2 jaar geleden

Een woord over onze relatie met vluchtelingen

31.10.2016

Deuteronomium 10:17-18:
17. Want de HEERE, uw God, is de God der goden en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt,
18. Die recht verschaft aan de wees en de weduwe, Die de vreemdeling liefheeft door hem brood en kleding te geven.

Hartelijk dank voor de uitnodiging …

Knoflook geur hangt in de lucht. Als ik met hen spreek, wil ik graag een stapje terug doen om een beetje meer frisse lucht te krijgen. Het gesprek werkt op een afstand immers net zo goed, want ze praten luid, zo luid dat je je van een afstand afvraagt om wat voor een twistgesprek het gaat. Luid gelach klinkt sarcastisch. Ze vallen me tijdens het spreken in de rede. Hun gedachten worden me met hun wijsvinger op mijn borst ingepeperd. Doet geen pijn, nee, maar het zou genoeg zijn als ze ze alleen maar zouden spreken, omdat – zoals ik al zei – ze luid genoeg voor mijn oren spreken.

Open deuren zijn een uitnodiging binnen te gaan – zonder twijfel, zonder registratie. Om de deur te sluiten heeft men geen deurknop nodig, die valt immers ook in het slot.

In de samenkomsten van de gemeente rennen de kinderen rond of praten met hun ouders tijdens het uur! De volwassenen praten tijdens de prediking ook met elkaar over dingen, die in de prediking aan de orde zijn. Misschien ook over andere. Zij onderhouden zich over dingen, waarmee zij zich ook na het uur kunnen bezighouden.

Ach ja, de tijd is altijd alleen maar een aanwijzing voor de globale positie van de zon; de klok heeft echter geen gezag over hen, wanneer het gaat om het op de minuut nauwkeurig halen van termijnen. Moet ik dan als Duitser tolerant zijn?

WIJ!

Leven ze niet gruwelijk op onze zak? De woning wordt betaald, het onderhoud bovendien royaal uitgemeten. Kleuterschool, school, het openbaar vervoer is gratis. En we moeten voor dit alles betalen. WIJ! Wij, (of u misschien ook niet?) staan elke ochtend op tijd op en gaan naar ons werk; wij die het tijdens ons werk ons niet kunnen veroorloven, sterk naar knoflook te ruiken; wij die zinvolle dingen doen en in ons levensonderhoud voorzien met eigen handen. En dan komen DIE! en willen ook nog ons werk en onze luxe en zijn ondankbaar, als we hen onze (weggegooide) lompen en de (oude, roestige) fiets geven, die nog in zo’n goede staat is, in ieder geval voor een ander …

Dit is geen samenvatting van verschillende commentaren die men over het hele land hoort of op het netwerk leest, maar het zijn concrete gedachten die we als “Duitse* christen-gelovigen” hebben en dan ook vanzelf uitspreken.

Ons land

Ja, Duitsland heeft een groot probleem met de vluchtelingen te verwerken. De overheid heeft misschien te maken met een nog groter probleem met die vluchtelingen, die zich crimineel gedragen – zoals zo vele Duitsers immers ook. Maar zijn WIJ de overheid? Nee! We moeten voor hen bidden dat zij dit onder controle krijgen.

Onze taak is het om als christenen te leven in dit land, en de Heer zal iedereen zeker bijzonder zegenen, zoals Hij het zou doen: de vreemdeling liefhebben en hem brood en kleding geven (zie boven). Of geloven we echt dat er alleen maar Duitsers in de hemel zullen zijn? Zo moeten we de geschiedenis niet vergeten.

Wij? Christenen?

Als wij als gelovige christenen het niet redden, zulke christenen (en zij, die het nog worden zullen!) in onze reien op te nemen en te integreren, die anders ruiken, eten en leven en bovendien in grote nood waren en zijn, dan weet ik niet wie het anders redden zal.

Misschien helpt de gedachte, dat onze Heer ook in het gebied leefde, waar vandaag de dag veel vluchtelingen vandaan komen. Aan deze Heer hebben we in Duitsland alles te danken, wat Hij ons in zijn goedheid gegeven heeft. Zo moeten we denken.

Willen we eigenlijk wel?

Ten slotte een testvraag: Als een van de vluchtelingen zich precies zo zou gedragen, zoals we ons dat als gemiddelde Duitser voorstellen (spreekt heel goed Duits, werkt voor de kost, heeft een “vereiste terughoudendheid” ontwikkeld, zoals we dat graag zouden willen zien …), zou dan alles goed zijn? Of speelt de donkere huidskleur dan misschien toch nog een rol?

Vluchtelingen in ons land zijn een geschenk uit de hemel, zodat we kunnen vaststellen hoe wij (Duitse christenen) innerlijk werkelijk verankerd zijn, en om onze hulpvaardigheid en integratiemogelijkheden aan te bieden!

“Lieg niet tegen elkaar, daar u de oude mens met zijn daden hebt uitgedaan en de nieuwe hebt aangedaan, die vernieuwd wordt tot kennis, naar [het] beeld van Hem die hem geschapen heeft. Daarin is niet Griek en Jood, besnijdenis en onbesnedenheid, barbaar en Scyth, slaaf, vrije; maar Christus is alles en in allen. Doet dan aan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden: innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, elkaar verdragend en elkaar vergevend als de één tegen de ander een verwijt heeft” (Kol. 3:9 e.v.).

* Opmerking vertaler: Het gaat weliswaar hier over Duitsers maar het artikel heeft ook ons Nederlanders wel iets te zeggen.

 

Stephan Winterhoff, © Bibelpraxis.de

Geplaatst in: , , ,
© Frisse Wateren, R. Mol