9 maanden geleden

Het koninkrijk der hemelen (1)

“… die ons gered heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde …” (Kol. 1:13).

“… Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen …” (Matth. 13:11).

Het Koninkrijk wordt uitgesteld tot de Heer terugkeert, wanneer het overblijfsel van Israël Hem blijmoedig wil ontvangen en Zijn aardse koninkrijk gevestigd zal worden in macht en heerlijkheid. Maar in deze ‘tussentijd’, terwijl de Koning weg is, bevindt het Koninkrijk zich in deze verborgen vorm.

De apostel predikt “een andere koning: Jezus” (Hand. 17:7), en wij zijn in het koninkrijk van Gods geliefde Zoon. Wat kan Hij zijn voor ons in het Koninkrijk behalve onze Soevereine Heerser? – dat is de Koning; en wij zijn in het koninkrijk Zijn onderdanen. Wij nemen deze plaats in, en we moeten dit evenals de waarheid van de gemeente erkennen. Natuurlijk noemen we Hem niet de Koning van de gemeente (kerk). Hij is het Hoofd van de gemeente; maar als we het Koninkrijk aanroeren, geven we Hem daar Zijn ware plaats als Koning. We behoren tot drie verschillende sferen: de gemeente, het gezin en het Koninkrijk.

Terwijl we het onderwerp van het Koninkrijk in zijn huidige fase ontvouwen, zullen we enorm geholpen worden als we zien dat er nu twee kanten aan het Koninkrijk zijn. Wanneer we kijken naar zijn aards aspect, zal er natuurlijk falen gezien worden, want er is zowel onkruid als tarwe (Matth. 13:38). Maar er is een andere zijde van het Koninkrijk: de hemelse, of goddelijke zijde; en niemand anders dan degenen die uit God zijn geboren, behoren daartoe. Dit is de zijde waarover gesproken wordt in Kolosse 1 vers 13. Er is geen tegenstrijdigheid, want de ene geeft de aardse kant, en de ander geeft de goddelijke kant.

Door onze belijdenis hier, worden we herkend als onderdanen van onze Heer op aarde, en daarom zijn we in Zijn koninkrijk onder de mensen. Maar dit kan alleen maar een belijdenis zijn. Als we wedergeboren zijn, bekeerd, behoren we God en Zijn Zoon toe, en door dat feit behoren we tot het Koninkrijk in zijn goddelijke en hemelse aspect.

Wordt vervolgd.

Albert E. Booth, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol