3 jaar geleden

De schepping (les 7) – De Lichtdragers

Lichtdragers

Genesis 1:

14. En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren!
15. En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo.
16. En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; en ook de sterren.
17. En God plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde,
18. om de dag en de nacht te beheersen en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. En God zag dat het goed was.
19. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.

1. Met de vierde dag begint een nieuwe cyclus van drie dagen. De eerste cyclus werd vooral beïnvloed door scheiding. Wat werd van elkaar gescheiden?

a. op de 1e dag:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

b. op de 2e dag:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

c. op de 3e dag:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

De tweede cyclus wordt vooral door vermeerdering gekenmerkt.

2. In de eerste tijdkring (cyclus) werden de leefgebieden lucht, zee en land gevormd, in de tweede worden deze ruimten bevolkt. Voltooi in de tabel hieronder de werken van de tweede cyclus.

 1e cyclus  2e cyclus
 Dag  Werk  Dag  Werk
 1e dag  licht  4e dag  ………………..
 2e dag  water en hemel  5e dag  ………………..
 3e dag  aarde  6e dag  ………………..

We zien dat elke dag van de eerste cyclus associaties heeft met  de overeenkomende dag in de tweede cyclus.

3. In vers 14 lezen we: “En God zei: Laten er …” en in vers 16: “En God maakte …”. Hij is de Schepper. “… en hemelen zijn werken van Uw handen” (Hebr. 1:10).

Wat verbiedt God daarom Zijn volk? in Deuteronomium 4 vers 19 en in 17 vers 3)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. God echter heeft niet eenvoudig eens de hemelen geschapen en sinds die tijd aan hun lot overgelaten. Wat doet Hij nu ononderbroken? (Jes. 40:26)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

De lichten moeten aan de uitgestrektheid van de hemel zijn. Dat betekent niet dat zij zich binnen de atmosferische hemel bevinden, maar dat ze als lichten aan het uitspansel verschijnen. De Bijbel geeft de dingen in een algemeen begrijpelijke omgangstaal weer en niet in wetenschappelijke formulering. De functies van de hemellichamen voor de mensen (de bestemming van dag en nacht, maanden, seizoenen en jaren) oefenen zij op grond van hun bewegingen en het licht uit, dat op aarde zichtbaar is. De hemellichamen zenden hun licht overal heen, maar ze zijn gemaakt om de aarde te verlichten. Dat is de reden waarom de sterren in vers 16 ook slechts terloops genoemd worden, omdat zij vanaf de aarde gezien slechts erg weinig schijnen en weinig aan het licht bijdragen.

5. In de verzen 14 en 15 lezen we over drie functies die de lichten hebben. Welke zijn deze 3 functies?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

De scheiding tussen licht en duisternis, die God op de eerste dag Zelf gemaakt heeft, wordt van nu af door het licht bewerkt. Door de rotatie van de aarde om haar eigen as ontstaan dag en nacht.

De verschillende fasen van de maan ontstaan door de omloop van de maan rond de aarde in ongeveer 29,5 dag. Een maand was oorspronkelijk de tijd tussen twee nieuwe manen.
De seizoenen worden veroorzaakt doordat de aardas niet loodrecht op ten opzichte van de omloop-oppervlak van de aarde tot de zon staat, maar helt onder 23,5 graden.1

6. Waardoor wordt de lengte van een jaar bepaald?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

7. De week heeft geen astronomische oorzaak. Waaruit stamt deze tijdmaat?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Opdat het leven op aarde mogelijk is, moet aan vele verschillende, ook astronomische eisen, worden voldaan, bijvoorbeeld:

• een juiste afstand van de planeet tot zijn zon, die voor gematigde temperaturen zorgt;
• een stabiele, niet al te zonderlinge baan van de planeet rond de zon;
• de juiste massa zon als voorwaarde voor stabiele planetaire banen;
• een exacte match van de helling van de planetaire as, die een gematigd klimaat met seizoenen mogelijk maakt;
• een grote maan in een juiste afstand die de kanteling van de as  van de planeten stabiliseert.

Hoe wonderbaar heeft God alles gemaakt! We willen met het loflied van David instemmen: “De hemel vertelt Gods eer, het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen” (Ps. 19:2).

Nadat God gezien had, dat het goed was, eindigt deze dag met de eerste zonsondergang.

NOOT:
1. Hoe ontstaan de seizoenen?
Er zijn seizoenen omdat de aarde rondjes draait rond de zon (1 rondje = 1 jaar) én scheef staat ten opzichte van de zon. Als de aarde precies recht zou staan, zou er weinig verschil zijn tijdens het rondje rond de zon. Maar, de aarde staat dus scheef, en hoe scheef de aarde staat blijft hetzelfde. Omdat de aarde om de zon draait is in de zomer het noordelijke deel het meest naar de zon gekanteld, en in de winter het zuidelijke deel. In de zomer straalt de zon dus veel meer ‘van boven’ op ons deel van de aarde. De zonnestralen hoeven dan dus door een veel kleiner stuk van de dampkring te reizen en daardoor is het veel warmer.
In de (onze) winter is het noordelijk deel van de zon weggekanteld, en de zon komt dan niet meer zo hoog aan de hemel. De stralen moeten – omdat ze ‘schuin’ aankomen – door een dikkere laag van de atmosfeer stralen, en zijn dan ook niet zo sterk als ze eenmaal op de grond komen. Een filmpje, ook over dag en nacht is te zien op: [1]
Er staat hierboven ‘onze’ winter, want in het zuidelijk halfrond is het dan natuurlijk zomer.
Let op: de aarde draait niet precies in een cirkel, maar in een beetje vervormde cirkel (een ellips). De afstand tot de zon is dus niet altijd hetzelfde. Vaak denken mensen dat in de zomer de aarde dichter bij de zon staat. De afstand maakt eigenlijk niet zoveel uit, het gaat dus om de kanteling van de aarde. Het is zelfs zo dat in ‘onze’ zomer de aarde verder van de zon staat dan in de winter…
Waar komen de seizoenen voor?
Voor de landen rond de evenaar heeft de kanteling niet zoveel invloed. De zon straalt het hele jaar bijna recht van boven. Ze hebben dus geen winter, herfst en lente. Het is eigenlijk altijd zomer. In gebieden verder weg van de evenaar, zoals in Nederland, maar ook in Chili (op het zuidelijk halfrond) is er wel een effect door de kanteling, dat is hierboven uitgelegd. Bedenk goed: als het bij ons – in het Noorden – zomer is, is het in het zuidelijk halfrond winter.
Hoe komt het dat het weer per seizoen anders?
De energie van de zon bepaalt het weer op de aarde. Hoe meer een bepaald deel van de aarde naar de zon is gericht, hoe warmer het daar wordt.
Lente
In de lente groeien de nieuwe blaadjes weer aan de bomen. Er komen weer bloemen zoals tulpen, krokussen, paardenbloemen en madeliefjes.
Zomer
In de zomer kun je buiten lekker zwemmen. En je kan ook bootje varen en buiten spelen. En je gaat vaak op vakantie met je familie of je gezin.
Herfst
In de herfst kan je mooie kleuren bladeren vinden zoals rood oranje en geel. Je kan je vader of moeder weer lekker aan het werk zetten om bladeren te vegen.
Winter
In de winter kan je sneeuwballen gooien en sneeuwpoppen maken. En je kan van de bergen af sleeën. En je doet vaak in de winter handschoenen aan. {wikikids.nl}

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol