3 jaar geleden

De schepping (les 12) – God rust

“Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht. Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voleindigd had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken” (Gen. 2:1-3).

1. Kun u nog eens opschrijven wat God deed op de afzonderlijke dagen?

1e dag: …………………………………………………………………………………………………………

2e dag: …………………………………………………………………………………………………………

3e dag: …………………………………………………………………………………………………………

4e. dag: …………………………………………………………………………………………………………

5e dag: …………………………………………………………………………………………………………

6e dag: …………………………………………………………………………………………………………

Op deze zes dagen schiep God de hemel en de aarde en dat, wat wordt aangeduid als “heel hun legermacht”. Met de term “legermacht van de hemel” worden soms engelen bedoeld (zoals in 1 Kon. 22:19 of Neh. 9:6). Maar in de meeste gevallen, zoals hier, de hemellichamen (voorbeelden: Deut. 4:19; Jes. 40:26). Wanneer “legermacht van de aarde” kunnen we denken aan de enorme diversiteit aan flora en fauna. Ook de mens behoort daartoe.

2. Terwijl het eerste vers ons laat zien, dat de schepping van de hemelen en de aarde en haar bewoners is voltooid, zegt het tweede vers Wie dit werk heeft verricht. Hoe vaak vinden we in deze drie verzen de uitdrukking “Zijn werk”?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor “werk” is van het hetzelfde werkwoord afgeleid als het woord “bode”. Welke boodschap kan de mens van het scheppingswerk aflezen (Rom. 1:19,20)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

4. Hoe luiden de wonderbare woorden van Psalm 19 vers 2 met betrekking tot dit bericht?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. En hoe drukt Psalm 102 vers 26 dit uit?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Wat doet God nu op deze zevende dag?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Hier wordt in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst niet het normale woord voor “rusten” gebruikt, maar een werkwoord, dat ook met “ophouden” (bijv. Gen. 8:22) wordt vertaald. God rust dus, omdat het werk is voltooid en Hij met het scheppen opgehouden is. Van dit woord voor “rusten, ophouden” is ook het woord “sabbat” afgeleid. Dat “rusten” hier de betere vertaling is dan ophouden, toont Ex. 31 vers 17.

7. In vers 3 lezen wij over twee dingen, die God met deze dag doet:

a. …………………………………………………………………………………………………………………..

b. …………………………………………………………………………………………………………………..

8. Hier, als er nog geen sabbat bestaat, wordt de dag duidelijk bedoeld ten zegen voor de mensen. Er is geen verbod op het werk, maar de mens behoeft niet te werken op de sabbat. Hoe drukt de Heer Jezus dit in Markus 2 vers 27 uit?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Voor het eerst in de Schrift (en voor de enige keer in Genesis) komt hier voor het woord “heiligen” voor. Uit deze tekstplaats kunnen we de oorspronkelijke betekenis goed afleiden. Welke betekenis heeft dit?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Alleen als “heiligen” afzonderen van het kwaad en het heenwenden naar God betekent, komen de belangrijke componenten erbij, die we kennen we uit het Nieuwe Testament.

10. De sabbatsrust van God werd echter door de zonde onderbroken. Dat is de reden waarom we meerdere malen in het Nieuwe Testament lezen, dat Jezus Christus wonderen op de sabbat verrichtte. Schrijf op met welke woorden Hij Zichzelf in Johannes 5 vers 17 verdedigde, toen Hij zo aangevallen werd:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

 

We hebben ons nu intensief met het scheppingsverhaal beziggehouden. Zijn we ons niet opnieuw de grootte van onze God bewust geworden? De prediker zei: “Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht” (Pred. 3:14).

En hoe waardevol zijn de woorden, waarmee God Zijn majesteit als Schepper aan Job presenteert:
“Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt. Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers wel. Of wie heeft het meetlint over haar uitgespannen? … Of wie heeft de zee met deuren afgesloten, toen zij losbarstte en uit de baarmoeder naar buiten kwam, toen Ik haar een wolk gaf als kleding, en de donkere wolken als haar omslagdoek. Ik stelde haar Mijn grens, en plaatste een grendel en deuren, en zei: Tot hiertoe mag u komen en niet verder, hier zal zich een grens stellen tegen de hoogmoed van uw golven. Hebt u in uw dagen de morgen ontboden? Hebt u de dageraad zijn plaats gewezen …?” (Job 38:4-5; 8-12).

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol