalve voor de zonden van de gelovigen, is Christus nog de verzoening? 1 Joh. 2:2:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Laten we op de precieze bewoording letten, namelijk dat Christus de  verzoening voor de wereld is, niet voor de zonden van de wereld. Dit betekent, dat het werk aan het kruis met het oog op de hele wereld gedaan is, maar alleen bij die mens zich als werkzaam bewijst, die de Heer Jezus als hun Verlosser in geloof aannemen.

13. Wat neemt Jezus weg respectievelijk schaft Hij af?
Joh. 1:29; Hebr. 9:26: (duidelijk omschrijven)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Hier gaat het niet om de afzonderlijke zonden, maar de zonde als principe; niet om dat, wat we gedaan hebben, maar om dat, wat we van nature zijn. De zonde, dit element dat een constant probleem voor God betekent, moet worden weggedaan. Dit is het fundament van elke verzoening. Met betrekking tot de mens moest het bovendien plaatsvervangend gebeuren, zoals we zullen zien in de volgende les. De verzoening gebeurt met betrekking tot alle mensen, de plaatsvervanging voor de velen die geloven. Altijd wanneer er in de Schrift staat, dat Jezus voor alle mensen gestorven is, wordt de kant van de verzoening bedoeld, als echter daarentegen de kant van de plaatsvervanging voorgesteld wordt, lezen we altijd van velen, dat betekent niet van allen.

Leest u nog de volgende teksten:
• Met betrekking tot de verzoening: Rom. 5:18; 2 Kor. 5:14-15; 1 Tim. 2:3-6.
• Met betrekking tot de plaatsvervanging: Matth. 26:28; Mark. 10:45; Rom. 5:19; Hebr. 9:28.

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol