2 jaar geleden

Hebreeën 12 vers 2

… terwijl wij zien op Jezus, de overste leidsman en voleinder van het geloof, die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God.

De vreugde die vóór Hem lag

Wanneer de Zoon van God “de schande veracht” betekent dat niet dat Hij voor de Hem aangedane schande gevoelloos geweest zou zijn. Integendeel, in Psalm 69, waar we Hem aan het kruis zien, zegt Hij: “Ú kent mijn smaad en mijn schaamte en mijn schande; allen die mij benauwen zijn U bekend. Smaad heeft mijn hart gebroken en ik ben zeer zwak” (vs. 20,21a).

Is er ergens een mens die zulk lijden dieper ervaren heeft dan Hij? – Doch Hij heeft het voor niets geacht met het oog op de vóór Hem liggende vreugde. Nadat Hij overwonnen had, stond hij op het punt terug te keren naar de heerlijkheid om de ereplaats aan de rechterzijde van de Vader in te nemen. Hoe verheugde Hij zich op het ogenblik dat Hij tot de Vader terugkeren mocht, waar een volheid van vreugde en lieflijkheden aan Zijn rechterzijde op Hem wachtten. Een bijzondere vreugde bereidde Zijn hart de gedachte, dat de wil van de Vader volkomen uitgevoerd was en dat het werk wat Hij Hem te doen had gegeven tot Gods eer en verheerlijking volbracht was. Die “vreugde die vóór Hem lag” bestond dus voornamelijk daarin de wil van de Vader te doen (Ps. 40:9), veel vrucht te zien (Jes. 53:11) en tot de Vader terug te keren (Joh. 14:28).

Ook wij mogen weten dat de vreugde vóór ons ligt. Met het oog daarop moeten wij de moeiten van de weg gering achten en de smaad van Christus op ons nemen opdat iedere dag van het voor ons liggende jaar strekt tot verheerlijking van Zijn Naam.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol