7 maanden geleden

Geloven concreet (09)

Een opdracht (opgave) voor ons

Je denkt misschien, dat “getuigen” slechts de taak zou zijn van predikers en evangelisten. Dus de taak van een speciale groep gelovigen die een speciale toestemming van de Heer daartoe hebben ontvangen. Dat is niet het geval! Elke christen wil de Heer gebruiken om van Hem te getuigen. De leeftijd doet er niet toe. Laten we dit toelichten met een voorbeeld uit de Bijbel.

1. Zoek Handelingen 8 op.

Wat leren we over de gemeente in Jeruzalem in vers 1?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Wat gebeurt er daar met de gelovigen en waar gaan ze naar toe?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Welke groep wordt verteld dat ze niet verstrooid werden?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Waar verbleven ze dan (vs. 14)? In ……………………………………………………………

Wat deden deze eenvoudige gelovigen, die de stad ontvluchtten om hun leven te redden (vs. 4)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Hoewel ze geen evangelisten zijn!

2. Wij worden niet gevolgd. We leven in een land waar we vrij zijn en openlijk over de Heer Jezus mogen spreken. De vraag is echter hoe we daarmee aan moeten. Welnu, de Bijbel geeft ons een duidelijk antwoord op die vraag. Welk antwoord geeft ons Markus 5 waar we de “genezing van een bezetene” vinden (vs. 1-20)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Bezeten? Wie had deze man in zijn macht? …………………………………………

Waar woonde hij? ……………………………………………………………..

Deze man was gewoon niet te temmen. Wat had men dan al  uitgeprobeerd?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Hij schreeuwde en sloeg zichzelf met stenen. Wat een vreselijke toestand!

4. De Heer weet dat, daarom gaat Hij speciaal voor deze man naar de andere kant van het meer. Wat gebiedt Hij daar (vs. 8-9)?:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Wat is het gevolg (vs. 15)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Het is geen wonder dat deze man graag bij de Heer Jezus wil blijven (vs. 18). Staat de Heer dat toe?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Welke opdracht krijgt hij?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. “Ga naar uw huis tot de uwen”.

Het kan gewoon niet duidelijker. We moeten thuis beginnen!

Dat is zeker niet de gemakkelijkste weg. Maar het is wel bijbels! Andreas deed dat ook. We lezen driemaal dat hij mensen naar de Heer leidde. Maar wie vindt hij het eerst (Joh. 1:41)?:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. Nu weer terug naar Markus 5. Wat moest de man die bezeten was geweest, vertellen?

1. …………………………………………………………………………………………….……………………..

2. .………………………………………………………………………………………………….……………….

Hij begon thuis en ging later naar de stad om te getuigen over Jezus. We hebben zelfs gelezen dat hij in ……………………………….. predikte (vs. 20).

Wat is de betekenis van die stad en wat zegt dat over deze man?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Hoe reageerden de mensen toen zij hem hoorden spreken over de Heer Jezus?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Hebben ze naar hem geluisterd? ……………………

Toen de mensen in dit gebied hun varkens verloren door dit wonder van de Heer Jezus, wat vroegen ze Hem toen (vs. 17)?:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Maar let op! Toen de genezen man naderhand door het gebied trok en de mensen vertelt wat de Heer aan hem gedaan had, veranderde de situatie. Later, toen de Heer Jezus naar dit land terugkeerde en zij Hem herkenden, wat gebeurde er toen (Marcus 6: 53-56)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. We moeten dus thuis beginnen en dan langzaam de cirkel vergroten. Vertel broers, zussen, neven, nichten, vrienden, vriendinnen, buren, buurjongens en buurmeisjes, enz., wat de Heer voor ons heeft gedaan.

Wat is onze opdracht, hoe beschrijft Handelingen 1 vers 8 dit?

1. ………………………………………………………………………………………….……………….

2. ………………………………………………………………………………………….……………….

3. ………………………………………………………………………………………….……………….

Wat moest de Heer Jezus doen om u, jou te redden van de macht van satan (Hebr. 2:14-15)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

10. Betekent ‘getuigen’ dat we hele toespraken moeten houden? Nee, zeker niet! Een enkel woord kan al genoeg zijn. Ik denk aan een meisje uit 2 Koningen 5 vers 1-3. Wat had zij eenvoudig gezegd om haar heer te helpen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

11. Misschien denk je bij jezelf: “Ik ken de Bijbel zo weinig, wat kan ik je erover vertellen? Iemand anders kan het beter doen. “Let goed op! Eén jongen had slechts vijf kleine broden en twee vissen. Tegenover hem stonden 5000 mannen met een hongerige maag. Kon de Heer dit weinige gebruiken? …………………………….

Wat deed Hij daarmee (Joh. 6:5-15)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Daarom, als je weinig kunt doen, ga daarmee naar de Heer. Vraag om kracht, hulp en wacht op wat de Heer ervan maakt.

12. Nog een moeilijkere vraag tot slot:

Ken je (in verband met vraag 1) de uitdrukking: “Het bloed van de martelaren is het zaad van de kerk?” Wat betekent dat?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

© www.bibelkurs.com

 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol