11 jaar geleden

De Heere Jezus in het Mattheüs-evangelie – sr (9)

les 9

“De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en om Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen” (Mattheüs 20:28).

 

Beste cursist,

In de hoofdstukken 19 en 20 van het evangelie naar Mattheus geeft de Heere Jezus onderwijs over zedelijke waarden in het koninkrijk der hemelen. Dat betekent: Hij leert ons wat waarde heeft voor de Heere God. Geen grote naam of succes in het leven. “Al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan …”.
Hij vraagt ons het huwelijk te eren, en te vergeven als zonde binnensluipt (19:1-12). Hij bewijst dat Hij zich niet laat misleiden door een keurig gedrag, als ons hart niet volkomen voor Hem is (19:16-25). Hij toont en leert ons dat het meer is om in liefde te dienen dan om te heersen (20:20-28). Hij mag van ons verwachten dat wij ons naar deze lessen gedragen, ook als Hijzelf nog in de hemel is, en wij op aarde. Hij zal niemand ook maar iets schuldig zijn; er wacht ons een rijke beloning (19:27-20:16).

Vraag 1a:

Zie: Mattheüs 19:1-2 en 20:17-19:
De Heere Jezus gaat voor de derde keer naar Judéa en Jeruzalem. Wat wacht Hem?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1b:

Wist Hij dat?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1c:

Verandert er iets in Zijn gedrag?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 1d:

Kunt u een voorbeeld noemen van iets waarmee Hij onveranderd doorgaat?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Niets kon verhinderen dat onze Heiland het verlossingswerk zou vervullen. Hij werd door een eeuwige liefde gedreven. Hij dacht tot in de dood aan mij en aan u.

Vraag 2:

Zie: Mattheüs 19:4-5 en Hebreeën 1:2:
“Hij die man en vrouw gemaakt heeft” (vs 4). Wie was dat? En Wie spreekt er in Mattheüs 19?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Is het niet iets om heel eerbiedig bij stil te staan: Hier spreken mensen met onbekeerde harten over het heilige instituut van het huwelijk met de Schepper, Die zelf het huwelijk als kostbaar geschenk in mensenhanden had gelegd. In plaats van ootmoedige dankbaarheid treft Hij hardheid van het hart aan. Geve God genade dat wij in de donkere dagen waarin wij leven ook, deze gave van God eerbiedigen, en onze kinderen of kleinkinderen daarin onderwijzen. En als u hierin een verdrietige weg moest gaan, en misschien zelfs het stille en grote verdriet van ontrouw moet dragen, weet dan dat uw Heiland-God eens alle tranen van de ogen zal afwissen en alles nieuw zal maken (Openbaring 21:1-7).

Vraag 3:

De kinderen kwamen wel! Lang niet alle kinderen gaan zo maar naar een volwassene toe. Wat zal hen in de Heere Jezus hebben aangetrokken?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Er is wel eens gezegd: Er staat helemaal niet, dat het de moeders waren die de kinderen bij Jezus brachten. Dat is waar, maar hoevelen van ons werden toch aan moeders hand tot de Heere Jezus geleid. Laten we God danken als we onder die zegen mochten opgroeien, en laat deze genade niet nutteloos aan ons zijn besteed: “Want dit is de wil van God: Uw (praktische) heiliging” (Thessalonika 4:3). En als we geen Christelijke ouders gehad hebben en u of jij leest dit, verblijdt u dan dat de Heere in Zijn bijzondere liefde en genade u/jou heeft opgezocht. Vergeet daarbij niet voor uw familie te bidden en laat hen ook in uw/jouw leven zien Wie de Heere Jezus is en vertel van Hem als u/jij daarvoor de kans hebt.

In Mattheüs 19:16-25 vinden we de geschiedenis van de rijke jongeling. Zo op het eerste gezicht mocht de Heere Jezus wel blij zijn dat zo’n voortreffelijke burger zich bij Hem wilde voegen. Echter: “De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan” (Samuel 16:7).

Vraag 4:

Wat heeft de Heere Jezus gezien, diep in het hart van deze jongeman?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Laten wij maar traag zijn om deze jongeman te oordelen. Het is de goedertierenheid van de Heere die ons tot bekering leidt (Romeinen 2:4). En wat ziet de Heere diep weggestopt in ons hart vaak nog voor afgesloten kamertjes? Ons heil hangt daar weliswaar niet van af. Hij zoekt geen volmaakte maat van berouw, die ons zou redden van het oordeel. Wél roept Hij ons tot bekering, en daarna tot geloof. Dan mogen we zien dat alleen het verzoeningswerk van Christus ons redt van de toekomende toorn. Net zo goed echter hoort de wetenschap dat Hij ons hele hart kent, ons ootmoedig te stemmen.

Hierna vinden we in hoofdstuk 20:1-16 de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard.

Vraag 5a:

Onder welke titel treffen we de Heere aan in vers l?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 5b:

Onder welke titel treffen we Hem aan in vers 8?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 5c:

Wat lezen we van Hem in vers 15?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Zullen we de beoordeling van onze aardse arbeid, en de beoordeling van wat wij op aarde deden in Zijn koninkrijk, niet rustig leggen in de handen van Hem die rechtvaardig oordeelt, en die goed is? Eén is goed lezen we in Mattheüs 19:17.

Vraag 6:

De Heere Jezus kondigt driemaal Zijn lijden en sterven aan (Mattheüs 16:21; 17:22-23 en 20:17-19). Wat kondigt Hij echter ook driemaal aan?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vooruitblikkend wist Hij al veel meer van het lijden dat Hem wachtte” dan dat wij er terugblikkend van kunnen begrijpen. Ondanks dit besef, dat Hem ten diepste aangreep (lees Lukas 12:50) ging Hij heen naar Golgotha, voor u en voor mij. Daarbij zag Hij op de vreugde die ná het kruis lag (Hebreeën 12:2).

In Mattheüs 20:20-23 vinden we de moeder van Johannes en Jakobus, die een ereplaats voor haar zonen zoekt. Deze zonen menen dat zij de drinkbeker kunnen drinken, die de Heiland zou drinken. Zij wisten werkelijk niet wat ze zeiden. Als de Heiland dan zegt dat zij Zijn drinkbeker zullen drinken, bedoelt Hij niet de drinkbeker van Gods toorn. Deze kon alleen de Heere Jezus drinken. Nee, zij zouden geen deel kunnen hebben aan het lijden van Gods zijde.

Vraag 7a:

Waar en bij Wie vinden we wel het meest smartelijke lijden van Gods zijde?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Welke bekende woorden brengen dit tot uitdrukking?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 7b:

Maar wat bedoelt de Heere Jezus dan wel als Hij zegt: “Mijn drinkbeker zult u wel drinken …”? Wat is dan de inhoud van díe beker?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 7c:

Ook bij het avondmaal is er sprake van de drinkbeker (Mattheüs 26:27). Wat symboliseert deze beker?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 7d:

Wie mogen in principe deze drinkbeker uit Zijn hand ontvangen?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Later echter volgt nog onderwijs van de apostel Paulus over het avondmaal, omdat er allerlei vormen van onreinheid binnenslopen in het huis van God. We zullen daar hier niet dieper op in gaan. U mag over dit (of een ander) onderwerp overigens best corresponderen met mij, als u dat wilt.

Vraag 8:

Welk woord uit de versen 30-31 en 34 komt drie keer voor. Twee keer in een vraag, de derde keer als een antwoord?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

We zien dat Hij een hulpkreet niet kan weerstaan. Zoals een liefhebbend vader of moeder een snikkend kind in de armen neemt, zo gaat Zijn hart open als een mens zich tot Hem keert. Geprezen zij Zijn naam!!!

Met een hartelijke groet en zo de Heere wil tot de volgende les.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol