11 jaar geleden

Gouden kandelaar (16)

Het geeft ons veel vreugde de 23ste Psalm te lezen in het licht van een heerlijkheid van onze Heer die we nog niet eerder gezien hadden. Hij, de Herder op de hemelse troon, leidt mij binnen in al die hemelse zegeningen en verkwikkingen. Hij doet dit tot lof van Zijn naam en om mij meer van Zijn grootheid en macht te openbaren … Terwijl de mensen die door de duivel in slavemij gebonden zijn, mensen die het heil niet hebben aangenomen, de eeuwige nacht en duisternis ingaan, is voor een kind van God het dal van de schaduwen van de dood alleen maar een doorgangspoort. Hoe donkerder het is, met des te groter vertrouwen mogen wij ons vastklemmen aan onze goede Herder …

Leven in de Geest

Hoofdstuk 5 (III)

Verkwikt in de Geest

Wye 1 - Stilte

Gij richt voor mij een dis aan

Het geeft ons veel vreugde de 23ste Psalm te lezen in het licht van een heerlijkheid van onze Heer die we nog niet eerder gezien hadden. Hij, de Herder op de hemelse troon, leidt mij binnen in al die hemelse zegeningen en verkwikkingen. Hij doet dit tot lof van Zijn naam en om mij meer van Zijn grootheid en macht te openbaren.

“Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen” (Psalm 23:5). Here Jezus, U hebt een volle overwinning behaald en aan alle machtige vijanden, de oversten en machthebbers der duisternis, alle macht ontnomen! De duivel heeft geen enkel recht meer iemand in zijn macht te houden, zeker niet iemand die Christus liefheeft. Voor allen geldt de roep, die later zal weerklinken voor het volk Israël in de eindtijd: “Waak op, waak op! Bekleed u met sterkte, Sion; bekleed u met uw pronkgewaden, Jeruzalem, heilige stad. Want geen onbesnedene of onreine zal meer in u komen. Schud het stof van u af, welaan, zet u neer, Jeruzalem; maak de banden van uw hals los, gevangene, dochter Sions. Want zo zegt de Here: Om niet zijt gij verkocht, zonder geld zult gij worden gelost. … Daarom zal mijn volk te dien dage mijn naam kennen, dat Ik het ben, die spreek: Zie, hier ben Ik” (Jesaja 52:13,6).

De overwonnen vijand moet machteloos toekijken hoe de goede Herder mij verkwikt met het verborgen manna, hoe Hij mij verkwikt met woorden van de Schrift, met de “rijkdommen van Zijn huis, met het heilige van Zijn tempel”. Ik ontvang een voorsmaak van dat wat in de heerlijkheid volmaakt het geval zal zijn: “De verlosten des Heren zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens” (Openbaring 7:15-17).

In de eeuwigheid vóór de tijd heeft God al Zijn verborgen wijsheid in een geheimenis neergelegd voor ons, voor onze heerlijkheid. En nu is de heilige Geest in ons hart gegeven, die ons vertrouwd maakt met alle vreugden en verkwikkingen die God al van eeuwigheid af voor ons heeft bestemd: “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben” (1 Korinthe 2:9; zie ook Openbaring 21:18).

Op de eeuwige bergtoppen straalt een helder morgenrood

“Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij” (Psalm 23:4). De weg van een gelovige gaat onder de leiding van de Here vaak door grote diepten en donkere verschrikkingen. Onze goede Herder weet dat dit nodig is voor ons om gelouterd en verdiept te worden. Maar Hij gaat zelf met ons mee daardoorheen, zoals we over de kinderen Israëls lezen: “In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd, en de Engel zijns aangezichts heeft hen gered. In zijn liefde en in zijn mededogen heeft Hij zelf hen verlost en Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van ouds” (Jesaja 63:9).

Terwijl de mensen die door de duivel in slavemij gebonden zijn, mensen die het heil niet hebben aangenomen, de eeuwige nacht en duisternis ingaan, is voor een kind van God het dal van de schaduwen van de dood alleen maar een doorgangspoort. Hoe donkerder het is, met des te groter vertrouwen mogen wij ons vastklemmen aan onze goede Herder, die Zijn rechterhand op ons legt en zegt: “Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk … Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon” (Openbaring 1:17,18; 3:21).

Wat mogen we gerust en blij zijn, als we zien op iedere dag die hier in deze wereld nog voor ons ligt! Ik mag me verheugen in de volle genade en goedertierenheid van mijn Heer en daarvan ieder uur verzekerd zijn. De grote Herder, die ons bij onze bekering op Zijn schouder heeft genomen, laat ons nooit weer los. Hij heeft op Zich genomen ons te brengen naar de eeuwige zaligheid en ons hier, door strijd en lijden heen, toe te bereiden voor de heerlijkheid.

Hoe belangrijk is het voor mij dat de Heilige Geest mij iedere dag omhoog kan heffen tot de volle zegen en tot de hoogte die voor mij bedoeld is, en dat ik in deze kracht geheiligd en overwinnend door het stof van het leven van elke dag zal gaan. O, dat in mijn korte tijd op aarde het hele wonderbare plan dat God voor mijn leven heeft gemaakt, tot volle uitvoering mag komen! “Ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen”!

Slot.

Oorspr. titel: “Vom Leben im Geist”, Christa von Viebahn

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol