1 jaar geleden

Geloven concreet (13)

Wat verwachten we? – Wie verwachten we?

In Johannes 14 vers 1-3 zegt de Heer Jezus tegen Zijn discipelen:

“Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij! In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, <want> Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”.

1. Lees de bovenstaande tekst een paar keer zorgvuldig door.

2. “Laat uw hart niet ontroerd worden”.

Wat is er gebeurd? Waarom zijn ze zo treurig? Ach, de Heer heeft zulke harde woorden tot hen gesproken! Stel je voor:

• Een van de twaalf discipelen zal Hem …………………………………………………

(Joh. 13:21);

• En Petrus, één uit de innigste kring, zal Hem ………………………………………….

(Joh. 13:38);

• En om het ongeluk te voltooien, had hun Meester tegen Petrus

gezegd: “Waar Ik heenga  ………………………………………………………………………… “

(Joh. 13:36).

Nee, het is geen wonder dat de discipelen zo depressief zijn, zo hopeloos.

3. Let nu goed op! Hij, die eerst zulke harde woorden had moeten spreken, komt nu om hen te troosten. Hij troost hen met Zijn warme, medelevende hart.

Vul de ontbrekende woorden op de stippellijnen in.

Hij zegt in Johannes 14 vers 1-3: “Laat uw hart niet …………………………………………… ;

Hij gaat heen om hen ……………………………………………. ;

en Hij zal ……………………………………………….. ;

Hij beloofde het Zelf: “En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat

………..……………………………………… waar Ik ben”.

Zijn dit geen troostende woorden? Is dit niet een smarten stillende balsem voor hun wonden? Dus wij verwachten dat de Heer Jezus weer terug zal komen!

4. De Heer komt weer terug. Hij komt terug om ons en de discipelen in het huis van Zijn vader te brengen. Hij wil graag dat wij bij Hem zijn. Je kunt dit lezen in Johannes 17 vers 24. Daar zegt de Heer Jezus: 

“Vader, ……..……………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….………………,

die U Mij hebt gegeven”.

5. Een jongeman, verloofd, wacht met spanning op de trouwdag. Hij is niet eerder volkomen gelukkig, totdat zijn bruid voor altijd bij hem is. Zo, maar nog veel sterker, verlangt de Heer Jezus ernaar om ons bij Zich te hebben. Hij zegt heel nadrukkelijk tegen Zijn Vader: “Ik wil”. Zo’n uitdrukking is terug te vinden in Lukas 5 vers 12-13.

Aan wie zegt de Heer Jezus: “Ik wil, wordt gereinigd”?

…………………………………………………………………………………………… .

6. En hoe zit het met ons? Hebben wij ook het verlangen om bij Hem te zijn? Een moeilijke vraag, toch? Natuurlijk, als je oud bent, of als het heel moeilijk wordt in je leven, dan wens je natuurlijk meer, dat de Heer Jezus weer zal komen. Maar wat als je nog jong bent en zoveel plannen hebt? Dan moet je denken aan Herm, die zoveel van je houdt dat Hij zelfs zijn leven voor jou heeft gegeven. Zou je niet graag je Verlosser zien, om Hem, samen met alle gelovigen, te danken en Hem te aanbidden?

………………………………………

In 1 Thessalonicenzen 1 vers 9-10 staat dat de Thessalonikers zich van afgoden tot God hadden bekeerd “om de levende en waarachtige God te dienen …”. Wat staat er verder nog meer in die verzen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………… toorn”.

7. De belangrijke vraag die daarop volgt, is wanneer de Heer Jezus terugkomt. De discipelen vroegen het de Heer ooit en ontvingen het antwoord (Matth. 24:36):

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

En in Handelingen 1 vers 7 zegt de Heer Jezus tot Zijn discipelen:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. En toch is er een goed antwoord op de vraag wanneer de Heer Jezus weer zal komen! Je kunt het vinden in het laatste hoofdstuk van het laatste Bijbelboek. In Openbaring 22 vers 7 lees je daarover:

“En zie, ………………………………………………………………………………………….……………”;

in Vers 12: “Zie, …………………………………………….……………………………………….…”;

in Vers 20: Hij die deze dingen getuigt, zegt: “Ja, Ik ………………………………………………….

………………………………”.

Het antwoord op de vraag wanneer Christus terug zal komen is heel eenvoudig: Ik kom spoedig! Elke dag brengt ons dichter bij dit belangrijke moment, en veel dingen die nu in de wereld gebeuren, bewijzen dat ons dat.

9. “Weet dit eerst, dat er in [het] laatst van de dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen en zeggen: Waar is de belofte van Zijn komst?” (Lees 2 Petrus 3:3-4). Hoewel er velen zijn die dit denken, stelt de Heer de belofte niet uit, maar Hij is geduldig (lankmoedig) omdat Hij dat niet wil dat

……………………………………………………………………………………………………….……………….

(2 Petr. 3:9)

10. God wil niet dat mensen verloren gaan, maar gered worden. Welk vers in 1 Timotheüs 2 zegt dat ook zo duidelijk? Vers …………… .

Dat is waarom Hij nog steeds wacht! Want wanneer de Heer Jezus terugkeert, is het voor altijd te laat voor allen die het evangelie horen en het niet hebben geloofd. Een zeer ernstige zaak, nietwaar?

11. In Mattheüs 25 vers 1-13 vind je een gelijkenis van een bruidegom die kwam toen iedereen sliep. Wie ging mee in de trouwzaal toen geroepen werd: “Zie de bruidegom! Gaat uit, <hem> tegemoet!”?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Waarom konden zij meegaan en het feest vieren, terwijl de anderen te laat kwamen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Een lamp is niet genoeg, er moet olie in zitten! Olie – dat betekent de Heilige Geest, waarvan de olie een beeld is – krijgen we, wanneer we met ons hele hart in Jezus Christus geloven. Iedereen die dat doet, heet niet alleen ‘christen’ (heeft niet alleen een lamp), maar hij of zij is er ook werkelijk een.

© www.bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol