12 jaar geleden

Eenzaamheid (1)

Maart 2007. Eenzaamheid is iets wat in het bijzonder in onze dagen vele mensen, zowel ongelovige als gelovige mensen, diep ongelukkig maakt. Misschien voelt u, voel jij, – die dit leest – zich ook wel heel eenzaam. Misschien bent u getrouwd maar toch heel eenzaam. Misschien hebt u heel fijne collega’s maar toch voelt u zich niet begrepen en voelt u zich eenzaam. Misschien ben jij wel de flinke bink of het knapste meisje in de klas en lig je bij iedereen goed in de markt, maar voel je je toch eenzaam. Dat is allemaal mogelijk. Eenzaamheid hoeft ook niet per definitie te betekenen, dat er geen mensen om je heen zijn. Nee, het ligt veel dieper. We willen iets van deze moeitevolle werkelijkheid bekijken en proberen in het licht van de Bijbel dit onder ogen te zien. Haak nu niet direct af. Het is niet de bedoeling om alleen maar te zeggen: ‘Zie op de Heer Jezus Christus, dan gaat alles over en wordt je eenzaamheid opgelost’. Ook niet: ‘Wel, stel je niet zo aan, er was er Eén, Jezus Christus die pas echt eenzaam is geweest … dus hou op met zeuren …’. Nee, eenzaamheid is een gegeven feit en daar moeten we ons niet ‘goedkoop’ mee af maken … Toch werpt het Woord van God er wel een verhelderend licht op!

Allereerst wil ik een kort woord richten tot hen die de Heer Jezus Christus niet kennen. Als u verlost wilt worden van uw eenzaamheid, weet ik maar een weg voor u: Geloof in de Heer Jezus Christus. Ga met uw zonden naar Hem en stel u in Zijn licht. Doe de Bijbel open en laat God Zelf over u lichten. Dan zult u zeker niet teleurgesteld worden. Hij zal u de weg tonen waarlangs u werkelijk gelukkig kunt worden. Deze weg loopt langs het kruis van Golgotha waar Jezus Christus ervoor heeft gezorgd, dat de mens niet alleen behoeft te blijven maar in eeuwigheid verbonden kan worden met de eeuwige God van licht en liefde. Geloof in Hem en laat u met God verzoenen. Daar ligt de basis voor geluk en vrede. Leest u maar onder andere eens: Johannes 3:16; Johannes 14:6; 2 Korinthe 5:17-21. Dat maakt alles anders, ook uw eenzaamheid.

Adam alleen

Het woordje “alleen” vinden we voor de eerste keer in de Bijbel in Genesis 2:18: “Ook had de Heere God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, [die] als tegen hem over zij”. Het is dus de Heere Zelf die dit opmerkt en op Zijn wijze dit oplost. Hoe? Dat vinden we in de verzen die er op volgen. Het is van het grootste belang om te zien, dat God weet heeft van alles wat de mens aangaat. Ook het alleen zijn. Nu ga ik hier niet diep in op wat daar in Genesis 2 afspeelde. Het gaat mij nu even om het feit dat God alles weet en ziet. Reeds in het begin van de Bijbel vinden we dat dus al. En God doet daar wat aan. En als Hij er wat aan doet is dat goed. Adam zegt dit ook duidelijk met deze woorden: “Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit de man genomen is”. Het woordje “ditmaal” geeft toch ook wel duidelijk aan, dat Adam ontdekte dat er door de Heere in een behoefte voorzien was. Hij was niet meer “alleen”. Nu heeft het hier betrekking op het feit dat de Heere Adam een vrouw gaf, als een hulp tegenover hem. Als tegenbeeld daarvan vinden we in het nieuwe testament de gemeente die aan de Heer Jezus werd gegeven. Hij verwierf haar door Zijn dood. Een lied zegt het zo:

… om haar als bruid te werven
kwam Hij ten hemel af …

De gemeente is de volheid van Hem, Die het hoofd is van de gemeente, de Heer Jezus Christus (zie Efeze 5:25; 1:22-23).

In de natuur

“Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen. Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak” (Psalm 102:7-8).

Roerdompen nestelen in het riet. Het nest wordt net boven het water gebouwd. Vissen, kikkers, muizen (‘s winters) en grote insekten vormen de belangrijkste voedselbron. Meestal wordt gejaagd in open water aan de rand van het riet. Een roerdomp in de woestijn is dus abnormaal en er zullen er niet veel zijn. Hoogstens en hoogst zeldzaam – zeg maar vrijwel nooit – een verdwaalde eenzame roerdomp. Er is geen voedsel voor een roerdomp in de woestijn. Hij hoort daar niet.

Steenuilen leven in diverse halfopen, landschappen. Favoriet zijn extensief gebruikte graslanden en andere kleinschalige agrarische gebieden. De aanwezigheid van heggen, houtwallen en (knot)bomen-rijen is van groot belang. Gebroed wordt in holen. In ons land vaak in knotwilgen, boerenschuren en konijneholen en hoogstamboomgaarden. Het voedsel bestaat uit insekten, regenwormen en kleine zoogdieren. We begrijpen dat er in de wildernis niet zo veel voor hem te zoeken is en hij daar ook eenzaam is.

Een eenzame mus op een dak is, meen ik, ook een hoge zeldzaamheid. Hij wordt meestal vergezeld door zijn soortgenoten. We kennen hem in ons land maar al te goed. We vinden het misschien niet zo’n knappe jongen of dame, maar ze zijn er vaak in overvloed. Zo begrijpen we dat hij zich behoorlijk eenzaam moet voelen als hij alleen op een dak zit. De mus bevindt zich vaak dicht bij of in de woongebieden van mensen.

De genoemde vogels – zoals die in ons vers beschreven worden – zijn zo een voorbeeld van eenzaamheid. De Bijbel beschrijft dus eenzaamheid ook aan de hand van levendige voorbeelden uit de natuur.

Voorbeelden

Ook de Heer Jezus was eenzaam. Ook Hij was hier niet thuis. We horen over Hem zeggen: “De vossen hebben holen en de vogels van de hemel nesten; maar de Zoon des mensen heeft geen plaats, waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen” (Mattheüs 8:20). Dit zei Hij in verband met het volgen van Hem. Ook wij moeten ons realiseren, dat, als we Hem willen volgen, dit ons deel zal zijn. Ook wij horen er dan niet bij, dat wil zeggen bij deze wereld. Wanneer onze gevoelens van eenzaamheid hieruit voortkomen, weest dan niet verontrust. Dan hebben we de goede kant gekozen. Dan is het inderdaad goed om naar Hem te kijken. Bij Hem ging het niet anders. Zelfs Zijn eigen broers begrepen Hem aanvankelijk niet (Johannes 7:1-9). Wat een ontzettende eenzaamheid moet dit niet zijn geweest voor Hem. Dat kan ons ook overkomen. We kunnen opgroeien in een gezin waar men de Heer Jezus niet kent. Dan sta je geestelijk ook alleen en dat kan ontzettend frusterend zijn, hoewel het natuurlijk wel te verklaren is en het ook niet anders kan, tenminste in zoverre je huisgenoten de Heer Jezus Christus niet toebehoren. Misschien is het nog wel erger wanneer er bij je thuis beleden wordt, dat men Christen is maar met Hem geen rekening gehouden wordt. Wanneer je Hem volgen wilt – met alle gevolgen die daar zeker bij horen (zie 2 Timotheüs 3:12) – laat men in zulke gezinnen soms duidelijk merken, dat je er niet bij hoort omdat je veel “té” bent. Je moet immers niet overdrijven … een beetje van de wereld is immers niet zo erg. In zulke voorbeelden wil men niet de kosten betalen die het volgen van de Heer Jezus met zich mee brengt. Ook dat kan eenzaamheid veroorzaken. Eigenlijk is er dan geen plaats voor je. Dat kan heel veel pijn doen.

Wat de broers van de Heer Jezus betreft nog het volgende. We vinden hen later gelukkig terug in de bovenzaal, waar zij samen met o.a. Petrus en Johannes maar ook met Maria, de moeder van Jezus bijeen waren tot eendrachtig gebed (Handelingen 1:12-14). Blijkbaar was er iets in hun leven veranderd, en wel zodanig dat zij behoorden bij hen die van “die weg” (Handelingen 9:2; 24:14) waren. Dit kan ook ter bemoediging dienen. Het kan zijn dat door ons getuigenis en door onze trouw aan Hem die voor ons leed en stierf en weer opgestaan is en nu zit aan de rechterhand van God, er uit onze directe omgeving die ons eerst – en wat nog veel erger is, onze Heer en Heiland – niet moesten, ja, eigenlijk een hekel aan ons hadden, dat juist zij zijn gaan nadenken en zich tot God bekeerd hebben en nu met ons onlosmakelijk en gelukkig verbonden zijn aan de Heer Jezus. Dan vinden we hen ook terug bij de Zijnen, bij het volk van God. Dat kan niet missen.

In het huwelijk

Zo kan het ook in een huwelijk verschrikkelijk eenzaam zijn. Als iemand tot het geloof in de Heer Jezus Christus gekomen is en de echtgenoot of echtgenote niet, kan een grote leegte ontstaan en voelt men zich dikwijls heel eenzaam. Dit is zeker niet denkbeeldig maar heel reëel in onze dagen. Vergeet dan niet, geliefde broeder of zuster, ook deze moeiten kan onze Heer en Heiland begrijpen en kan daarin volmaakt met ons meevoelen en meelijden. Hijzelf is immers verzocht geweest in “alle” dingen. Daarvoor wil ik graag wijzen op Hebreeën 4:14-16. Leest u dit eens aandachtig door. Ga dan ook naar de troon van de genade. De toegang is voor een ieder die gelooft vrij. Daar is barmhartigheid en hulp te vinden, ook als we ons eenzaam voelen.

Ongetwijfeld vindt u dan weer moed bij Hem om verder te gaan. Vooral voor u geliefde zuster, maar ook voor u geliefde broeder, kan het woord uit 1 Petrus 3:1: “… zonder woord gewonnen worden” u aansporen om in vertrouwen op Hem verder achter Hem aan te trekken door deze woestijn.

Ook de woorden van God uit 1 Korinthe 7 zijn in dit verband zeker zeer relevant. Daarom citeer ik het voor een groot deel.

“Maar aan de getrouwden beveel ik – niet ik, maar de Heer -, dat [de] vrouw niet mag scheiden van [haar] man (en als zij toch gescheiden is, laat zij ongetrouwd blijven of zich met haar man verzoenen), en dat [de] man [zijn] vrouw niet mag verstoten. Maar aan de overigen zeg ik, niet de Heer: Als een broeder een ongelovige vrouw heeft en deze vindt het goed bij hem te wonen, laat hij haar dan niet verstoten. En als een vrouw een ongelovige man heeft, en hij vindt het goed bij haar te wonen, laat zij haar man niet verstoten. Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door de broeder, anders toch waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig. Maar als de ongelovige scheidt, laat hij scheiden. De broeder of de zuster is in zulke [gevallen] niet gebonden; maar God heeft ons geroepen in vrede. Want hoe weet u, vrouw, of u de man zult behouden? Of hoe weet u, man, of u de vrouw zult behouden? Maar zoals de Heer aan ieder heeft toebedeeld, zoals God ieder geroepen heeft, zo moet hij wandelen” (1 Korinthe 7:10-17).

Als we dit ter harte zouden nemen in onze gezinnen en in onze huwelijken, wat zou dat veel eenzaamheid oplossen. Ook zou het veel trauma’s van kinderen voorkomen. Immers door de kapotte en beschadigde huwelijken hebben vooral de kinderen zoveel te lijden. Ook zij vereenzamen hierdoor en voelen zich niet meer veilig en gelukkig. De zoveel gehoorde raad dat we eens een tijdje afstand moeten nemen van onze man of vrouw is ook een list van satan. We moeten juist geen afstand nemen maar dichtbij elkaar komen en met elkaar naar Hem gaan die alleen echt helpen kan. Voor zover we de Heer Jezus kennen is dat immers mogelijk. Als er sprake is van de een wel Christen en de ander niet is de raad uit 1 Korinthe 7 zeker ook van toepassing. Zoek ook hulp bij een vertrouwde broeder en/of zuster in uw gemeente.

Laten we dit vooral in onze dagen ter harte nemen en de aanslagen van satan onderkennen en het Woord van God als een zwaard van de geest hanteren om onder zijn aanvallen stand te kunnen houden. Denk vooral niet te licht over de listen en de aanvallen van de vijand van onze zielen, de satan. Hij vindt het prachtig als wij ons eenzaam gevoelen en als hij ons kan losweken van de Heer en van Zijn woord. De hele wapenrusting hebben we nodig. Hoe dat in zijn werk gaat leest u in Efeze 6:10-20.

Als Christenen zijn we ingevoerd in de gemeenschap met onze God en Vader en met onze Heer Jezus Christus (1 Johannes 1:3b-4). Dat is de hoogste vorm van geluk, ook hier op aarde. Hoewel het (helaas!) zo kan zijn, dat we – wat onze aardse verhoudingen betreft – eenzaam zijn. Dat kunnen we ook opmaken uit het gedeelte hierboven uit de korinthebrief. Toch zijn we niet eenzaam bij Hem. Hij laat ons nooit alleen. Hij heeft zelfs beloofd: “Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten” (zie Jozua 1:5; Hebreeën 13:5). Gelukkig maakt Hij waar wat Hij heeft beloofd. Bij ons is dat helaas vaak anders. Maar we kunnen bij Hem altijd terecht en Hij begrijpt ons altijd precies. Daar is geen twijfel over mogelijk. Dat te weten en te beseffen geeft “goede moed”.

Ongehuwd en eenzaam

Maar wat als je niet getrouwd bent? De eenzaamheid loert elke dag mijn huiskamer binnen. ‘s Avonds als ik thuiskom, ‘s morgens als ik wakker wordt. De muren komen soms op mij af en roepen: ‘Alleen … alleen … eenzaam … eenzaam … Niemand heb ik waar ik de dingen mee delen kan. Alles moet ik zelf en alleen doen. Ik voel me zo eenzaam. Soms ben ik dat helemaal beu’. Zijn dat zo ongeveer ook uw gevoelens? Heeft dat ook niet te maken met levensvulling. Waar ben jij mee bezig? Wat zoek je? Waar jaag je op ten diepste? Dat geldt voor ons allemaal, gehuwd of ongehuwd. Is de Heer Jezus uw en mijn enige levensdoel? Het antwoord op deze vraag kunnen wij niet voor elkaar geven. Dat weet u voor uzelf, en dat weet ik alleen voor mijzelf. Misschien zijn we ons er niet zo van bewust waar we feitelijk mee bezig zijn en heeft de sleur van het ik-gericht-zijn ons stevig in haar wurgende greep. Het antwoord kunnen we wel vinden, als we er oprecht naar gaan zoeken. De Heer Jezus zelf heeft gezegd: “… zoekt en u zult vinden”. Daarin ligt ook een belofte. Daarvoor zij Hij: “Bidt, en u zal gegeven worden”. Ook hierin ligt een belofte. Eerst bidden, dan zoeken en dan ook nog kloppen wederom met een belofte: “en die klopt, zal worden opengedaan” (Mattheüs 7:7-9). Dit is de weg waarlangs wij antwoord kunnen vinden op onze vragen. Ook onze vragen over onze eenzaamheid. In Mattheüs 6 zegt de Heer Jezus ook: “Verzamelt u geen schatten op de aarde, waar mot en afvreter [waarschijnlijk een soort insekt – FW] ze bederft en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar geen mot of afvreter ze bederft en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mattheüs 6:19-21).

Misschien is dat wel de grote vraag: Waar is mijn schat? Is Hij mijn grootste schat? Dan zal ik ook mijn leven – ook in mijn eenzame leven – Hem zoeken. Waar is Hij dan? In de hemel. “Als u nu met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand” (Kolosse 3:1). Krijg ik dan opeens een echtgenoot of een echtgenote? Nee hoor. Maar we krijgen wel wat, ja Iemand anders als het ware op bezoek. Of eigenlijk beter gezegd: De Heer Jezus maakt dan woning in onze harten en het besef van Zijn nabijheid groeit meer en meer. Je staat er niet alleen meer voor. Je bent nog altijd omgeven met dezelfde huisgenoten, je bent nog steeds alleen, je bent nog steeds niet getrouwd en hebt (nog) geen aanstaande “in the picture”.

Is het niet eigenlijk altijd zo, dat wanneer we doen wat bijvoorbeeld de psalmist deed in Psalm 139, ons probleem misschien niet verdwijnt (soms ook wel) maar dat wel onze eigen visie, onze levenshouding verandert en we ons met totaal ander dingen, ja met Iemand anders bezig houden. Wat doet David dan? Hij roept de Heere aan, hij zegt: “HEERE! …”. Hij kijkt eerst naar boven naar Hem, van Wie David ondermeer het volgende weet: “Gij doorgrondt en kent mij” (vers 1). Als we verder lezen dan zien we dat hij op een indringende wijze uitdrukking geeft aan het feit dat de Heere hem aan alle kanten, van binnen en van buiten kent en alles weet van hem. Zijn gedachten en zijn wegen kent. Dat is bij mij en u niet anders. Al die eenzaamheid kent Hij en weet van uw en mijn frustraties. Hij wacht als het ware altijd op ons om ons te kunnen verzekeren, dat niets Hem uit de hand loopt en niets voor Hem verborgen is. Het crusiale in deze psalm is ook dat David zegt: “Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leidt mij op de eeuwige weg” (vers 23-24). Dit maakt alles anders. Open staan voor Zijn gedachten, voor Zijn correcties, voor Zijn weg, de eeuwige weg. Het lezen van deze psalm kan ons helpen om ook de problemen wat eenzaamheid betreft in een ander, hemels licht te zien. Dan kunnen we volmondig beamen wat de Heilige Geest bij monde van de apostel Paulus zegt: “Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar Zijn voornemen zijn geroepen” (Romeinen 8:28). Alle dingen, dus ook eenzaamheid. Geve de Heer dat u en ik altijd in deze overtuiging mogen staan.

We kunnen dan misschien zelfs ook zingen:

Mijn Vader dank U wel dat U steeds bij mij bent
dat U al mijn gedachten en verlangens kent
dat u zo stil en rustig en begrijpend bent
mijn Vader dank U wel.
Ik dank U voor de diepe vrede en de rust
voor vreugde en voor blijdschap en voor levenslust
ik dank U dat U zelf nu heel mijn leven vult
mijn Vader dank U wel.
Ik dank U dat Uw hand mij steeds behoedt en leidt
dat U mij zult bewaren in de felste strijd
voor troost die U mij geeft in de onzekerheid
mijn Vader dank U wel.
Mijn woorden schieten vaak zoveel tekort, o Heer
wat U aan mij wilt geven dat is toch veel meer
‘k ervaar Uw diepe rijkdom en geluk steeds meer
mijn Vader dank U wel.
Daarom wil ik U danken dat ik zingen kan
dat ik U met mijn mond toch altijd loven kan
dat ik U met dit lied van harte danken kan
mijn Vader dank U wel.

Wordt D.V. vervolgd

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol