11 jaar geleden

Eenzaamheid (2 – slot)

De vorige keer hebben we de eenzaamheid gezien in het huwelijk, in de ongehuwde staat en iets van de eenzaamheid van de Heer Jezus in Zijn leven hier op aarde. Maar nu zou ik willen wijzen op wat we zouden kunnen noemen “het toppunt van de eenzaamheid”. Daarvoor herinner ik u aan wat er op Goede Vrijdag gebeurde op Golgotha. Hopelijk is het bij ons niet zo dat ons geloofsleven alleen maar tikt op de klok van het kerkelijk jaar … Om de eenzaamheid in ons leven te benoemen, kunnen we dus toch niet voorbij aan dat wat de Heer Jezus heeft doorgemaakt op het kruis van Golgotha. Dat zal ons zeker kunnen helpen om in onze eenzaamheid niet verbitterd te raken of ten onder te gaan in zelfmedelijden. Mochten we hierin ooit geraken of – terwijl u dit leest, er u midden in bevinden – is het toch goed om naar Hem te kijken (omhoog) en niet langer naar binnen (omlaag) …

Gethsémané

In de hof van Gethsémané heeft onze Heiland het lijden als gevolg van de wil van de Vader in al zijn verschrikking gezien. “Vader, als U het wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; moge evenwel niet Mijn wil maar de Uwe gebeuren” (Lukas 22:42). Hoewel het “Zijn spijze” was de wil van Zijn Vader te doen (Johannes 4:34), betekent dit nog niet dat Hij stoïcijns dit alles ondergaan heeft. Hij heeft als Mens onder ons gewandeld en geleefd. Hij was de Zoon des Mensen immers!

In Gethsémané gevoelde Hij reeds de last in al zijn verschrikking, in al zijn volheid. Het was de beker van de toorn van God en dat wist de Heer Jezus. Ook hier was de Heer Jezus alleen. Terwijl Hij streed, “sliepen” Zijn discipelen (Lukas 22:45). En ook herinnert hier de Heer Jezus ons er aan dat Judas Hem zou overleveren. “Staat op, laten wij gaan; zie, hij die Mij overlevert is nabij” (Mattheüs 26:46). Wat een lijden … wat een eenzaamheid. De liefde van onze Heiland ging ook uit naar Judas en gaf deze kansen om terug te keren, maar Judas koos voor de nacht, voor satan (vergelijk onder ander Johannes 13:30; Mattheüs 26:47-50). Maar … het zou nog erger worden!

De gevangenneming

We kunnen wel op Petrus neerzien misschien – hoewel dat heel gevaarlijk en onjuist is – maar als we de geschiedenis verder volgen vanaf Gethsémané zien we de gevangenneming van de Heer Jezus. Met zwaarden en stokken kwam een grote menigte op Hem af. Na de valse overlevering door Judas door middel van een innige kus, komen de discipelen in actie. Petrus als eerste pakt het zwaard en slaat er direct op los. Dit levert hem echter geen “hoera” op maar een terechte berisping. Het moest zó gebeuren zoals het op dat moment ging. Daar wijst de Heiland hem op (Mattheüs 26:54). Ook zien we hier de macht van de Heer Jezus want slechts drie woorden – “Ik ben het” (Johannes 18:5) – zijn nodig om hen die op Hem afkwamen om Hem te pakken, vielen op de grond. Afgezien daarvan had Hij ook de macht over legioenen van engelen (Mattheüs 26:53). Wat zien we dan ook als de Heer Zich vrijwillig over geeft aan Zijn vijanden? “Toen verlieten alle discipelen Hem en vluchtten” (Mattheüs 26:56). Ja, zij lieten Hem allemaal – ook Petrus – in de steek. Hoe zou de Heer dít gevoeld hebben? Is dit ook niet een stuk eenzaamheid?

Petrus

Vooraf heeft de Heer Jezus tegen Petrus gezegd dat deze Hem zou verraden. Petrus zou Hem verlaten en verraden, hoewel hij toch zó dicht bij de Heer Jezus was. Zo dichtbij zelfs, dat onze Heiland Petrus aan kon kijken (Lukas 22:61). Maar wat heeft deze wetenschap in het hart van de Heer Jezus bewerkt? Zal Hij zich toen ook niet erg verlaten gevoeld hebben? “… Ik heb gewacht naar medelijden, maar er is er geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden” (Psalm 69:21b). Is dit hier ook niet van toepassing op de Heer Jezus?

En wij? Herkennen wij ons soms ook niet een beetje in Petrus? Hebben wij Hem mogelijk pas geleden nog verloochend? Kennen wij ook niet die bittere tranen? Hebben wij ons ook niet eens gewarmd bij het vuur van de wereld en met hen meegedaan? Laten we dan de geschiedenis van Petrus lezen en in ons opnemen en vooral hoe de Heer Jezus daar mee omgaat (zie bijvoorbeeld: Mattheüs 26:31-35; 26:69-75; Johannes 18:15-27; 21:1-23). Zonde maakt eenzaam maar de liefde van de Heer herstelt de gemeenschap.

De kruisiging. Waarom hebt U Mij verlaten?

U was in nood en plagen
U werd gehoond, bespot;
U droeg de felste slagen
U Jezus, Zoon van God.
U werd van God verlaten,
en ons blijft Hij nabij;
U moest Uw leven laten
wij zijn van sterven vrij.

Lied 61:2 en 3 (Geestelijke Liederen)

Hier zien wij iets van wat Zacharía zegt: “…Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee ik geslagen ben, in het huis van mijn liefhebbers. Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn metgezel is, spreekt de HEERE der heerscharen; sla die Herder en de schapen zullen verstrooid worden …” (Zacharía 12:7).

Mag ik nu de vraag stellen: Wat stelt hiermee vergeleken onze eenzaamheid – die we soms gevoelen – voor?

Zijn eenzaamheid op het kruis is dus van een geheel andere orde. De gemeenschap met God was onderbroken. Niet met Zijn Vader. Dit gebeurde tijdens een drie uren durende duisternis die zich waarschijnlijk over het gehele aardrijk uitstrekte. Het was geen zoneclips omdat het in die tijd volle maan was1. De Heer Jezus heeft in die uren het offer gebracht wat nodig was om de verzoening met God tot stand te brengen. Alles heeft Hij “goed” gemaakt en kon het met recht zeggen: “Het is volbracht!” (Johannes 19:30). De grondslag waarop wij nu met God een relatie kunnen hebben en houden is Zijn offer, Zijn verzoendend sterven. God heeft het werk van Zijn Zoon aanvaard en dit bewezen door Hem uit de doden op te wekken. Eerst was Hij overgegeven om onze overtredingen maar daarna opgewekt tot onze rechtvaardiging (Romeinen 4:24-25; 1 Petrus 1:21).

Slotwoord

Het is ook goed wanneer wij in eenzaamheid verzonken zijn – hoe of door wie of wat dat ook ontstaan is – ons oog op Hem te richten Die eenzaam leed en stierf aan het kruis. Is het niet ook zo, dat veel van wat ons in eenzaamheid gebracht heeft, veroorzaakt is door eigen zonden en falen? Zijn we vaak niet heel snel geneigd om anderen of om de omstandigheden als oorzaak aan te wijzen? Hiermee wil ik beslist niet zeggen dat het niet vaak voorkomt, dat wij “onschuldig” in eenzaamheid geraken. Maar dan is het ook iets wat God in ons leven toelaat om ons “nader tot Hem” te brengen. Dat behoort dan ook tot “alle dingen die meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben”, hoe moeilijk dat ook is. En dat dit moeilijk is, dat weet een ieder die in deze beproeving zich bevindt of bevonden heeft.

Maar het is goed om ook de gevolgen van de zonde, zoals verbrokenheid en eenzaamheid, onder ogen te zien en dan naar Hem toe te gaan en Hem te gedenken die juist daarom “eenzaam leed en stierf aan het kruis”.

Er is nog veel te zeggen over dit onderwerp. Als u behoefte hebt om hierover te “mailen” dan bent u van harte welkom. Klikt u dan op CONTACT.

Graag besluit ik met de woorden uit dit lied:

Verwond door geselslagen
en met bespuwd gelaat
moest U het spotkleed dragen;
en U verdroeg die smaad.
U ging voor ons, verloor’nen,
naar ‘t kruis, geheel alleen,
het hoofd gekroond met doornen,
uw aangezicht als steen.
Maar wat U hier ook griefde,
U deed als trouwe knecht
gehoorzaam en uit liefde
wat God U had gezegd.
Op ‘t kruis werd U verlaten
door God, die heilig is;
hoe leed U bovenmate
in deze duisternis!
Voor schuldigen, voor armen
hebt U dit werk volbracht;
wij roemen uw erbarmen,
uw liefde en uw macht.
Lied 186 vers 3-7 (Geestelijke Liederen)
NOOT FW:
1. Uit: Zie, Uw koning komt, A.C. Gaebelein

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol