11 jaar geleden

Exodus 34:34

Nadat Mozes veertig dagen en veertig nachten op de berg Sinaï bij God was geweest, straalde zijn aangezicht. Waarom? Omdat hij met God gesproken had! Dit stralen was zó sterk dat Aäron en het volk bang waren om hem te naderen, toen hij terugkwam. Mozes zelf merkte daar niets van. Het was ook niet de werking van zijn persoonlijke uitstraling, zoals men bij oppervlakkig lezen zou kunnen denken. Dit ‘stralen’ was veeleer de weerkaatsing van de heerlijkheid van God. Zolang dat aanwezig was, legde de bescheiden man Mozes een ‘bedekking’ op zijn gezicht, als hij voor het volk trad. De kinderen van Israël konden de glans van de heerlijkheid van God niet verdragen.
Op het moment dat hij echter voor God trad, deed Mozes de bedekking weg. God sprak met hem van mond tot mond op directe wijze en Mozes aanschouwde de "gelijkenis des HEEREN" (Numeri 12:8).

Aan de hand van deze gebeurtenis laat Paulus ons in 2 Korinthe 3 zien, dat wij als gelovigen niet alleen door de Geest levend gemaakt zijn, maar eveneens een bevoorrechte, directe toegang tot onze Heer en God hebben, net als Mozes.
En zo kunnen wij ook de geestelijke werking ondervinden van de tegenwoordigheid van God.
Geheiligd door de Geest van God (1 Korinthe 6:11), gaan wij in geloof met vrijmoedigheid naar onze Heer. Als wij veel en graag in de stralen van Zijn heerlijkheid zijn, om zo te zeggen: onder Zijn ogen, staan wij onder Zijn directe invloed en anderen zullen aan ons het beeld van Christus dan ook zien.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol