6 jaar geleden

De voetwassing – vandaag nog actueel?

Vraag:

Wat voor betekenis heeft de voetwassing? Moet men deze vandaag nog in de praktijk brengen?

Antwoord:

Het wassen van de voeten heeft een heel praktisch nut. Veelvuldig gebruikte voeten hebben een goede verzorging en reiniging nodig. Een voetbad met water van goede temperatuur geeft ontspanning, bevordert de doorbloeding en reinigt de voeten. In vroegere tijden werd de voetwassing aan een gast als gebaar van gastvrijheid aangeboden (verg. Luk. 7:44). In 1 Timotheüs 5 vers 10 staat het wassen van de voeten van de heiligen in verbinding daarmee, dat vreemden geherbergd werden en andere hulp aangeboden werd.

Maar dan natuurlijk komt de vraag naar boven, of de voetwassing in de bijbel een daar bovenuit gaande, geestelijke betekenis heeft. Het bericht over die voetwassing in Johannes 13 geeft ons daartoe concrete aanwijzingen. Op zichzelf is de voorstelling eenvoudig – en toch tegelijk indrukwekkend: De Heer Jezus Zelf wast Zijn discipelen de voeten, nadat Hij de bovenkleding afgelegd en Zich met een linnen doek omgord heeft. Dan giet Hij water in het bekken, wast de discipelen de voeten en droogt hen met de linnen doek weer af (vs. 1-5). De eerste vijf verzen beschrijven dus het uiterlijke verloop van de voetwassing. Alleen het feit dat de Heer Jezus, de Zoon van God, het initiatief neemt en een voetwassing bewerkstelligt, zou onze aandacht moeten trekken, want Hij is daarin ons Voorbeeld, zoals men enkele verzen later lezen kan (vs. 14; verg. 1 Petr. 2:21).

Christus dient Zijn discipelen

Het dan volgende gedeelte (vs. 6-11) geeft ons het onderhoud weer, dat de Heer Jezus met Petrus had. Op drie reacties van Petrus geeft de Heer Jezus antwoorden, die stapsgewijze een diepere betekenis van de voetwassing duidelijk maken:

Petrus is verbaasd, dat de Heer Jezus hem de voeten wast en niet omgekeerd. Hij krijgt een opmerkelijk antwoord: “Wat Ik doe, weet u nu niet, maar u zult het later inzien”.* Was het dan zo moeilijk daaruit te begrijpen, wat de Heer Jezus hier deed? Hij heeft toch eenvoudig de voeten gewassen! En waarom zegt Hij dan, dat Petrus het niet zou kunnen begrijpen? Het is overduidelijk dat de Heer Jezus de handeling van de voetwassing gebruikt, om op een geestelijke werkzaamheid te wijzen, die Petrus later eens heel duidelijk zou begrijpen. Het gaat dus bij de voetwassing niet – respectievelijk niet alleen – om een voorbeeld van nederige onderworpenheid. De “figuurlijke” voetwassing is veelmeer met een positie van de Heer Jezus verbonden, die Hij pas “later” innemen zou: Zijn plaats in de hemel, van waaruit Hij nu voor de Zijnen werkzaam is.Petrus’ verbazing mondt uit in onbegrip. Hij is – zoals zo vaak – zeer overtuigd van zichzelf en zijn inzicht in de dingen: “U zult mijn voeten in der eeuwigheid niet wassen!” Maar wat antwoordt de Heer? Hij zegt: “Als Ik u niet was, hebt u geen deel met Mij”. Men zou verwachten: “Als Ik u niet was, hebt u vuile voeten!” Maar daarvan is geen sprake. Veelmeer spreekt Hij over de vraag van gemeenschap. Geen deel hebben betekent: Geen praktische gemeenschap hebben”. Deze aanwijzing verklaart het doel van de voetwassing: Het gaat erom, dat discipelen Jezus in een omgeving, waarin zij zo vaak innerlijk verontreinigd worden, weer in de innerlijke overeenstemming met de Heer Jezus komen en aan Zijn “belangen” eveneens vreugde hebben.Na deze aanwijzing over de belangrijkheid van de voetwassing valt Petrus in het andere uiterste. Hij wil plotseling, dat niet alleen zijn voeten, maar de handen en het hoofd gewassen worden (vs. 9). Ook hier ontvangt Petrus een duidelijk antwoord. De Heer Jezus zegt: “Wie gebaad heeft, heeft slechts nodig dat zijn voeten worden gewassen, want hij is al geheel rein”. Ook hier wordt duidelijk, dat niet het natuurlijke reinigingsproces met water bedoeld kan zijn, maar een geestelijk reinigingsproces. “En u bent rein, maar niet allen”. Een ware discipel van de Heer heeft het “bad van de wedergeboorte” (Titus 3:5) beleefd – en wel eens voor altijd; de gebeurtenis moet en kan niet meer herhaald worden. Maar Judas had het niet beleefd en bezat daarom geen leven uit God (Joh. 17:12). Het water is in het Woord van God vaak een heenwijzing naar het Woord van God (verg. Joh. 3:5; 15:3; Ef. 5:26), doordat de Heer ons zowel tot bekering leidt, alsook ons altijd weer innerlijk reinigt (Ef. 5:26). In deze derde stap wordt dus duidelijk, dat het Woord van God het “reinigingsmiddel” voor de gelovige is, om hem weer in het genot van de gemeenschap met zijn Heer te brengen.

Hoe gebeurt deze reiniging door de Heer Jezus vandaag? Doordat wij het Woord van God lezen of horen, bewerkt de Heer Jezus, dat ons innerlijk bereikt wordt en wij ons daarmee overeenstemmend laten corrigeren, terecht laten brengen. Als Hogepriester (Hebr. 4:14-16) is Hij “preventief”, voorbehoedend voor ons bezig, zodat wij in de moeilijkheden van het dagelijks leven niet onder onze zwakheden bezwijken en zondigen. Als wij dan toch gezondigd hebben, neemt Hij het als onze Voorspraak, als onze Advocaat (1 Joh. 2), op Zich om ons van onze zonden bewust te maken, opdat wij deze belijden en weer met vreugde de weg met Hem gaan. Juist Zijn werk als voorspraak wordt ons in Johannes 13 in de voetwassing voorgesteld. Wij hebben een geweldige Heer! Laten wij Hem toe aan ons te werken?!

Christenen dienen elkaar

In het volgende gedeelte (vs. 12-20) vraagt de Heer Jezus aan de discipelen allereerst: “Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb?” (vs. 12). Met deze vraag wilde de Heer Jezus bij de discipelen de geestelijke betekenis van dit uiterlijk beeld van de voetwassing verder verdiepen. Maar zij moesten de handeling van de Heer Jezus als een modelmatig voorbeeld aanzien, opdat “ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan”. Hier staat niet “wat”, maar “zoals”, om aan te duiden dat het om dezelfde innerlijke houding van nederige onderworpenheid gaat.

Bij de voetwassing gaat het dus om een beeld, dat enerzijds aanschouwelijk maken moet, hoe de Heer Jezus Zich om de discipelen toentertijd en vandaag bekommert, opdat deze weer het genot van de gemeenschap met de Heer Jezus terugvinden. Dat gebeurt vaak zonder het meewerken van mensen, alleen door het Woord van God.

Anderzijds toont de Heer Jezus in dit gedeelte, dat wij als Christenen ook wederzijds een dienst aan elkaar uitoefenen kunnen – als wij daartoe door Hem gezonden zijn (vs. 20). De Heer gebruikt in Zijn dienst voor ons ook Zijn discipelen, Zijn dienaars. Bij deze dienst behoort, dat men:

deze in een houding van nederige onderworpenheid uitoefent (vergelijk het afleggen van het bovenkleed en de gebukte houding; zie ook Gal. 6:1);zelf in reinheid leeft (verg. het linnen doek);het Woord van God gebruikt (verg. het water in het bekken), om de medechristen een geestelijke hulp in zijn concrete positie te bieden;deze dienst aan hen doet, die nieuw leven ontvangen hebben (verg. “gewassen”).

Hulp geven en hulp aannemen

De voetwassing in haar geestelijke betekenis zou dus in ieder geval vandaag nog gepraktiseerd moeten worden, en wel in beide richtingen: Wij moeten zowel de bereidwilligheid, een aanwijzing, een Bijbelwoord van anderen (natuurlijk heel bijzonder ook van de Heer direct) aannemen, om dan bij onszelf de correcties toe te passen. Maar wij zouden ook zelf bereid moeten zijn, onze mede-christenen in geestelijke nood bij te staan. We worden ertoe opgeroepen, het Woord op de “verontreinigde” wandel van onze mede-christen toe te passen, en wel in de gezindheid van de Meester. Gelegenheden daartoe zijn er genoeg: in de vriendenkring, in het huwelijk (Ef. 5), in het gezin of ook in de kring van gelovigen in het algemeen. Zou het niet kunnen zijn, dat door een juist toegepaste geestelijke voetwassing een “schok” door ons leven als Christen zou gaan en wij meer vreugde en meer toewijding zouden tonen?!

Ook Petrus heeft later heel duidelijk ervaren, hoe belangrijk deze dienst is. Hij had de Heer driemaal verloochend. Deze zonde, deze “verontreiniging” drukte tot aan de opstanding van de Heer zwaar op hem. Maar daarna heeft de wonderbare Heer hem gediend en hem weer tot vreugdevoller navolging geleid:

Petrus had een persoonlijk gesprek met zijn Heer, waardoor zijn verhouding met Hem weer in orde kwam (Mark. 16:7; Luk. 24:34);hij kon daarna weer een opdracht voor de Heer uitvoeren (Joh. 21:6);Petrus werd dan ook in de tegenwoordigheid van de discipelen door drie heel gelijksoortige vragen, die zijn innerlijk aanraakten, openlijk weer hersteld (Joh. 20:15-19) en was daarna een machtig getuige van zijn Heer (Hand.).

Behalve de reinigende uitwerking van de voetwassing is ook een verkwikking en geestelijke verlevendiging het gevolg: “Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren. Hij verkwikt (of verlevendigd, of herstelt) mijn ziel …” (Ps. 23:2-3).

Daarnaast zij nog opgemerkt, dat er in de brieven van het Nieuwe Testament geen aanwijzingen zijn, die van gelovigen een puur uiterlijke of ceremoniële voetwassing verlangen. In 1 Timotheüs 5 vers 10 wordt alleen gastvrijheid met de toenmaals gebruikelijke gewoonte van de voetwassing verbonden, zonder dat deze gewoonte voor vandaag nog vereist wordt.

Zijn wij bereid de zegenrijke dienst van de voetwassing aan ons te laten gebeuren of ook eens zelf uit te oefenen? De vreugde en de zegen zullen niet uitblijven!

* Er is gebruik gemaakt van de Herziene Staten Vertaling

Folge mir nach – Andreas Hardt

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol