7 jaar geleden

De Toekomst: les 7 – Wat is sterven?

In de vorige lessen zagen wij, dat er twee soorten mensen zijn:

a) Zij die “dood” zijn, hoewel zij leven!
b) Zij die “levend” zijn, omdat zij opnieuw geboren zijn!

1. Nu slaan wij Johannes 11 eens op. Dat is de geschiedenis, waarin Johannes ons vertelt, hoe de Heer Jezus opnieuw de gestorven Lazarus weer opwekte. Vóór dat gebeurde, sprak de Heer met Martha. Zij was de zuster van Lazarus. Het gespreksthema was “de opstanding”. In vers 25 en 26 deed de Heer een merkwaardige uitspraak:

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Enerzijds zijn er degenen, die “dood“ zijn, terwijl zij leven, maar anderzijds degenen, die “leven”, terwijl zij dood (respectievelijk gestorven) zijn!
Bijbels gezien zijn de begrippen “dood” en “levend” dus een beetje verschillend van het algemene taalkundige gebruik!
De Heer zei hier zelfs, dat iemand die leeft en in Hem gelooft, in eeuwigheid niet sterven zal!

2. Wat is dan “sterven” eigenlijk? Eerst stellen wij vast, dat een mens, lichamelijk gezien, slechts eenmaal sterft. Hoe zegt de Hebreeën-brief dat (in hoofdstuk 9 vers 27)?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

De bijbel laat dus geen ruimte voor een “reïncarnatie” (= zielen migratie).
Maar wat ook zeer belangrijk is, na het sterven volgt het

………………………………………………………………………………………………………………………..

3. Helaas zal het, wat ons onderwerp betreft, vanaf dit punt noodzakelijk zijn tussen “Gelovigen” en “ongelovigen” onderscheid te maken. De vraag, die iedereen zich stellen moet, luidt: “Ben ik opnieuw geboren of niet?”; “Bezit ik het ‘leven’, of ben ik nog dood?” Want wat zegt de Heer Jezus met betrekking tot gelovigen en het oordeel (Joh. 5:24) zegt?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

4. Hoewel wij een weinig vooruit grijpen, is het niettemin goed voor het begrip om kort hier Openbaring 20 vers 11-15 op te slaan. Leest u dit eens door. Wie staan hier vóór de grote witte troon? Wie wordt hier geoordeeld? Vat u dat eens in een woord samen:

………………………………………………………………………………………………………………………..

De “levenden”, dat wil zeggen de “opnieuw geboren” mensen, komen niet in het oordeel!

5. Als het om het sterven van deze gelovigen betreft, gebruikt de Bijbel daarvoor enkele beelden. Waarmee vergelijkt zij dit sterven respectievelijk de stervenden:
a) 1 Korinthe 15 vers 37 (zie Joh. 12.24):

………………………………………………………………………………………………………………………..

b) 1 Korinthe 15 vers 35-50?

………………………………………………………………………………………………………………………..

c) 2 Korinthe 5:1,4,8?

………………………………………………………………………………………………………………………..

6. De tarwekorrel, die in de aarde valt, houdt niet op te bestaan! Integendeel, er komt iets mooiers uit voort: Een gehele aar!
Als het lichaam in vergankelijkheid “gezaaid” wordt, wat komt daaruit voort (1 Kor. 15:42)?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Als een natuurlijk lichaam “gezaaid” wordt, wat komt daaruit voort (1 Kor. 15:44)?

………………………………………………………………………………………………………………………..

7. Het beeld van “tent” (respectievelijk “hut”) is ook zo mooi! De apostel Petrus noemt dat in zijn tweede brief. Hoe zegt hij dat in 2 Petrus 1 vers 13 en 14?

………………………………………………………………………………………………………………………..

De bijbel beschouwt ons lichaam, waarin wij leven, als tijdelijke woning.

Het is een ……………………….. huis (2 Korinthe 5:1) en dit huis zal ………………………… worden.

Wat verwacht de gelovige Christen?

a) In vers 1?

………………………………………………………………………………………………………………………..

b) In vers 4?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Als een Christen sterft (fysiek gezien), legt hij slechts zijn tent af! Hij leeft verder en wacht tot hij zijn “huis van God” ontvangt. Als een Christen sterft, dan wordt zijn lichaam gezaaid, maar in hoop: Hij zal bij de opstanding een nieuw “hemels” lichaam krijgen.

8. Zojuist vermeldden wij het woord “opstanding”. Later zullen wij deze term in detail behandelen. Maar er komt nu wel de vraag op: “Wat gebeurt er nu met de mensen, nadat zij gestorven en vóór zij opgestaan zijn?” Nu, daarop geeft de Bijbel een duidelijk antwoord. Wij vinden het in het Lukas-evangelie, hoofdstuk 16 vers 19-31. Lees deze geschiedenis maar eens door.

Wij krijgen daar een blik in het ………………………………………. (vs. 23).
Zowel de gelovige (Lazarus), alsook de ongelovige (de rijke man) komen daarin.
Maar waren (zijn!) ze samen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Waarom niet?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Leven zij bewust of onbewust?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Waarom kan men dit zo zeggen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

9. Wij weten van een mens volledig zeker dat hij in Paradijs kwam. Wat zegt Jezus in Lukas 23 vers 43?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Tot wie zegt Hij dat?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ziet u! Het lichaam van de mens wordt gezaaid, de mens verlaat zijn hut (zijn tent), maar hij zelf leeft bewust verder! De rijke man wist heel precies, hoe het met zijn 5 broers gesteld was.
In het dodenrijk leeft de mens verder, in de verwachting van opstanding!

* * * * *

* Eventuele tekst-aanhalingen zijn uit de Herziene Staten Vertaling.

Wil je ook meedoen? Vul de bon onderaan les 1 in en mail dan de antwoorden van de lessen (maximaal 1 les per week) naar het volgende email-adres: frissewateren@ctmax.nl
Wilt u wel duidelijk en volledig aangeven waar u de antwoorden vandaan hebt!

Hebt u, heb jij vragen: Stel ze gerust. Ik wil graag uw vragen proberen te beantwoorden vanuit de Bijbel, het Woord van God.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol