11 jaar geleden

Deelt mee voor de behoeften van de heiligen

Hoe is het met mijn deelnemen aan de behoeften van de heiligen? Lijkt het niet vaak erop als of het meedelen in de behoeften van de heiligen (evanals onze vriendelijkheid), van onze mede-brusters dus, dichtbij en verweg, ons miljoenen kost? Zijn wij niet vastgeklonken en volledig in beslag genomen door hebzucht en door de materiële welvaart? Ik weet dat dit heel moeilijk te erkennen is maar … En weten wij nog wel waaraan onze mede-brusters gebrek hebben? Hoe komt dit? Misschien door gebrek aan volharding in het gebed, zeg maar in de uitoefening van onze gemeenschap met onze Heer die arm werd om ons rijk te maken? Moeten wij misschien onze levensstandaard bijstellen en het eens met wat minder doen en onze tijd, geld en energie wat meer gebruiken voor de behoeften van onze mede-brusters? …

In het vorige zinsdeel heeft de apostel de gelovigen in Rome aangespoord te volharden in het gebed. Een wezenlijk deel van het gebed is de voorbede voor elkaar. Wat een geweldige zegen is het, wanneer gelovigen op deze wijze aan elkaar denken en voor elkaar opkomen. Maar kan de Heer niet van ons verwachten, dat wij elkaar ook helpen wanneer wij van de behoeften van onze mede-brusters weten?

De apostel noemt de mede-brusters hier niet broeders en zusters, maar heiligen. Al in hoofdstuk 1 vers 7 heeft hij de gelovigen in Rome geliefden van God, geroepen heiligen genoemd. Heiligen zijn door God geroepen. Hun roeping is eeuwig en hemels van karakter. Daardoor behoren zij niet meer tot de wereld, hoewel zij zich daar ophouden (vergelijk Johannes 17:14). Zij zijn als het ware burgers van twee werelden.

Het Griekse woord voor “deelnemen” is koinoneo; het is verwant met het woord voor gemeenschap. De apostel denkt wel bij de deelname aan de behoeften van de heiligen allereerst aan de materiële ondersteuning. Toentertijd was een aantal gelovigen in Jeruzalem echt arm (Romeinen 15:26). Paulus was zelfs van plan om een reis naar Jeruzalem te maken, omdat gelovigen in Griekenland hem een gave voor de heiligen in Jeruzalem meegegeven hadden, die hij verder geven wilde. Het woord “bijdrage” in Romeinen 15:26 is eveneens het gewone woord voor gemeenschap (koinonia). Johannes spoort de gelovigen aan niet alleen met het woord of met de tong lief te hebben, maar met de daad en in waarheid (1 Johannes 3:18).

In de Westerse landen leven wij vandaag in een grote uiterlijke welvaart. De meesten zijn financieel goed verzorgd, zodat wij in de praktijk deze uitdrukking van de gemeenschap hier weinig kennen. Maar wereldwijd zijn er vele heiligen, voor wie wij – ook wanneer wij hen niet persoonlijk kennen – bidden kunnen en aan andere noden deel mogen nemen.

Er zijn echter ook nog andere behoeften, die de heiligen in onze omgeving zeer zeker hebben. Hoevelen hebben geestelijke noden en hebben dringend onze voorbede een deelneming nodig. Moge God ons daarvoor de ogen openen en ons de vreugde laten ervaren, wat het betekent, aan de behoeften van de heiligen deel te nemen. Zo iemand was Filemon. Van hem kon de apostel het mooie getuigenis afleggen: “Want ik had veel blijdschap en troost wegens uw liefde, omdat de harten van de heiligen door u, broeder, verkwikt zijn” (Filemon :7).

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol