3 jaar geleden

5. De Bijbel: een eenheid (II)

Opmerking: Er wordt voor het oude testament in hoofdzaak de Herziene Statenvertaling gebruikt, tenzij een andere vertaling duidelijker of beter aangeeft, wat de bedoeling is. In dat geval wordt de gebruikte vertaling dan ook bij name genoemd. Voor het nieuwe testament wordt veelal de Telos-vertaling gebruikt, tenzij anders vermeld.

De eenheid van de Schrift is eveneens bijzonder duidelijk wanneer we de inhoud, het doel en de kracht van de Heilige Schrift verkennen.

1. Wat de hoofdinhoud van het oude testament betreft – en dat geldt ook voor het nieuwe testament – lezen we in Johannes 5:39 een belangrijk getuigenis. De Heer Jezus zegt tegen de Joden: “U ………………………………………………………, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die ……………………. getuigen.

2. Alle Schriften hebben een doelstelling. Hoe geeft Romeinen 15 vers 4 dit doel aan? ………………. opdat wij ………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………….……….……………………………………………………………………………………………… .

Het doel van de Schriften is dat wij “hoop hebben”.

In de wereld die sinds de zondeval geheel verduisterd is, waarin de mens zonder ……………… en ……………….. leeft (Ef. 2:12b), wil God door de Schriften “hoop geven”.

3. Uit de Schriften ontspringt ook kracht. De Schriften vermogen ons ook wijs te maken tot ……
……………………………………………………………………………………………………….………….
zoals wij in 2 Timotheüs 3:15 lezen.

4. Met betrekking tot de eenheid en de inhoud van de bijbel zullen we de profetieën onderzoeken die op de Heer Jezus van toepassing zijn. De eerste profetie vinden we in Genesis 3:15 die de komende Verlosser op de volgende wijze aanduidt: “uw (haar) ……………. (van Eva)”. En het nieuwe testament laat ons zien, dat de Heer Jezus op een heel bijzondere wijze het zaad (nakomeling) van de vrouw is. Hij is namelijk de zoon van Maria , maar niet van ……..………….. .

5. Toen Noach uit zijn roes ontwaakte, vervloekte hij ……………………………., de zoon van Cham. Hij gaat daarna verder: “Gezegend is de ……………………, de God van …………” (Gen. 9:26). Dat laat duidelijk zien, dat God zich in het bijzonder met de nakomelingen van Sem wil bezighouden.

6. Slaan we Genesis 22 vers 18 op, dan zien we dat de Messias tot het nageslacht van …………………………. behoren zal. In Mattheüs 1 vers 1 wordt dan ook gezegd: “Geslachtsregister van Jezus Christus, ………………………………………………. van Abraham”.

7. De kring wordt echter nog nauwer getrokken, want Jakob profeteerde dat “de scepter zal van ……………… niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat …………. komt” (Gen. 49:10).

De schrijver van Hebreeën bevestigt de vervulling van dit feit. Hij schrijft: “Want het is overduidelijk dat …………………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………………..
……………” (Hebr. 7:14).

8. In het verdere verloop maakt Nathan bekend, dat de Christus van David zal afstammen (zie 2 Sam. 7:12 / verg. Hebr. 1:5). En Mattheüs 1 vers 1 laat zien, dat ook deze profetie in vervulling is gegaan, want Christus wordt daar genoemd: “de ………………… ……… ……………………….…”.

9. Maar dat is nog niet alles. In een vorige les hebben we al stilgestaan bij Jesaja 7 vers 14. Welk teken zien we daar aangekondigd? “………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………………” .

In Mattheüs 1 en Lukas 1 vinden we de vervulling. In Lukas 1 vers 27 wordt Maria een …………..
genoemd die …………………………………. was met een man genaamd …………………………. .

10. Evenzo wordt de geboorteplaats van de Heer Jezus vele honderden jaren tevoren aangekondigd. Volgens Micha 5 zou het ………………… ………. zijn, en Mattheüs 2 vers 1 sluit daar harmonisch op aan (verg. Mattheüs 2:6).

11. Dat de Messias veracht zou worden, lezen we in Jesaja 53 vers …… . Vers 4 van dit hoofdstuk spreekt over het genezen van zieken, welke de Heer doen zou (verg. Matth. 8:17). Het verraad van de Heer wordt door David aangegeven in Psalm 41 vers 10 en het verradersloon wordt in Zacharia 11 vers 12 aangegeven met ………………………………………. (verg. Matth. 26:15).

12. Hoe de Heer zich zou laten uitleveren, voorzegt Jesaja met de volgende woorden:

“…. als een schaap dat ………….. …. voor zijn scheerders …” (Jes. 53:7).

De vervulling vinden we in Markus 15 vers ……. .

13. Het einde van het leven van de Heiland wordt in vele bijzonderheden nader aangegeven. Jesaja 50 vers 6 spreekt ervan, dat Hij Zijn aangezicht niet verborg voor ………………………. …………………………….. (verg. Matth. 27:30). Zijn kruisdood wordt duidelijk ut Psalm 22 vers 17 [16]; daar wordt gesproken van doorboorde ………………….. …. ……………………. . Eveneens wordt aangegeven dat men Hem ………… ……….. te drinken geven zou (Ps. 69:22 [21]; verg. Matth. 27:48).

14. Aangekondigd werd:

  • Zijn kruisiging tussen …………………………………… (Jes. 53:12; verg. Luk. 22:37).
  • Zijn graf bij de ……………………………………… (Jes. 53:9; verg. Luk. 23:50-53).
  • Het verloten van Zijn ….……………………… (Ps. 22:19 [18]; verg. Joh. 19:24).
  • Het niet verbreken van Zijn ………………… (Ps. 34:21 [20]; verg. Joh. 19:36).
  • Het doorsteken van Zijn …………………… (Zach. 12:10; verg. Joh. 19:34).

Al deze mededelingen vormen een harmonische eenheid. Het nieuwe testament laat zien hoe deze profetieën stuk voor stuk vervuld werden.

15. Letten we erop hoe de behoudenis (het heil) verworven werd. Ook daarbij valt de eenheid van de Schrift op. In Genesis 15 vers 6 staat, dat God …… ………………. van Abraham tot ……………………………. rekende. De profeet Habakuk die vele eeuwen later leefde, kende geen ander weg om leven te ontvangen, want hij betuigde: “maar de rechtvaardige …… ………. …………………………………………..”.

En op drie verschillende plaatsen in het nieuwe testament wordt deze tekst geciteerd, namelijk in

  1. ……………………………………………………………………………………………………………..
  2. ……………………………………………………………………………………………………………..
  3. ……………………………………………………………………………………………………………..

De schriften samen vormen de Schrift.

Literatuur: Paul E. Little: “Geloven, waarom eigenlijk?”

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol