1 maand geleden

Deuteronomium 2 vers 3

“U bent lang genoeg om dit bergland heen getrokken. Keer u om naar het noorden”.

Het Woord van de Heer bepaalde alles. Het bepaalde hoe lang de mensen op een bepaalde plaats moesten blijven, en het gaf met dezelfde duidelijkheid aan wanneer ze hun volgende stap moesten doen. Voor hen was het niet nodig om hun bewegingen te plannen of in te delen. Het was het terrein en het recht van de Heer om alles voor hen te regelen. Het was aan hen om te gehoorzamen.

Niets kan kostbaarder zijn voor een kind van God, als het hart in een goede toestand is, dan in al zijn bewegingen geleid te worden door het Goddelijk gebod. Het bespaart een wereld van angst en verwarring. In het geval van Israël was er geen enkele reden om zich zorgen te maken over hun bewegingen, het was niet nodig om te vragen hoe lang ze moesten blijven op een bepaalde plaats, of waar ze vervolgens naartoe moesten gaan. De Heer had alles voor hen geregeld. Het was voor hen eenvoudig om op Hem te wachten voor leiding en om te doen wat hen werd gezegd.

Ja, hier was het grote punt – een wachtende en een gehoorzame geest. Wanneer God zei: “U bent lang genoeg om dit bergland heen getrokken”, en Israël geantwoord had: “Nee, we willen er wat langer omheen trekken; we vinden het hier heel aangenaam”; of nogmaals, wanneer God zei: “Keert u om naar het noorden”, en zij geantwoord zouden hebben: “Nee, we gaan het liefst oostwaarts” – wat zou dan het resultaat zijn geweest? Wel, zij zouden de Goddelijke tegenwoordigheid met hen verloren hebben; en wie zou hen dan begeleiden, helpen of voeden? Ze konden alleen op de Goddelijke tegenwoordigheid met hen rekenen wanneer ze het pad bewandelden, dat was aangegeven door het Goddelijke bevel. Als ze ervoor kozen hun eigen weg te gaan, was er niets anders dan hongersnood en duisternis. De stroom uit de geslagen rots en het hemelse manna was alleen te vinden op het pad van gehoorzaamheid.

C.H. Mackintosh, © the Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol