2 jaar geleden

De schepping (les 1) – In het begin

Om deze cursus op Frisse Wateren te vinden, moet u zoeken op de titel: “De Schepping”.

“In het begin schiep God de hemel en de aarde” (Gen. 1:1*).

1. In de Bijbel vinden we de uitdrukking “in het begin” meerdere malen. Om wat voor soort begin gaat het op de twee plaatsen hieronder?

a. Johannes 1:1-2: ………………………………………………………………………………………………..

b. Hebreeën 1:10: …………………………………………………………………………………………………

Merk op dat de Bijbel geen absolute tijd voor de schepping van hemel en aarde aanduidt. Het gebeurde in het begin. Dit begin is het begin van de zichtbare schepping, de materiële wereld. Ze had een begin en zal een einde hebben.

2. Wat zegt 2 Korinthe 4:18 over de zichtbare dingen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Op verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament wordt over het einde van deze hemel en deze aarde gesproken. Zoek daarvoor voorbeelden in:

a. Mattheüs 24, vers …………

b. Hebreeën 1 vers …………

c. 2 Petrus 3 vers …………

Reeds Job zegt dat de doden eerst zullen opstaan wanneer de hemel niet meer zijn zal (Job 14:12). Dit komt overeen met de beschrijving in Openbaring 20 vers 11-13.

4. In Genesis 1 worden verschillende woorden gebruikt worden voor de de scheppende activiteit van God: “scheppen”, “worden”, “maken”. In welke verzen wordt de activiteit van God als “scheppen” bedoeld?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

We vinden de uitdrukking bij de schepping van hemel en aarde (de materiële wereld), van de eerste dieren (bezielde wezens in het water en in de lucht) en van de mensen – bij deze maar drie keer. Het werkwoord “scheppen” of “maken” (Hebr. “bara”) wordt in de Bijbel alleen voor God gebruikt. Het woord duidt erop, dat het daarbij altijd gaat om het voortbrengen van iets wat fundamenteel nieuw is. De mens is ook niet een sterk ontwikkeld dier, maar een nieuwe schepping.

5. Welk woord gebruikt de Schrift voor het voortbrengen van de landdieren? (vs. 25)

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. In welke verzen vinden we dit woord bovendien nog met betrekking tot de scheppende activiteit van God in Genesis 1?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Nadat de bewoners van het water en de vogels al bestonden, waren de landdieren niet geheel nieuw meer, maar gewoon ook dieren, en werden door God “slechts” gemaakt. Dat betekent echter niet, dat ze zich uit de bestaande wezens ontwikkeld zouden hebben.

Vers 1 spreekt er dus over, dat de hemel en de aarde als volledig iets nieuws, die niet eerder bestonden en door God geschapen werden.

7. Het Hebreeuwse woord voor God in Genesis 1 is “Elohim”. Het is de meervoudsvorm van “El”, het woord dat elders in de Schrift ook voor “God”  wordt gebruikt. De meervoudsvorm “Elohim” wordt ook vertaald met “goden”, als het gaat om valse goden, maar dan staat ook het werkwoord van de zin in het meervoud (bijv. Jer. 10:11). In het eerste hoofdstuk van de Bijbel echter staat het tot het onderwerp “Elohim” behorende werkwoord altijd in het enkelvoud. Dit is een geweldige bijzonderheid.

Welk belangrijk feit weerspiegelt zich in deze taalkundige bijzonderheid al in het eerste vers van het Woord van God?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Pas in het Nieuwe Testament hebben we de volledige openbaring van God. Noteert u twee teksten die laten zien, door wie God Zich volledig heeft geopenbaard:

a. Johannes 1:18:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

b. Johannes 14:9 (einde van het vers):

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. In kortere vorm vinden we de volledige openbaring van Gods naam in de doopopdracht van de Heer Jezus (Matth. 28:19). Dus hoe kunnen we God ook kennen?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Deze “drieënige” God (een term die niet voorkomt in de Bijbel, maar wel op treffende wijze deze waarheid uitdrukt: drie Personen, maar één God) heeft in het begin geschapen.

10. Het woord hemel staat in het Hebreeuws altijd in een meervoudsvorm. Dit alleen al geeft aan dat de Bijbel verschillende hemelen kent. Hoe zou men het gebied noemen, dat God in vers 8 de hemel noemt?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

11. De termen “de hemelen”, “de hemel der hemelen,” “de allerhoogste hemel”, “de hemel boven de hemelen” (Deut. 10:14; 1 Kon. 8:27; 2 Kron 2:6; 2 Kron. 6:18;. Neh. 9:6; Ps. 148:4) spreken zelfs van een hiërarchie van de hemel. In welke context lezen we in 2 Korinthe 12 over de “derde hemel”?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

12. Hoe wordt de derde hemel in dit hoofdstuk ook nog genoemd en in welk vers staat dat?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

13. Waar lezen we verder nog in het Nieuwe Testament ook over deze plaats?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

14. Wie bevinden zich daar?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

15. De wortel van het Hebreeuwse woord voor hemel heeft de betekenis van hoog. Wat lezen we in Psalm 103 vers 11 van de hemel?

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

16. Na de hemel wordt in Genesis 1 vers 1 de aarde genoemd. Met het woord “aarde” wordt in de Bijbel niet altijd hetzelfde bedoeld. Wat betekent het in vers 1, wat in vers 10?

a. ……………………………………………………………………………………………………….………….

b. ……………………………………………………………………………………………………….………….

17. In welke figuurlijke zin spreekt de gelijkenis in Mattheüs 13 vers 1-23 van “aarde”?

Meer dan 100 keer worden in de Bijbel de hemel (als het heelal) en de aarde (als planeet) tezamen in één vers vermeld. De aarde is van alle hemellichamen die in het heelal bestaan, de enige die God in het eerste vers noemt. De aarde is niet, zoals de Grieken geloofden, het centrale hemellichaam in het heelal – wat de Bijbel ook op geen enkele plaats beweert – maar het is het hemellichaam, dat God als woonplaats voor de mens bereid heeft, waarop Hij de mens schiep en waarnaar Hij Zijn Zoon zond.

In dit opzicht is de aarde uniek!

© Bibelkurs.com

* In deze cursus wordt voor het Oude Testament als vertaling de “Herziene Staten Vertaling”  (HSV) gebruikt. Indien een andere vertaling nodig of duidelijker is, wordt dit aangegeven.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol