2 weken geleden

God zorgt … (3)

Een verhaal door

HESBA STRETTON

Schrijfster van “Jessica’s eerste gebed”

Dit oude verhaal dat in boekvorm verscheen bij G.F. Callenbach in Nijkerk, kan uitstekend in de decembermaand gelezen én voorgelezen worden. Het is een aangrijpend verhaal over een heel armoedig gezin dat de zorg van de hemelse Vader mocht ervaren. Voor kinderen vandaag staat dit heel ver van hen af, aangezien zij vergeleken met hen in grote weelde leven. Toch wel eens goed om op deze wijze eens bepaald te worden bij het feit dat God zorgt voor al de Zijnen.

God zorgt voor de Zijnen

Zij legde haar grijze hoofd, vermoeid van het peinzen, tegen de muur en sloot haar angstige en starende ogen. De aanblik van haar zozeer geliefde woning vertoonde zich opeens voor haar geest. Zij zag haar in de winter, het dak met sneeuw bedekt en voorzien van lange ijskegels, die aan de vensters hingen; om de woning het tuintje, slapende gedurende de wintertijd, terwijl de wortelen en zaden in den beschermende bodem begraven waren. In de lente het jonge, frisse groen van de seringen en rozen, en de kamperfoelie die het overal omgaf. In de zomer overal bloemen en planten; en in de herfst, zoals zij het nog deze morgen gezien had, glimmend door de regen, maar toch van binnen gemakkelijk en droog als een gezellig ingericht nestje. Iedere bloem, die gedurende de zomer gebloeid had, de vruchtbomen, beladen met vruchten, de lange rijen erwten en bonen, alles stond haar even duidelijk voor de geest, en zij vroeg zichzelf af of het wel mogelijk was, dat dit alles zou kunnen groeien en bloeien zonder haar toezicht en zonder dat zij er zorg voor droeg.

Toen kwamen er andere beelden voor haar geest. Zij zag zich als een klein kind, dat over de drempel van de deur kroop; als een meisje, dat reeds in en uit kon lopen en met vader en moeder babbelde; als een groter meisje, dat reeds naar school ging en daar prijzen kreeg, die zij vol blijdschap mee naar huis bracht, en later, toen Amos om haar hand kwam vragen, hoe zij toen, naast haar moeder gezeten, beefde en bloosde, als zij de klink der deur hoorde overgaan. En daarna al die jaren, die lange reeks van veertig rustige, gelukkige jaren, die zij onder het oude dak beleefd had, zodat zelfs ieder levenloos voorwerp haar lief was geworden. Er was geen enkele spijker in de muur geslagen, noch een enkel lapje op het oude dak gezet, zonder dat zij er van wist, en daar zij aan niet veel anders te denken had, zo kon zij zich ook bijna dag en uur herinneren, waarop de geringste verandering was aangebracht.

Johanna werkte die dag niet. Zij zat maar stil in het armoedige kamertje, en dacht niet aan koude, vochtigheid of honger; zij dacht aan niets dan aan die vreselijke brief. Zij vergat zelfs de spijs te nuttigen, die zij had meegenomen. Zij kwam slechts tot één besluit, namelijk om haar geheim, zolang zij slechts kon, voor zich te houden, en haar man en haar dochter er niet mee bekend te maken.

Waarom zouden Amos en Charlotte zoveel moeten lijden, als zij zelf nu leed, vóór zij alles gedaan had, wat zij doen kon? Alleen zocht zij, in een innig gebed tot God, hulp en uitkomst in deze benauwdheid.

Het viel haar die avond zeer moeilijk om naar huis terug te keren. Zij moest zich houden, zoals zij gewoonlijk was, vrolijk en geneigd om wat te praten, allerlei vragen stellend naar hetgeen zij die dag gedaan hadden, terwijl haar hart bijna brak onder die voor haar en haar dierbaren zo ontzettende tijding. Maar zij deed haar best en klaagde over niets, omdat Amos er anders zeer zeker op zou aangedrongen hebben, om met dat ongunstige weer er zelf weer op uit te gaan. Een paar dagen daarna, toen het weer wat zachter geworden was, en Amos zijn gewone wandeling weer wilde ondernemen, had Johanna een voorwendsel uitgedacht om eens naar Norton te kunnen gaan. Zij kende dat stadje heel goed, daar Amos er zolang in het ziekenhuis gelegen had.

De zaakwaarnemer, van wie zij de bewuste brief gekregen had, was op zijn kantoor en na een ogenblik gewacht te hebben, werd zij bij hem toegelaten. Hij was een zwaar gebouwd man, wat hooghartig in zijn manieren, en hij stelde niet het minste belang in zulk een eenvoudig geklede vrouw, wier landelijk uiterlijk niet veel welsprekender was dan haar woorden. Zij had maar zeer weinig woorden tot haar dienst, om te bepleiten, wat toch voor haar zulk een belangrijke zaak was.

“Vrouwtje,” zei hij eindelijk, bijna knorrig, “ik heb echt geen tijd om langer met u te praten. Ik heb de opdracht gekregen om het huisje te verkopen‚ en er is mij reeds 1800 gulden1 voor geboden; als u er meer voor wilt geven, dan kunt u het krijgen; zo niet, dan moet u ervoor zorgen, dat u er met Kerstmis uit bent.”

Dat stond nu waarlijk wel gelijk met het uitspreken van een doodstraf. Het huisje zou verkocht worden. Kon zij er meer dan 1800 gulden voor bieden? Zij zou er evengoed aan gedacht kunnen hebben om een gedeelte van de kroonjuwelen te kopen. En vóór Kerstmis moest zij het reeds verlaten! Wel, dat was nog maar zes weken, en Amos noch Charlotte hadden tot hiertoe er het minste besef van. Zij liep weer naar huis, er over peinzende, niet wetende wat nu te doen. Het was haar alsof haar een dolk in de hand was gegeven, en haar geboden was om daarmee de harten van de beide door haar zozeer geliefde huisgenoten te doorboren. Zij deed haar best om het gevoel van wanhoop dat haar bezielde, te overwinnen, en gedurende enige dagen deed zij zelfs met sterke opgeruimdheid haar gewone werkzaamheden. Toch knaagden de bitterste droefheid en de vreselijkste angst aan haar hart. Haar enige troost vond zij in die dagen, waarop Amos genoodzaakt was thuis te blijven, en zij alleen langs de eenzame paadjes kon lopen, onopgemerkt door die vier ogen, welke haar aangezicht zo nauwkeurig gadesloegen, terwijl zij haar kracht zocht in een stil gebed tot de Heere om verlossing uit de nood.

Eindelijk kwam echter de tijd, dat zij het onmogelijk langer kon verbergen en haar man en Charlotte moest bekend maken met wat hen even diep zou treffen, als haar eigen hart er door verwond was. Het werd nodig, een onderdak te zoeken dat hun bescherming zou kunnen aanbieden, want de decembermaand naderde reeds met rasse schreden, en op Kerstdag moest het oude huisje reeds door hen ontruimd zijn.

Wordt vervolgd.

NOOT:
1. 1800 gulden = ruim € 816.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol