1 maand geleden

De kleine vossen

Bijbelgedeelten: Hooglied 2 vers 15; Jakobus 3 vers 5-6.

De spoorlijn vanuit Mexico-Stad op het centrale plateau, 2300 meter boven zeeniveau, naar Vera Cruz aan de Golf is een technisch meesterwerk. Meer dan 100 km van de route loopt door het bergachtige gebied tussen de kust en het Mexicaanse plateau. Dit gedeelte van deze route heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 2,5% en leidt langs de steile wanden van hoge bergen, door lange tunnels en over bruggen, die over diepe kloven gespannen zijn en biedt een prachtig en schilderachtig landschap. Als je bedenkt dat voor de aanleg van spoorlijnen eigenlijk alleen een helling van 1% is toegestaan, kan men zich een beetje voorstellen met hoeveel moeiten en gevaren het overwinnen van deze verschillen waren verbonden. Een reiziger gaf als commentaar op de risico’s die aan het berijdbaar maken van dit gedeelte zijn verbonden: “Er zijn weinig ongevallen gebeurd, ongetwijfeld omdat ze voortdurend zijn voorzien. Het gevaar ligt daarin, dat mensen in het gevoel van volledige veiligheid lichtzinnig worden. Het ligt niet in de ijzeren bruggen die elke dag liggen te wachten, maar in de kleine kabels of losse rails”.

Is dat niet het geheim van sommige valkuilen onder de kinderen van God? Zijn het niet de kleine, onopgemerkte dingen die ons onvoorbereid treffen en onze val veroorzaken? We kunnen zelden beschuldigd worden van de grote, opvallende zonden van de wereld om ons heen, zonden die “tevoren openbaar” worden en “[hun] voorgaan in het gericht” (1 Tim. 5:24). Maar achteruitgang begint meestal met kleine dingen – gewoonten die je jezelf toestaat om te doen, twijfelachtige dingen om te doen, of het nu op het werk is, thuis, op school, in de fabriek, in de winkel of op de boerderij. In dit kleine begin ligt vaak het gevaar. Hier begint meestal een bergafwaarts gaande christelijke koers.

“Vang voor ons de vossen, de kleine vossen die de wijngaarden te gronde richten”, luidt de oproep in Hooglied 2 vers 15 – deze sluwe kleine dieren die onopgemerkt schade aanrichten. “Zie, hoe zo’n klein vuur zo’n groot bos aansteekt!”, zegt de apostel Jakobus, en benadrukt zijn waarschuwing met de uitroep van “Zie!” (Jak. 3:5). Want u kunt er zeker van zijn, beste christelijke lezer, het gevaar is heel reëel. We moeten voor verborgen gevaren en onzichtbare strikken voortdurend op de hoede zijn. Ik ken een geval waarbij een schaamteloze weg, die een uitsluiting van de tafel van de Heer vereiste, daarmee begon, dat men “alleen maar een video” wilde bekijken. Het was de vonk die “de loop van de natuur ontsteekt”. Een ander begon omdat hij af en toe “een klein slokje” drinken wilde. Wanneer in de politieke wereld geldt: “altijd voortdurende waakzaamheid is de prijs van de vrijheid”1, hoeveel te meer in geestelijke dingen waar satans valkuilen ontelbaar zijn. We moeten altijd op onze hoede zijn, omdat het vlees in ons zo gemakkelijk reageert op verleiding. En het gebed moet met waakzaamheid gepaard gaan, of heeft onze trouwe Leider ons niet gewaarschuwd: “Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt”? (Matth. 26:41)

“Er zijn maar weinig ongelukken gebeurd”, zegt de reiziger, “omdat men er voortdurend op had geanticipeerd”. En veel minder gevallen zouden door hemelse reizigers moeten worden ervaren, wanneer men deze valkuilen meer vreesden en serieuzer nemen zou. “Het gevaar ligt daarin, dat mensen in het gevoel van volledige veiligheid lichtzinnig worden”. Ja, en wanneer gelovigen zichzelf in valse veiligheid wiegen – misschien veroorzaakt door lange ervaring, hun Schriftkennis, vroegere overwinningen over verleidingen, natuurlijke wilskracht, vrij zijn van vleselijke verlangens, enzovoorts, alles om een vals gevoel van veiligheid te geven – dan zullen zelf-oordeel, voortdurend gebed en waakzaamheid niet langer als noodzakelijk worden geacht; en dan komt de ontsporing, de val!

Ach, broeders en zusters, zullen we ons in slaap wiegen vanwege de eeuwige liefde van onze Herder en de almachtige hand van de Vader? Moeten we daarom juist niet meer op onze wandel, onze gewoonten, onze woorden, het gezelschap waarin we ons begeven of de plaatsen die we bezoeken, acht geven? Niets kan ons scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus is, onze Heer. Laat ons God daarvoor danken! Maar dat garandeert niet, dat ik niet zal vallen als ik niet waakzaam ben ten opzichte van elke toenadering van wereldgelijkvormigheid of zonde.

Ja, de “grote ijzeren brug” staat voor de eeuwige veiligheid van elke ware gelovige. Maar laten we op de “kleine kabels” acht geven en op onze hoede zijn voor de onopvallende, onverwachte “losse rails”. Hier zijn we het meest kwetsbaar voor de schipbreuk van het geloof, raken van de weg af en landen gebroken en vernietigd in een of andere ravijn of moeras aan de kant van de weg.

“Weest nuchter, waakt; uw tegenpartij, [de] duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden” (1 Petr. 5:8). En bedenk dat hij nog gevaarlijker is als hij heimelijk als een “engel van het licht” komt.

VOETNOTEN:
1. De zin wordt toegeschreven aan Thomas Jefferson, de derde president van de VS en auteur van de Onafhankelijkheidsverklaring.

Online in het Duits sinds 19.01.2012.

Christopher Knapp, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol