7 jaar geleden

Het geweten

Het geweten schijnt tot een gebied in het innerlijk leven van de “moderne mens” gedegradeerd te zijn geworden. Het is niet meer populair om de schuldvraag van de mens te ontvouwen en de macht en de smart van het geweten te overdenken.
Maar sinds duizenden jaren stellen mensen zich vragen over het geweten en deze vragen zijn nog altijd actueel: Wat is er met het geweten op zich?
Waar komt deze innerlijke stem vandaan en hoe functioneert zij?
Hoe moet ik met het geweten omgaan?

Iedereen kent de zachte en luide roepstem van vermaning van het geweten. Voordat wij iets doen wat ongeoorloofd is, vernemen wij de stem van het geweten heel zacht, gedurende de daad is zij nauwelijks waarneembaar, maar daarna is zij des te doordringender. Het geweten zegt ons, dat wij het goede moeten doen en het verkeerde na moeten laten, en veroordeelt ons onpartijdig als wij niet luisteren wilden. In ieder geval dan, als wij niet voortdurend tegen het geweten gehandeld hebben.

Het geweten is de instantie voor “goed en kwaad” in de mens. Het is zijn morele bewustzijn. De mens onderscheidt zich daardoor duidelijk van het dier, dat geen geweten heeft. Een hond mag begrijpen, dat hij niet op katten moet jagen, en heel verdrietig omlopen, als men hem daarbij betrapt – maar dat is niet het gevolg van een bezwaard geweten. De hond heeft alleen door regelmatige oefening (langzaam) geleerd, wat zijn baasje mishaagt; een innerlijke stem, die van recht en onrecht getuigt, heeft hij echter niet. Daarbij heeft een dier geen bewustzijn van God, terwijl het geweten van de mens erop wijst, dat hij zich voor zijn daden voor een hogere macht verantwoorden moet.

Waar komt het geweten vandaan?

Vanwaar heeft de mens zijn geweten? Vóór de zondenval wist de mens niets van een geweten. Hij was in de toestand van onschuld en kon goed en kwaad niet onderscheiden (Gen. 3:5). Nadat Adam en Eva gezondigd hadden, zag de zaak er anders uit: Zij schaamden zich dat zij naakt waren, en verborgen zich voor God. Er was opeens de innerlijke stem, die hen duidelijk maakte dat zij zo, zoals zij van nature waren, niet voor God bestaan konden. Nu wisten zij wat goed en kwaad was (Gen. 3:22).

Het woord geweten komt in de aangehaalde verzen uit Genesis 3 (zoals in het hele oude Testament) wel is waar niet voor, maar de zaak zelf is toch te vinden. Over David staat er: “Het hart van David bonsde in hem, nadat hij het volk geteld had” (2 Sam. 24:10). Met “hart” zal op deze plaats vooral het geweten bedoeld zijn.

Hoe functioneert het geweten?

In het Nieuwe Testament komen we in tegenstelling tot het Oude Testament het woord geweten vaker tegen. We ervaren onder andere, dat men door het geweten enige kennis verkrijgen kan (2 Kor. 5:11), oordelen velt (1 Kor. 10:29) en getuigenis aflegt (Rom. 2:15; Rom. 9:1; 2 Kor. 1:12).

Het geweten dat voor of tegen ons getuigt, kan evenwel geen kracht geven om de juiste weg te kiezen – het maakt alleen op het goede en vooral op het kwade opmerkzaam. Dat is de grote functie van het geweten, die iedereen uit ervaring kent. Hoewel ook het geweten bij iedereen volgens dezelfde principes functioneert, zo zijn de oordelen van het geweten toch zeer verschillend. Waaraan ligt dat? Dat komt daardoor, dat het geweten in de loop van de tijd door vele invloeden gevormd en ontwikkeld wordt. En deze invloeden zijn bij ieder mens verschillend.

Wie voortdurend normenmaatstaven aangereikt krijgt die in tegenstelling met de bijbel zijn, gaat tenslotte zelfs het goede voor het kwade en het verkeerde voor het goede aanzien (Jes. 5:20).

Hoe gaan wij met het geweten om

Dat brengt ons tot de belangrijke vraag hoe wij met ons geweten omgaan. Welke prioriteit ruimen wij voor het geweten in? Hoe reageren wij op de protesten van het geweten? Hoe ondersteunen wij ons geweten, opdat het goed functioneert?

a) Het geweten moet niet de leidsman worden

Het geweten is geen absolute en onaanvechtbare maatstaf voor het leven van een gelovige. In 1 Korinthe zegt Paulus: “Want ik ben mij van niets bewust, doch daardoor ben ik niet gerechtvaardigd” (1 Kor. 4:4). Wij hebben daarom niet het recht om te zeggen, dat alles in orde is, wanneer ons geweten zwijgt. Want het zou kunnen zijn, dat het geweten door vele slechte invloeden beïnvloed is en daarom het afwijken van de goddelijke norm niet aanduidt.

Het geweten functioneert alleen goed, als het door het Woord van God gevormd wordt. Daarom moeten wij het geweten altijd weer daaraan scherpen. Het geweten zelf kan niet onze leidsman en maatstaf zijn. Deze rol komt de bijbel toe.

b) Het geweten mag niet genegeerd worden

Hoewel het geweten niet onze leidsman zijn kan, mogen wij de vermaningen van het geweten geenszins negeren. Dat zou zeer gevaarlijk zijn! Als wij op de waarschuwingslampen van onze auto moeten letten, dan nog veel meer die van ons geweten, het van God gegeven waarschuwingssysteem van onze ziel.

Elke zonde zwakt het geweten af. Wie voortdurend tegen zijn geweten handelt, maakt het gevoelloos en afgestompt. Aan het einde van zo’n ontwikkeling staat, dat men het goede geweten van zich afstoot en zo, wat het geloof betreft, schipbreuk leidt (1 Tim. 1:19).

We willen daarom naar ons geweten luisteren en overeenkomstig handelen (Rom. 13:7).

c) Het geweten moet ons niet knechten

Het geweten mag dus niet genegeerd worden. Maar het mag ons ook niet knechten, doordat het overdreven gevoelig reageert en ons gijzelt. We verliezen dan door zelfverwijten de vreugde in de Heer en doen mogelijk helemaal niets meer, omdat wij angst hebben, iets verkeerds te doen.

Wat moet ik doen, als ik merk dat het geweten overdreven eisen aan mij stelt en het mij regelrecht tot ellende wordt?

Het is ten eerste belangrijk eraan te denken, dat God de houding van ons hart ziet. Een gedachte die onwillekeurig in ons opkomt, of een niet geheel geslaagde formulering, die ons over de lippen komt, moet geen urenlang verdriet tot zich trekken. De apostel Johannes schrijft: “Als ons hart ons veroordeelt [het geweten is immers een functie van het hart!], God groter is dan ons hart en alles weet” (1 Joh. 3:20). God weet alles, Hij ziet ons hart, en Hij weet, hoe wij het bedoelen. Daaraan te denken, helpt juist een gevoelig mens zeer; maar het moet natuurlijk geen rustkussen voor de onverschillige zijn.

Ten tweede: Het geweten mag ons niet alleen het onrecht voorhouden, maar het moet er ook van getuigen, wat God gewerkt heeft. Het is een controle-instrument voor goed en kwaad. het geweten van Paulus legt getuigenis daarvan af, dat hij in eenvoudigheid en oprechtheid zijn weg gegaan was (2 Kor. 1:12). Als mijn geweten mij alleen maar plaagt, vervult het niet zijn volle functie. Ook hier geldt weer: Om de gehele werkzaamheid van het geweten te waarborgen, is een (voortdurende) nieuwe oriëntatie door Gods Woord nodig.

Verschillende toestanden van het geweten

het Nieuwe testament spreekt van verschillende toestanden waarin het geweten zich bevinden kan:

* Gereinigd geweten

Een gereinigd geweten is een geweten, dat door het bloed van Christus rein gemaakt werd (Hebr. 9:14). De zondaar heeft niet de geruststelling maar de reiniging van zijn geweten nodig. Iedere gelovige heeft een gereinigd geweten; het gaat hier niet om de praktijk van het leven.

* Volkomen geweten

Een volkomen geweten of voleindigd geweten wordt niet door religieuze werken verkregen, maar door het geloof in het werk van de Heer Jezus. Op deze wijze wordt het geweten van dode werken gereinigd en men wordt bekwaam, God werkelijk te dienen (Hebr. 9:9,14). Een gelovige heeft geen geweten van zonde meer (Hebr. 10:2), dat betekent dat zijn geweten niet meer het verwijt maakt, dat de zaak met God niet in orde zou zijn. Dat is een volkomen geweten! Ook dat is een principiële en niet een praktische aangelegenheid.

* Goed geweten

Een goed geweten te hebben, is belangrijk. Paulus schrijft, dat het einddoel van het christelijk gebod is: Liefde uit een rein hart en uit een goed geweten en uit ongeveinsd geloof (1 Tim. 1:5). Vele plaatsen spreken van een goed geweten (Hand. 23:1; 1 Tim. 1:19; Hebr. 13:18; 1 Petr. 3:16,21). Een goed geweten heeft diegene, die niet tegen zijn geweten handelt. Een goed geweten reikt tevredenheid uit. “Een zuiver (goed) geweten is het beste oorkussen”, zegt een spreekwoord terecht.

* Rein geweten

Van een rein geweten spreekt de apostel tweemaal (1 Tim. 3:9 en 2 Tim. 1:3). Het geweten is dan rein, als het in het praktische leven niet door zonde bevlekt is. Het is nauw verwant met het goede geweten.

* Zwak geweten

Een zwak geweten wordt ook door dingen bevlekt, dat op zichzelf geen zonden zijn (1 Kor. 8:7,10,12). Het wordt zeer gemakkelijk verwond en brengt gewetensbezwaren en irritaties met zich mee.

* Bevlekt geweten

Een bevlekt geweten is door de zonde verontreinigd. Dat is bij ongelovigen principieel het geval, maar kan helaas ook bij gelovigen voorkomen (Tit. 1:15; 1 Kor. 8:7).

* Kwaad geweten

Een kwaad geweten belast de ziel van hem, die iets verkeerds gedaan heeft. Zo iemand heeft (diep in zijn binnenste) angst voor het oordeel van God. Christenen zijn van een kwaad geweten gereinigd (Hebr. 10:22).

* Verhard geweten

Een verhard geweten is hard en ongevoelig, omdat de betreffende bewust en voortdurend tegen het Woord van God gehandeld heeft. In 1 Timotheüs 4 vers 2 wordt gezegd, dat het geweten als met een brandijzer gehard werd: Het geweten  is dus zo hard en vast, als wanneer een stuk koehuid met een brandijzer gebrandmerkt wordt.

Vergelijkingen met het geweten

Met de bijbelverzen over de verschillende toestanden van het geweten hebben we een panoramaoverzicht over het thema gekregen. Nu zou ik graag met enkele vergelijkingen het tot nu toe gezegde verdiepen willen en aanschouwelijker willen maken.

  • Het geweten is als een kerkklok. Men hoort het niet in de drukte en slaat er weinig acht op. Maar als alles rustig is, ziet de zaak er helemaal anders uit. We moeten niet zoveel “lawaai” in ons leven dulden, zodat we de stem van het geweten beter horen kunnen.
  • Het geweten functioneert als een venster en niet als een gloeilamp: Het laat licht in de ziel binnen, maar produceert geen eigen. De vensters van onze zielen moeten regelmatig gereinigd worden, opdat het licht van het Woord van God binnenstralen kan.
  • Een geweten is als een rechter. Een rechter fundeert zich op bestaande wetten en wijst geen nieuwe af. Zo handelt het geweten op grond van voorhanden zijnde richtlijnen en definieert geen eigen. Het geweten kan dan alleen juist oordelen, als het de richtlijnen en voorschriften van het Woord van God “kent” en toepast.
  • Het geweten is als een armbandhorloge. Zij moet altijd weer in overeenstemming met een betrouwbare maatstaf – bijvoorbeeld een zeer nauwkeurige atoomuurwerk – gelijkgesteld worden. De maatstaf voor het geweten is het Woord van God, dat wij dagelijks lezen moeten.
  • Het geweten is als een waakhond, als de zonde voor de deur legert. Slaat de hond aan, zal zijn bezitter daarop reageren. Op dezelfde wijze luisteren wij naar het geweten, om geen onaangename verrassingen te beleven. De hond moet echter goed opgevoed worden: Hij mag niet luid blaffen, als een vlinder voorbij vliegt, en hij mag niet gemoedelijk blijven liggen, als iemand brutaal over de schutting klimt. Evenzo willen we ons geweten opvoeden, zich bij werkelijk gevaar te melden.
  • Het geweten is als een jachthond, als er zonde gedaan werd. Een jachthond volgt met grote vasthoudendheid zijn prooi; en zo “jaagt” ons het geweten, als wij gezondigd hebben. Het is goed als wij onze schuld direct belijden en de aangelegenheid snel in orde brengen! Hebben we dat gedaan, heeft het geweten ook geen recht meer, ons deze zaken verder voor te houden.
  • Het geweten is als een weegschaal, die geijkt moet worden. Ons geweten moet daarbij niet op een veeweegschaal lijken, die kleinere gewichten helemaal niet aanwijst, maar een briefweegschaal, die direct reageert. We hebben een fijngevoelig geweten nodig.

Hoe wij met ons geweten omgaan, is beslissend voor ons leven als christen. We moeten ernaar streven, onze weg met een goed geweten te gaan. En we willen ons geweten aan de hand van het Woord van God dagelijks “scherpen”, opdat het goed functioneert.

Gerrid Setzer

WANT WIJ GELOVEN DAT WIJ EEN GOED GEWETEN HEBBEN, OMDAT WIJ IN ALLES GOED WILLEN WANDELEN (Hebreeën 13 vers 18).

© Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol