7 jaar geleden

Eén ding is nodig … ook in het nieuwe jaar

Er zijn vele dingen die ons bezig kunnen houden. Dat zullen we allen moeten en kunnen beamen. Graag zouden we het anders zien. Laten we wel zijn … op Martha te lijken wil eigenlijk niemand van ons. Maar toch zeggen we vaak: Ik ben zo druk … druk … druk! Een uitdrukking die we in onze dagen veel tegen komen immers. Het is vast heel goed om zo aan het eind van het jaar ook eens stil te staan bij het ‘éne ding’. Wat dat betreft, kunnen we veel leren van Maria. Dit lijkt zo eenvoudig, maar is het dat ook? Daarom lezen we eerst dat gedeelte uit de bijbel, het Woord van God …

“Het gebeurde, toen zij onderweg waren, dat Hij in een dorp kwam. En een vrouw van wie de naam Martha was, ontving Hem in haar huis. En zij had een zuster die Maria heette, die ook aan de voeten van Jezus zat en naar Zijn woord luisterde. Maar Martha was druk bezig met bedienen. Nadat zij erbij was komen staan, zei zij: Heere, trekt U het Zich niet aan dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg toch tegen haar dat zij mij helpt. Jezus antwoordde en zei tegen haar: Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen” (Lukas 10:38-42).

De Heer Jezus reisde rond en kwam in het dorp waar Martha en Maria woonden. Martha had blijkbaar een eigen huis. Iets wat ook niet iedereen kon zeggen. Net als in onze tijd. Ze was dus best “bemiddeld”. Martha was wel gastvrij. Een zeer kostbaar iets, ook voor vandaag. Zijn wij, u en ik ook wel zo gastvrij? Zegt ons Gods Woord daarover ook niet het een en ander? Zeker! God spoort ons aan met de woorden: “Laat de broederliefde blijven. Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden” (Hebr. 13:1-2). Maar Hij kent ook onze harten, en zegt op een andere plaats: ”Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren” (1 Petr. 4:9). Dat laat ook zien dat wij in ons hart wel eens ontevreden kunnen zijn als iemand op onze weg komt en gastvrijheid nodig heeft. Voor ons gevoel komt dat soms wel eens ‘ongelegen’. Laten we deze vermaning ter harte nemen en “zonder mopperen” gastvrijheid betonen. Juist tijdens deze christelijke feestdagen ook ons hart en ons huis open zetten voor elkaar. Het woordje ‘elkaar’ geeft aan dat het niet alleen een toevallige gast is aan we gastvrijheid mogen verlenen, maar het gaat ook en hier vooral om hen met wie we veel contact hebben, brusters uit de gemeente waartoe je zelf behoort. Ja, ook die zuster die wel eens lastig is en die broeder die je liever niet aan tafel hebt. Gastvrijheid heeft ook alles te maken met het “elkaar liefhebben”.

Wat de gastvrijheid betreft vinden we ook in het Oude Testament Abraham als voorbeeld (zie Gen. 18). Zonder morren!

Van Martha lezen we aanvankelijk niet dat zij moppert. Zij doet flink haar best om het de Heer Jezus naar de zin te maken. Dit achtte zij ook als haar eerste en voornaamste plicht. Maar zij ontving Hem in haar huis. Hebt u, heb jij dat al gedaan? Hem ontvangen in je (levens)huis? Betekende dat dan vervolgens voor u en mij toen wij Hem ontvingen – Die in liefde naar ons zocht -, dat we ook net als Martha zó druk bezig waren, zó in beslag genomen werden door veel dienen; of, zoals je het ook kunt lezen “we afgetrokken werden door veel dienen”?

Luisteren

Voor we hierop verder ingaan, moeten we eerst nog Maria introduceren. Je zou haar bijna vergeten, ze was ook zo stil. Ja, vind je het gek, zij zat ‘ook’ aan de voeten van Jezus. Dat woordje ‘ook’ laat zien, dat je dit bij haar zuster Martha niet vond. Hierin vormde zij een gelukkige uitzondering. Want één ding is zeker: de meest gelukkige plaats is aan Zijn voeten. Maar wat deed zij daar dan? Wel, zij luisterde naar Zijn Woord! Dit deed zij het liefst en vond zij het allerbelangrijkste. Maar misschien moeten we ook wel eens herinnerd worden aan het feit dat het woordje “ook” laat zien, dat Maria best dienen wilde. Er staat ook helemaal niet dat Maria niet gediend heeft! Misschien had zij dat ook wel ‘voldoende’ gedaan, maar gaf vervolgens terecht de voorkeur aan het zitten aan Zijn voeten. Terecht? Ja, omdat de Heer Jezus dat ook hier juist duidelijk maakt, in dit gedeelte met de woorden: “Slechts één ding is nodig”. Zij gaf onze Heiland de gelegenheid om tot haar te spreken. Zij ging er eens extra voor zitten. Misschien heeft de Heer haar wel een wenk gegeven. Dat kon bij haar immers ook wel want haar hart ging naar de Heer uit, zij wilde voor het goede deel kiezen. Martha kon de wenken van de Heer niet eens opmerken want zij was heel erg druk met allerlei dingen.

Ja, ‘luisteren’ is ook voor ons een heel belangrijk onderdeel van ons Christen-zijn. Van Hem immers moeten we onze instructies ontvangen, van Hem moeten we raad ontvangen in moeilijke en makkelijke situaties, van Hem moeten we troost ontvangen in moeilijke en verdrietige omstandigheden, van Hem mogen en moeten we immers allen leren. Dat alles kan alleen aan Zijn voeten! Daar leren we Zijn liefde kennen, ja Hemzelf! “Spreek HEERE, want Uw dienaar luistert”, zal ook het devies voor ons – net als bij Maria – moeten zijn. We lezen in 1 Samuël: “Toen kwam de HEERE en bleef daar staan; en Hij riep zoals de andere keren: Samuël, Samuël! En Samuël zei: Spreek, want Uw dienaar luistert” (1 Sam. 3:10). Ook vandaag roept de Heer ons bij naam en mogen wij Hem ook antwoorden: “Spreek, want Uw dienaar luistert”. Hoelang is het geleden dat u en ik deze stem gehoord hebben? Hoe lang is het geleden dat u en ik geluisterd hebben? Hoelang is het geleden dat u en ik aan Zijn voeten zaten? Om te gaan zitten moet je je bukken. De enige juiste houding als we bij Hem zijn.

Maria heeft het goede deel gekozen. Het is dus een keus. Geen zware verplichting, die je al zuchtend doet. Het is een uiting van een hart dat vol liefde klopt voor de Heiland. Liefde dat een antwoord geeft op de liefde van Hem Die Zijn leven uit liefde voor ons aflegde in de dood. Zoals Johannes het in zijn eerste brief zegt: “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefhad” (vs. 19). Dit is de liefde van God die door de Heilige Geest in onze harten is uitgestort (Rom. 5:5). Deze liefde is genegen en wil niet anders dan ‘luisteren’ naar Zijn stem.

Indien ik de talen der mensen sprak

En der engelen taal,

In ware, zo mij de liefde ontbrak,

Een luidende schel, een klinkend metaal.

 

Indien ik de toekomst las

En profeteerde,

En alles, wat verborgen was,

Verstond en leerde,

Indien ik dat geloof bezat,

Dat bergen verzet, maar de liefde niet had,

Ik ware niets – een ledig vat.

 

Indien ik ook tot onderhoud

Van de armen al mijn goed en goud

Had uitgedeeld, zo ik mijn leven

Als offerande had gegeven,

Indien ik mijn lichaam verbranden liet,

Wat nuttigheid zou het mij geven,

Had ik de liefde niet.

Lukas 10:42; 1 Kor. 13:1-4
Jacqueline E. van der Waals

Druk … druk … druk …

Maar hoe ging het met die andere zuster, met Martha. Wat we hierboven beschreven hebben over Maria, ontging Martha totaal helaas. Zij was “druk … druk … druk”. Iets wat we vandaag maar al te goed kennen. Is het niet zo dat velen zelfs al zo ver gekomen zijn, dat ze denken: Eerst de business – lees de centen -, dan mijn ziel. Deze (hebzuchtige) houding vinden we ook terug in de bijbel bij een rijk man. Hij had goed geboerd: “En hij overlegde bij zichzelf en zei: Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte om mijn vruchten op te slaan” (Luk. 12:17). Als we deze gelijkenis verder lezen zien we telkens dat hij zegt: ‘ik zal dit en ik zal dat’. Alles was op hemzelf gericht. Daarom overlegde hij oo met ‘zichzelf’ en niet met God. Op een gegeven ogenblik zegt hij: “Ziel, u hebt veel goederen liggen voor veel jaren. Neem rust, eet, drink en wees vrolijk” (vs. 19). Precies het streven wat we vandaag bij veel mensen en helaas ook bij veel gelovigen tegen komen. Maar de Heer Jezus zegt dan onomwonden met duidelijke woorden: “Maar God zei tegen hem: Dwaas! In deze nacht zal men uw ziel van u opeisen; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? Zo is het met hem die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God” (vs.20-21). Moet God dat ook tegen u zeggen, die dit leest? Hebt u het ook zo druk met het vergaren van veel goederen, met rijkdom? Bent u druk met het dienen misschien om een goede plaats te verwerven in de maatschappij en hebt verder geen tijd meer om u bezig te houden met de eeuwige dingen, met de dingen van God? Dingen die er werkelijk toe doen, want je kunt immers niets inbrengen in deze wereld maar er ook niets uit meenemen (zie 1 Tim. 6:6-10). Godsvrucht, daar komt het op aan. Dit gaat gepaard met tevredenheid, dat wil zeggen vrede hebben en dankbaar zijn met datgene wat we ontvangen van God. Eerst het koninkrijk van God zoeken, zoals de Heer Jezus dat zelf heeft gezegd (zie Matth. 6:19-34).

Maar Martha was heel druk met het dienen. Dat was voor haar toen het belangrijkste. Gelukkig is dat wel bij haar veranderd en hoeft er geen vermaning meer voor haar te komen (zie Joh. 12:1-3). Maar in Lukas 10 was zij heel erg bezorgd en verontrust over ‘vele’ dingen. Waar zij mee bezig moest zijn, verwaarloosde zij. Zij nam het Maria nogal kwalijk dat zij haar alleen liet dienen. Dat was tenminste haar visie. Ze kwam bij de Heer en Maria staan – Maria zat – en zei verwijtend: “Heere, trekt U het Zich niet aan dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg toch tegen haar dat zij mij helpt” (vs. 40). Ze sprak de Heer er zelfs op aan, dat Hij het zich niet aantrok dat zij zo druk was. Zo lopen wij ook gevaar om zo bij de Heer aan te kloppen en Hem te zeggen dat er ‘brusters’ zijn die er de ‘kantjes aflopen’, die het ‘goede deel’ (vs. 42) schijnbaar niet zo belangrijk vinden. Maar laten wij nooit vergeten dat het goede deel een keus is. “Maria heeft het goede deel uitgekozen”. Die kunnen we nooit aan iemand opdringen. Wat we wel kunnen doen is te laten zien wat dit goede deel voor óns betekent en er van ‘uitdelen’. Als we aan Zijn voeten gezeten hebben zullen de Martha’s dat moeten kunnen merken aan ons. Staan we dan nog klaar met verwijten? We lezen ook niet van Maria dat zij met verwijten kwam dat Martha niet aan de voeten van de Heer zat. Als er met de Martha’s gesproken  moet worden, kunnen we dat met een gerust hart aan de Heer overlaten. Dat vinden we ook hier duidelijk. De Heer antwoordt hier Martha. Hij wijst haar op het “goede deel”, dat Maria gekozen had. Hebben wij het goede deel al gekozen en volharden we ook in die keus? Dat zal ons zeker niet afgenomen worden!!! (vs.42)

En Martha? Ongetwijfeld heeft ook zij nagedacht over wat de Heer haar had gezegd. Zoals al aangegeven hierboven, vinden we haar in Johannes 12 en ook daar diende zij. Maar daar geen verwijt van de kant van de Heer. Haar dienst paste ook volkomen met de situatie daar en er was niet een overdreven haast om te dienen en van alles en nog wat te regelen. Er was daar een maaltijd, een beeld van gemeenschap. En “Martha diende”. Eenvoudigweg! Dat is namelijk ook noodzakelijk. Er moet ook gediend worden. Een christen kan niet alleen aan de voeten van de Heer zitten, niet alleen aanbidden – waar Maria hier een beeld van is – maar er moet ook een uitoefening zijn van de gaven en talenten die de Heer gegeven heeft aan de Zijnen. Alles op Zijn plaats en op Zijn tijd.

Wat wel van belang is en blijft dat we ons dienen laten geboren worden aan Zijn voeten. Vanuit de gemeenschap met Hem. Hij kan – en wil ook graag – ons door Zijn Woord en Geest inspireren. Daar moeten we dan wel tijd voor reserveren en ons niet laten inspireren door de virus “druk, druk, druk”. Wat een liefde en geduld had de Heer Jezus voor Martha en Maria en Lazarus … en heeft Hij voor ons. Hij had hen lief, leert ons Johannes 12. Zo heeft Hij ook ons lief en wil ons zeker ook in het nieuwe jaar inspireren met Zijn liefde en genade om veel aan Zijn voeten te zitten maar ook om Hem ijverig te dienen. “Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere” (1 Kor. 15:58).

Hoe meer we aan Zijn voeten van Hem leren, Hem leren kennen, hoe meer ook onze harten gaan branden voor Hem om Hem te dienen, om zegen om ons heen te verspreiden. Door het Woord van God en door gebed komen we in Zijn licht en zullen we ongetwijfeld mogen groeien naar Hem toe.
Ik denk hierbij aan het volgende lied:

Ja, dat Woord van U, o Heere,

is een onuitputb’re mijn;

zij ‘t ons streven, ons begeren,

delver in Zijn schoot te zijn.

Hieruit schatten te vergaren,

houdt een rijke zegen in;

en Uw Geest wil ons verklaren

van elk woord de rechte zin.

 

Doch niet louter tot vergaren

van die schatten spoort G’ons aan;

Heer, Uw Woord getrouw bewaren

èn te doen sta bovenaan.

Houden we ook, wat wij ontvingen

nimmer voor onszelf alleen;

elk spreid’ uit zijn zegeningen

nieuwe zegen om zich heen.

– Geestelijke Liederen 171 –

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol