3 jaar geleden

De schepping (les 11) – de mens (II)

De mens

“En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen. Maar aan al de dieren van de aarde, aan alle vogels in de lucht en aan al wat over de aarde kruipt, waarin leven is, heb Ik al het groene gewas tot voedsel gegeven. En het was zo. En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag” (Gen. 1:29-31).

1. Nog een tweede keer spreekt God tot de mensen. Hij stelt in waarvan de mens moet eten. Wat geeft Hij hem tot voedsel?

a. ……………………………………………………………………………………………………

b. ……………………………………………………………………………………………………

2. Ook voor de dieren bepaalt God het voedsel. We leren God hier kennen, die alle levende wezens dat voedsel geeft, dat ze nodig hebben om te leven (Ps. 136:25; Ps. 147:9). Hoe beschrijft de Heer Jezus dat in Mattheüs 6 vers 26?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. In welke drie groepen werden de planten bij hun schepping ingedeeld?

a. ……………………………………………………………………………………………………

b. ……………………………………………………………………………………………………

c. ……………………………………………………………………………………………………

Deze indeling werd al gedaan in verband met de toewijzing van voedsel voor mens en dier.

4. Wat verordende God de landdieren en de vogels tot voedsel?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

God geeft de mens de planten tot voedsel, die zaden voortbrengen, omdat alleen hij doelbewust verzamelt, zaait, kweekt en oogst. Dieren zaaien noch oogsten, daarom krijgen ze het groene gewas als voedsel.

Net zoals God de landdieren niet het bevel geeft om de aarde te vervullen, omdat ze daardoor met de mens in ruimte zouden concurreren, zo geeft Hij hen en de vogels de planten om te eten, die de mens niet at. Bijgevolg zijn zij geen concurrenten met betrekking tot voedsel voor de mens.

Vandaag de dag wordt veel graan gevoederd aan vee, hetzij tot mest of verhoging van de melkopbrengst. In toenemende mate wordt graan ook gebruikt voor de productie van biobrandstoffen. Deze verduistering  van het doel van het zaaddragend gewas, zorgt ervoor dat de arme mensen verhongeren om de rijke landen een overmaat aan dierlijk voedsel mogelijk te maken en hun mobiliteit te garanderen. Dit is een miskenning van de geboden die God hier geeft!

5. We hebben al gezien dat Kaïn de eerste landbouwer was. Ook Noach had dit beroep (Gen. 9:20). Na de zondvloed lezen we voor de eerste keer van “zaad”.

Welke wonderbare belofte geeft God aan de mensen die uit de ark komen (Gen. 8:22)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Opvallend is het dat in deze verzen niet van eten van vlees sprake is. Het is de mensen niet toegestaan om vlees te eten. Dit verandert pas na de zondvloed. Wat geeft God aan de mens na de zondvloed tot voedsel (Gen. 9:2-3)?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Dit is een nieuwe, uitgebreide regeling. De mens mag nu vlees eten, maar zonder bloed. Deze bepaling wordt later in de wet van Mozes opgenomen (Lev. 17:10-14). In Handelingen 15 vers 20 wordt dit verbod ook voor ons christenen bevestigd.

7. De zondeval heeft dus enorme, catastrofale veranderingen in Gods schepping bewerkt. We kunnen ons helemaal niet voorstellen hoe de aarde er voor de zondeval uitgezien heeft.

Maar de vloek van de zonde zal niet eeuwig blijven. De profeten hebben gesproken over een wonderbare toekomstige tijd, waarin deze vloek van de aarde gedeeltelijk weer zal worden weggenomen.

Geef nu een korte samenvatting van wat er in Jesaja 11 vers 6-7 wordt gevonden:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Dit zal vervuld worden, wanneer de Heer Jezus in het duizendjarige rijk over de aarde regeren zal. Wij herinneren ons in dit verband nogmaals aan Romeinen 8 vers 19-23. Kunnen we het zuchten van de schepping niet dagelijks ervaren?

8. Hoe vaak heeft God vastgesteld dat het goed was?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

 

Hoe heerlijk moet deze aarde geweest zijn! David zong vol ontzag: “De hemel vertelt Gods eer, het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen. De ene dag spreekt overvloedig tot de andere, de ene nacht geeft kennis door aan de andere. Geen spreken is er, geen woorden zijn er, hun stem wordt niet gehoord” (Ps. 19:2-4).

Deze goddelijke mededelingen richten zich in de eerste plaats tot ons hart en geweten, en pas in tweede instantie tot ons verstand, want “door het geloof begrijpen wij dat de werelden door Gods woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is” (Hebr. 11:3).

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol