12 jaar geleden

De man wiens hand aan het zwaard kleefde (1)

Misschien verwondert u zich over dit zeldzame opschrift. Wie mag dat zijn, de man wiens hand aan het zwaard kleefde? Dezelfde vraag heb ik mij ook gesteld, toen ik dit opschrift in een oud boek van C.H. Spurgeon vond. Maar de oplossing van het raadsel was snel gevonden. Het gaat daadwerkelijk om een bijbels persoon, en wel om Eléazar, een van de helden van David. Het bijbels bericht over deze man is kort, maar leerrijk.

We lezen deze kleine geschiedenis in 2 Samuël 23:9-10: “En na hem was Eleázar, de zoon van Dodo, zoon van Ahóhi, deze was onder de drie helden met David, toen zij de Filistijnen beschimpten, die aldaar ten strijde verzameld waren, en de mannen van Israël waren opgetrokken. Deze stond op, en sloeg onder de Filistijnen, totdat zijn hand moe werd, ja, zijn hand aan het zwaard kleefde; en de HEERE werkte een groot heil op die dag; en het volk keerde hem na, alleen om te plunderen”.

Deze man was dus een soldaat, een krijgsheld, die in de strijd voor zijn koning stond. Ook Christenen hebben een strijd te strijden, de strijd van het geloof. Judas roept ons uitdrukkelijk op “om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd” (vers 3). Bedoeld wordt het geloofsgoed of de geloofswaarheid, die God ons in Zijn Woord gegeven heeft. Laten wij ons afvragen: Zijn we bereid ons voor de zaak van onze Heer in te zetten, of strijden wij liever voor onze eigen interesses of zelfs voor de interesses van deze wereld? Deze vraag is van belang, ook – of juist dan – wanneer wij nog jong zijn. Als wij bereid zijn, ons in de dienst van de Heer te laten gebruiken en voor Zijn zaak te strijden, kunnen wij van Eleázar iets leren.

1. Tegen de stroom in zwemmen

De situatie was duidelijk. De Filistijnen vielen aan, en de kinderen van Israël verloren de moed. Zij namen afstand. Eleázar echter niet. Hij bewees moed en vastberadenheid, ook wanneer alle anderen het heil in de vlucht zochten en hem alleen lieten. Dapper verhief hij zich tegen de Filistijnen en waagde het in zijn eentje. Het gedrag van zijn medestrijders was niet de maatstaf voor zijn eigen handelen. Hij richtte zijn handelen op de noodzaak, die uit de situatie voortkwam. Zeker, Eleázar had afstand kunnen nemen, maar neen, dapperheid onderscheidde hem. Hij handelde anders dan de anderen. Zo was het overigens bij elke opwekking onder het volk van God. Een handjevol mannen en vrouwen hadden de moed anders te zijn dan de overigen en de koers van de brede massa te verlaten. Daarmee wil niet gezegd worden, dat wij altijd alles anders moeten doen dan de anderen. Maar de les ligt toch voor de hand: Het gaat in de strijd voor onze Heer altijd om onze persoonlijke verantwoording. Wij kunnen ons niet met de geliefde verontschuldiging uit de affaire onttrekken: “Maar de anderen …”. De Heer Jezus zei tegen Petrus: “Volg jij Mij” (Johannes 21:23). We mogen ons verblijden, wanneer anderen meetrekken, maar dat neemt niets van de persoonlijke verantwoording weg, die ieder afzonderlijk voor de Heer draagt.

2. Voorbeeld geven

Eleázar was een einzelganger. Hoewel hij van de juistheid van zijn doen overtuigd was, zag hij hen, die zich uit de voeten gemaakt hadden, niet met scheve ogen aan. Tenminste daarvan lezen wij niets. De Bijbel bericht ons niet, dat hij het zijn broeders vanwege hun lafhartig gedrag lastig gemaakt heeft of dat hij voor hen een heel lange morele prediking gehouden zou hebben. Hij discussieerde er met hen ook niet over, om hen tot terugkeer te bewegen. Het schijnt bijna zo, dat hij er zich helemaal niet zo lang mee heeft bezig gehouden, dat zij wegliepen. Hij deed iets anders. Hij gaf hen door zijn eigen gedrag een voorbeeld. Zijn doen bewerkte voorbeeldig, daarom kon hij zich vele woorden besparen. De toepassing op ons ligt ook hier zeer dichtbij. Hoe vaak verliezen wij ons in eindeloze debatten over dit of dat, in plaats van ons op het wezenlijke te concentreren. We zien een fout bij onze broeder of onze zuster en spreken erover, zonder het zelf beter te doen. Hoe zou sommig verkeerd gedrag bij anderen vanzelf oplossen, wanneer wij – u en ik – door ons gedrag een positief signaal geven zouden. Dat betekent niet, dat wij niet met elkaar spreken kunnen (en moeten), wanneer wij een verkeerde ontwikkeling zien, maar het belangrijke punt, die wij hier willen leren, is dat wij allereerst door ons eigen gedrag een positief voorbeeeld geven willen.

3. Kwaliteit in plaats van kwantiteit

Met dit gezegde omschrijven de mensen van deze wereld een feit, die we in de geschiedenis van Eleázar ook zien. God redt niet onvoorwaardelijk door de velen, maar Hij zoekt Zijn mensen volgens heel bepaalde maatstaven uit. Om resultaat in de geestelijke strijd te hebben is de hoeveelheid niet noodzakelijk, maar mannen en vrouwen die geestelijke moed hebben en die vertrouwen hebben in hun God. David drukte het eens zo uit: “Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur” (Psalm 18:30). De geschiedenis van Gideon (Richteren 6-8) illustreert ons dit net zo als de heldendaad van Eleázar. Volgens menselijke overleggingen was het beter geweest dat Eleázar de strijd helemaal niet alleen begonnen was, maar in vertrouwen op zijn God heeft hij het toch gewaagd. En zijn berekening ging op. Hoe vaak ontbreekt ons juist dit onvoorwaardelijk vertrouwen op de hulp van onze Heer. We zien op het aantal mensen, die met ons gaan. We vertrouwen op ons kunnen, op onze intelligentie of andere hulpmiddelen. Net als jonge mensen oriënteren wij ons graag op anderen, en het valt ons bijzonder zwaar, alleen op de Heer te vertrouwen. Het voorbeeld van Eleázar wil ons moed geven.

Ernst-August Bremischer, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol