10 jaar geleden

De Heer Jezus in het Mattheüs-evangelie – sr (12)

Les 12

“… De Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd …” (1 Korinthe 11:23; Mattheüs 26-27:26)

Beste cursist,

We komen nu aan de lijdensgeschiedenis en de opstanding van de Heere Jezus. De Heere Jezus heeft alles gedaan voor het volk: Hij heeft hen geleerd en hun zieken genezen; Hij heeft hun kinderen in Zijn armen genomen; Hij heeft hun bezetenen verlost; Hij heeft hen gevoed en vermaand; Hij heeft Zich dag en nacht geen rust gegun;  Hij heeft hen gezocht, verdragen en vertroost. En nu, na drie en half jaar trouwe dienst, overleggen zij hoe zij Hem zullen doden. Toppunt van haat en onrecht. Zegt Hij nu: “En nu is het genoeg, jullie zijn het niet waard dat Ik nog langer naar jullie omkijk?” Had Hij niet het recht om dit te zeggen? Hij zwijgt in Zijn liefde, en gaat de weg naar Golgotha. Voor ons; alleen, verlaten, verloochend, verraden. Aanbiddelijke Heiland!

Maria en Judas

Voordat de “veroordelingen”en het lijden aan het kruis van de Heere Jezus een aanvang nemen, is er nog een moment van troost en bemoediging voor Hem. God brengt een gelovige vrouw (Maria van Bethanië) op Zijn weg, die Hem zalft met kostbare balsem. De balsem is een beeld van aanbidding.

Vraag 1:

Wat is de tweede betekenis van de balsem, zoals de Heere Jezus ons zelf leert in Mattheüs 26:6-13?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

De Heere heeft zo nog één ontmoeting met Maria, die waarschijnlijk het meeste van Hem had begrepen. Dan is daar echter ook Judas, die wel het minste van de Heere Jezus heeft begrepen.

Vraag 2:

Judas verraadt de Heere. Later krijgt hij kennelijk spijt van zijn daad. Wat ontbreekt er echter? (2 Korinthe 7:9-10)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Een moeilijke uitdrukking! Het is meer dan alleen spijt hebben, omdat we de gevolgen van een zonde onaangenaam vinden, of omdat we teleurgesteld zijn in onszelf. Het is berouw en erkenning voor God. Berouw is niet in de eerste plaats een persoonlijk gevoel van afkeer of verdriet. Berouw is in de eerste plaats zelfoordeel: eerbiedig buigen voor Gods recht, dat ik geschonden heb. Erkennen dat God het recht heeft om mij te oordelen, en dat God rechtvaardig is als Hij mij veroordeelt. Zijn antwoord is dan altijd: “Deze zoon van Mij was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden” (Lukas 15:24).

Het Avondmaal

Voordat de Heere Jezus het avondmaal instelt is Judas weggegaan. Dit leert ons de vergelijking van Johannes 13:21 en Mattheüs 26:20-25 (zelfde gebeurtenis), waarna pas Mattheüs 26:26 plaatsvindt. Aan het avondmaal behoort geen ongelovige deel te nemen, en ook niet iemand die zonde in zijn leven laat bestaan.

Vraag 3:

Waarom stelt de Heere Jezus het avondmaal in (u vindt een antwoord in 1 Korinthe 11:23-26)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Gethsémané, Petrus

Psalm 102 beschrijft ons wat er in het hart van de Heiland omgaat in Gethsémané. De Heere beschrijft Zijn droefheid en angst, maar Hij noemt ook de diepste reden van die angst en droefheid in vers 11.

Vraag 4:

Wat is die diepste reden?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Is het niet aangrijpend om te lezen dat de Heere Jezus bedroefd was tot de dood toe. Kunnen wij ons voorstellen wat daar eigenlijk staat? Toch ging Hij de weg naar Golgotha. Uit liefde tot Zijn God en Vader; uit liefde tot u en mij. Geprezen zij Zijn heilige Naam.

Vraag 5a

Wat had Petrus gedaan in Gethsémané, toen de Heere zo intens in gebed was?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 5b:

Wat had de Heere hem in Gethsémané echter gezegd?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Hoe vaak hebben wij het nederig gebed om bewaring overgeslagen? Hoe vaak hebben wij onszelf beter geacht dan anderen in onze navolging van de Heere? Petrus was vol zelfvertrouwen geweest. In zijn verloochening zien we echter wat onze “goedheid” onze goede bedoelingen en onze prestaties waard zijn. We zijn daarin geen haar beter dan Petrus. Mochten wij van Petrus de les van afhankelijkheid leren.

Gevangen

Eén engel versloeg 185.000 soldaten voor de poorten van Jeruzalem (2 Koningen 19:35). De Heere Jezus spreekt over een macht van meer dan 60.000 engelen die Hem te hulp kon komen! Slechts één engel kwam neer, niet om te strijden, maar om Hem te sterken in zijn grote verdriet. De Heere kon geen strijders gebruiken. Hij moest naar Golgatha gaan. Zelfs het ene zwaard van één discipel is al te veel.

Vraag 6:

Wat moesten de handen van de Heere Jezus nog doen, voordat ze werden vastgebonden (u leest hierover in Lukas 22:47-53)?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

De handen van de Heere Jezus: gevend, troostend, de Schriften openend, genezend, gebonden, doorboord, getoond na zijn opstanding, zegenend bij de hemelvaart, en nu biddend voor ons.

Veroordeeld door de Joodse leidslieden

In Mattheüs 22:41-46 had de Heere Jezus op overtuigende wijze aangetoond dat de Christus de Zoon van God is. Niemand kon Hem toen nog antwoorden, of durfde Hem toen nog iets te vragen.

Vraag 7a:

Welke vraag durft de hogepriester nu te stellen? (Mattheüs 26:59-68)

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 7b:

Wat is de “schuld” die de hogepriester de Heere Jezus ten laste legt?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 7c:

Was dat, na “Mattheüs 22”, gerechtigheid, een hogepriester waardig? Lees Deut 16:18-20

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Veroordeeld  door Pilatus

Vraag 8:

Hoeveel woorden spreekt de Heere Jezus ter verdediging voor Pilatus in Mattheüs 27?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Het beroemde Romeinse recht, “Lex Roma” is tot in onze tijd het fundament van de rechtsstaat, het startpunt van een academische studie in de rechtsgeleerdheid. Wat een schande! “Ik vind geen schuld in Hem” – “En hij leverde Hem over om gekruisigd te worden” (Lukas 23:4; Mattheüs 27:26).

Veroordeeld door het volk

Vraag 9a:

Wie verkozen Barabbas boven Jezus, en wie riepen het “kruisig Hem”?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 9b:

Wie hadden hen daartoe opgestookt, en hadden daarom de grotere schuld?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

“God zij rechtvaardig en ieder mens leugenachtig” (Romeinen 3:4);

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen, maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht” (Johannes 12:24);

“Moest de Christus dit niet lijden?” (Lukas 24:26).

 

Met een hartelijke groet en zo de Heere wil tot de volgende les.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol