7 jaar geleden

Een woord over rechtvaardiging

Rechtvaardiging

Rechtvaardiging, duidelijk een juridische term, betekent ‘rechtvaardigmaking’ of ‘rechtvaardigverklaring’. Naast ondermeer verlossing en heiliging is rechtvaardiging één van de fundamentele begrippen van het christelijk geloof. Weergegeven in één zin is het het door God rechtvaardig maken of verklaren van een zondaar op grond van het geloof in de offerdood en opstanding van de Heer Jezus Christus. Laten we daar in deze studie kort bij stilstaan.

Door de zondeval komt elk mens met een zondige natuur ter wereld. Daardoor is elk mens van nature een slaaf van de zonde en niet in staat rechtvaardig voor God te wandelen. Veeleer is de mens in zekere zin continu tot zondigen geneigd. Van nature leeft de mens niet in overeenstemming met Gods wil. Daarom wordt de natuurlijke mens door de Schrift een vijand van God genoemd. Er kan in deze staat voor hem geen vrede met God zijn. Daarmee is de toestand van de natuurlijke mens feitelijk volkomen uitzichtloos. Want hoe zal een rechtvaardige Rechter ooit goddeloze zondaren rechtvaardig verklaren …?

Toch is dat niet het laatste woord. Zonder zijn heiligheid geweld aan te doen is het voor God mogelijk zondaren te rechtvaardigen. Daarvan getuigt met name de Romeinenbrief. Laten we eens nader op één van de sleutelplaatsen ingaan. Romeinen 3 vers 21-22 stelt het volgende: “Maar nu is, buiten de wet om, gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de wet en de profeten getuigenis gegeven wordt, namelijk gerechtigheid van God door geloof in Jezus Christus tot allen en over allen die geloven …”.

“… buiten de wet om …” – Blijkens onder andere deze woorden is er bij de rechtvaardiging van een zondaar geen enkele plaats voor de wet weggelegd. Daartoe was de wet nooit gesteld. Zondaren worden buiten de wet om gerechtvaardigd. Rechtvaardiging is geen toerekening van wettische gerechtigheid. Het gegeven dat er reeds voor de wet mensen gerechtvaardigd werden is hierin veelzeggend. Paulus noemt in deze zelfde brief als voorbeeld daarvan Abraham.

“… gerechtigheid van God …” – Bij de rechtvaardiging gaat het niet om menselijke maar om Goddelijke gerechtigheid. Zondaren wordt bij de rechtvaardiging de gerechtigheid van God toegerekend. Gerechtigheid die deel uitmaakt van Gods wezen. Onvoorstelbaar, maar toch wordt dat meermalen door de Schrift betuigd. Alleen al in deze teksten tweemaal.

“… waarvan door de wet en de profeten getuigenis gegeven wordt …” – Reeds in de oudtestamentische bedeling werd al gesproken van de rechtvaardiging van zondaren maar niet eerder dan in de tegenwoordige bedeling is deze volledig geopenbaard. Daaruit maken we op dat de komst van Christus de deur naar de volledige openbaring van de rechtvaardiging van zondaren heeft geopend. Zoals alle dingen, heeft God de rechtvaardiging namelijk in Christus besloten: “Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing …” (1 Korinthe 1:30). Daarom kon deze niet voor de komst van Christus volledig geopenbaard worden.

“… door geloof in Jezus Christus …” – Geloof is het middel waardoor een zondaar wordt gerechtvaardigd. Specifiek in onze bedeling is dat geloof in de dood en opstanding van de Heer Jezus Christus.

“… tot allen en over allen die geloven …” – Hier is nauwkeurig onderscheiden vereist. Gods gerechtigheid komt enerzijds ‘tot allen’ maar anderzijds enkel ‘over allen die geloven’. Wat is er bedoeld? Gerechtigheid van God wordt in principe iedereen aangeboden maar enkel degenen die geloven in het Evangelie van Jezus Christus wordt het daadwerkelijk toegerekend.

Gelovigen staan in velerlei opzicht in een nieuwe positie tot God. Gelovigen worden niet langer zondaren maar in plaats daarvan heiligen genoemd bijvoorbeeld. Evenzo is een gelovige niet langer een vijand van God maar is er vrede met God tot stand gekomen. Vrede met God is een direct gevolg van de rechtvaardiging. “Wij dan, gerechtvaardigd op grond van geloof”, lezen we in Romeinen 5 vers 1, “hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus”. In Christus is alles anders geworden. Ondanks dat onze toestand vaak niet overeenkomt met onze positie blijft het laatste onwrikbaar vaststaan. Ondanks dat we nog vaak zondigen blijven we in Gods ogen heiligen bijvoorbeeld. Onze toestand is veranderlijk maar onze positie is onveranderlijk. Vrede met God is niet met onze veranderlijke toestand maar met onze onveranderlijke positie in Christus verbonden. Daarom is deze vrede absoluut onverstoorbaar.

In Christus is alles definitief anders geworden. Daarover spreekt ondermeer 2 Korinthe 5 vers 17: “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden”. Wanneer Christus wordt aangenomen, verricht God een scheppingsdaad: naast de oude mens ontstaat een nieuwe mens. Enkele verzen verder staat binnen dezelfde context: “Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem”. Het oude van de inwonende zonde is – gezien naar onze positie in Christus – voorbijgegaan, het nieuwe van de gerechtigheid van God is gekomen. Volgens Efeze 4 vers 24 is de nieuwe mens “overeenkomstig God geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid”. Rechtvaardiging is niet het overplaatsen van Goddelijke gerechtigheid van Christus naar de gelovige. Nee, in Gods ogen is de gelovige in zichzelf volmaakt rechtvaardig. Gods gerechtigheid is in de nieuwe natuur van de gelovige ingeschapen. Daardoor ziet God de gelovige als iemand die nooit heeft gezondigd. Zó ver gaat rechtvaardiging …
Bent u al gerechtvaardigd? Hebt u al vrede met God?

Afsluitend nog een voorval uit de bediening van H.A. Ironside: “Een jongeman van christelijke huize die een samenkomst van de Amerikaanse evangelist Ironside bezocht, probeerde hem met de hand op Exodus 23 vers 7 (“… Ik zal de schuldige niet rechtvaardig verklaren”) en 34:7 (“… Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt …”) voor het blok te zetten. Hij vroeg aan Ironside of er inderdaad in de Bijbel stond dat God de schuldige niet onschuldig verklaart. Deze bevestigde dat, waarop de jongeman triomfantelijk opmerkte: ‘Dan is uw hele evangelie-prediking waardeloos, want dan kan God geen zondaar onschuldig verklaren’. Ironside keek de jongen ernstig aan en antwoordde bedachtzaam: ‘En als God nu een onschuldige schuldig verklaard heeft?’” Zoals iemand daarover opmerkte, is dat ook gebeurd – op Golgotha. Daar werd de onschuldige Zoon van God schuldig verklaard, opdat vele schuldige zondaren rechtvaardig konden worden verklaard. Wie is als God?

J.C. van de Haar

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol