5 jaar geleden

De duivel: de verzoeker

Een moordenaar en leugenaar

Als we het Nieuwe Testament niet hadden, zouden we weinig van de duivel afweten. Het Oude Testament vermeldt  hem uitdrukkelijk alleen in drie boeken: in 1 Kronieken, Job en Zacharia. Daarentegen leren we in het Nieuwe Testament veel over duivel en zijn tactieken. Een plaats kenmerkt met weinig woorden de kern van zijn wezen. Zij zal hierna de richtlijn vormen om de duivel en zijn verzoekingen goed in te schatten.

“U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen” (Joh. 8:44).

Moord en leugens – of meer in het algemeen: geweld en sluwheid – dit zijn twee hoofdtypen van de zonde. Wie zich bewust is, dat de overste van deze wereld precies deze kenmerken draagt, zal zich niet verbazen ooit in deze wereld in een of andere vorm daarmee te maken krijgt, zodat (verg. 6:11). Onder deze beide aanwijzingen bedrijft de duivel ook zijn werk als verleider. Of hij valt aan als een “brullende leeuw”, dat betekent dat hij geweld gebruikt, of hij verleidt als “sluwe slang” door het vervalsen van de waarheid.

Wie verzoekt de duivel

Wie wordt voor de verzoekingen van de duivel doorgaans uitgekozen? Worden alle mensen of alleen gelovigen daardoor getroffen? De ongelovigen zijn in de “macht der duisternis” (Kol. 1:13), dat wil zeggen ze zijn onder de macht van satan en zijn zijn slaven. Zolang hij hen sturen kan, is hij gelukkig. Maar zodra ze aan zijn machtsgebied onttrokken en kinderen van God geworden zijn, grijpt hij elke gelegenheid aan om hen van het geluk van een van God afhankelijke en gezegend leven af te trekken.

Bij de verzoeking van Jezus in de woestijn, zijn er bepaalde parallellen die het principe verduidelijken. Natuurlijk was er – in tegenstelling tot alle andere mensen – met onze Heer geen enkel aanknopingspunt met het machtsgebied van Satan. Maar de volgorde van de gebeurtenissen voor de verzoekingen is zeker precies zo een voorbeeld voor de gelovigen als de dan volgende drie aanvallen, waarmee de duivel de Zoon van God verzocht.

We merken op in de context: Nadat Jezus gedoopt was, opende zich de hemel en kwam de Heilige Geest op Hem als een duif. God de Vader kon op dit moment niet zwijgen. Openbaar en hoorbaar voor alle aanwezigen, erkent Hij Hem als Zijn Zoon: “Dit is Mijn geliefde Zoon” (Matth. 3:17), zei de hemelse stem. Meteen daarna werd hij door de Geest naar de woestijn geleid, “om verzocht te worden door de duivel” (Matth. 4:1).

Toegepast op ons is het duidelijk, dat de duivel pas dan mensen verleidt als ze kinderen respectievelijk zonen van God geworden zijn. En laten we op onze hoede zijn! Hij kent onze zwakheden en weet hoe hij ons ten val brengen kan – wat hem bij de Heer Jezus nooit gelukt is. Aan de andere kant hoeven we niet bang te zijn voor hem. Hij is een verslagen vijand, wiens macht voor ons  gebroken is.

De brullende leeuw

Als de duivel kinderen van God als een brullende leeuw ontmoet, dan wil hij hen intimideren en hun geloof aan het wankelen brengen. Als middel gebruikt hij bijvoorbeeld vervolging. Daarvan spreekt de apostel Petrus aan het einde van zijn eerste brief: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden” (1 Petr. 5:8,9).

Petrus wist iets van de verzoekingen van de duivel. Op grond van zijn eigen ervaringen, was hij in staat om zijn broeders en zusters te waarschuwen. Had de duivel hen zelf toen ook niet als een brullende leeuw verzocht? Daar op de binnenplaats van de hogepriester, toen Jezus gearresteerd werd, en hij zich bij het vuur warmde, viel de duivel hem aan. “Bent ook u niet een van Zijn discipelen?” (Joh. 18:25), vroeg men aan hem. Nu werd het gevaarlijk. Nee, hij wilde niet gevangen genomen worden. Daarom ontkende hij het: “Ik ben het niet”. Jammer. Maar dat was nog niet alles. Nog tweemaal werd hij gevraagd over zijn relatie met Jezus, en elke keer loochende hij het. De duivel had zijn doel bereikt: Petrus liep in de val. Helaas, hij was niet in de geestelijke toestand om standvastig in het geloof weerstand te bieden. Zijn hoogmoed, zijn zelfoverschatting beroofde hem van enige kracht. Een paar uur voor deze gebeurtenis zei hij immers noch, meer van de Heer te houden dan de andere discipelen. Maar gelukkig had Iemand voor hem gebeden dat zijn geloof niet op zou houden – zijn Heer, Die hem op dat moment aankeek.

Komt de duivel als een brullende leeuw, dan worden vervolging, vijandschap, spot of afwijzing merkbaar. Dat geldt niet alleen voor de gelovigen in de Islamitische landen, maar voor “allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus” (verg. 2 Tim. 3:12 met Gal. 4:29 en Gen. 21:9). De druk kan toe leiden dat we toegeven en onze belijdenis opgeven – in ieder geval voor een tijdje. De duivel wil niets anders. Hij wil ons van de Heer aftrekken en voor Hem onbruikbaar maken. Dat is in ons vers de betekenis van het woord “verslinden”. Het gaat daarbij niet om de vraag of onze ziel voor eeuwig gered is, maar om het praktisch geloofsleven in deze wereld. De eeuwige zekerheid is ons gegarandeerd in de woorden van de Heer Jezus: “En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken” (Joh. 10:28-29). Ons praktisch geloofsleven daarentegen kan schade oplopen. Daarom worden wij opgeroepen om in vertrouwen op de almachtige God de duivel standvastig te weerstaan.

En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.

2 Timotheüs 3:12

Verwisseling van tactiek

Een brullende leeuw is van verre te horen en laat zich daardoor gemakkelijk identificeren. Het is veel moeilijker wanneer de duivel verschijnt met zijn sluwheid. Met deze taktiek heeft vermoedelijk meer schade tot nu toe aangericht dan met het gebruik van bedreigingen en geweld. Helaas zijn er al velen in deze val gelopen.

Denken we slechts aan de geschiedenis van Bileam. Eerst kwam hij met de bedoeling om het volk Israël te vervloeken. Toen hem dat niet lukte, ondernam hij een tweede poging om het volk te ruïneren. Daarbij veranderde hij zijn taktiek en kwam met list: Hij raadde de Moabieten aan om zich met het volk Israël te verbinden en zich met hen te vermengen. En wat was het resultaat? Het volk trapte er in. (verg. Num. 25).

Iets dergelijks was het met de gedeeltelijke verovering van het land Kanaän. De bewoners van de steden die zich met geweld tegen Israël verzetten, werden succesvol bestreden, zoals God het aangewezen had. Toen echter de Gibeonieten zich bij de oudsten van het volk listig met leugen en bedrog in de gunst trachtten te komen, kwam het besef te laat. De vijanden was het gelukt zich met het volk te vermengen – tot noodlot voor het volk (verg. Joz. 9).

De listige slang

Niet voor niets waarschuwt de apostel Paulus de Korinthiërs en de Efeziërs voor de duivel. De verleidingen door middel van bedrog en list zijn gewoon bijzonder gevaarlijk.

“Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachten bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is”.

2 Korinthe 11:3.

 

“Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel”.

Efeze 6:11.

De Korinthiërs hadden de neiging om zich op de natuurlijke bekwaamheden zoals het spreken van wijsheid te beroemen (verg. 1 Kor. 2:1 v.v.). Ook rijkdom en eer in deze wereld waren voor hen waard om na te streven (verg. 1 Kor. 4:8). Paulus moest hen als vleselijk en “onmondige in Christus” aanduiden (verg. 1 Kor. 3:1). Met veel moeite probeerde hij de Korinthiërs de ogen voor de waardeschaal van God te openen: “Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, opdat geen vlees voor Hem zou roemen” (1 Kor. 1:27-29).

“Houd valsheid en leugentaal ver van mij. En: geef mij geen armoede of rijkdom, voorzie mij van het mij toegewezen deel aan brood. Anders zou ik, verzadigd, U verloochenen en zeggen: Wie is de HEERE”.

Spreuken 30:8-9.

De duivel kende het zwakke punt bij de Korinthiërs en werkte de arbeid van de apostel Paulus tegen. Daartoe gebruikte hij valse apostelen, die de Korinthiërs in hun “wijze” overleggingen aanmoedigden. Een man die door lijden en zwakheid gekenmerkt werd, kon volgens hun mening geen werkelijke prediker in opdracht van God zijn. Heldhaftig optreden en uiterlijk machtsvertoon – alleen dat voldeed aan hun voorstellingen van mannen Gods. Zo werd het hen door de valse apostelen voorgeleefd en als waarheid verkocht (verg. 2 Kor. 11:20).

De duivel had de gestalte van een engel van het licht aangenomen (verg. 2 Kor. 11:14). Met vroom klinkende woorden trok hij harten van de Korinthiuers van Paulus af en dan ook van Christus af. Hun denken was verdorven. Het eenvoudige en uitsluitend gericht zijn op Christus, was voor hen verloren gegaan.

Wat hadden de Korinthiërs moeten doen om aan de listen van de duivel te ontkomen? Zij hadden – zoals Paulus het deed – “bolwerken moeten afbreken en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God en elke gedachte gevangen [moeten] nemen om die te brengen onder de gehoorzaamheid van Christus” (zie 2 Kor. 10:4-5).

Halve waarheden zijn hele leugens

De leugens van de duivel komen in de meest verschillende vormen voor, afhankelijk van waar onze zwakheid ligt. Bij de een zal het een lichtgelovigheid ten opzichte van een wetenschappelijke kennis zijn. Bij de andere de hang naar tradities. Weer anderen neigen tot pragmatisme1. Wat het ook zijn mag – in alle gevallen levert de duivel geloofwaardig omstandigheden.

Heel gevaarlijk wordt het, wanneer de duivel de bijbel citeert. Bij een van de drie verzoekingen van de Heer Jezus was dat het geval. Laten we even kijken naar hoe de duivel dat gedaan heeft.

“Als U de Zoon van God bent, werp Uzelf dan naar beneden, want er staat geschreven dat Hij Zijn engelen voor U bevel zal geven, en dat zij U op de handen zullen dragen, opdat U Uw voet niet misschien aan een steen stoot” (Matth. 4:6).

“Vertrouw uw weg aan de HEERE toe en vertrouw op Hem: Híj zal het doen”.

Psalm 37:5.

Vergelijken we het citaat met het origineel, dan stellen we vast, dat de duivel onvolledig citeert en daarmee het woord van God vervalst. In Psalm 91 staat: “Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen” (vs. 11). Waarom laat de duivel het tweede deel van de tekst weg? Omdat de algemene belofte van dit vers nu niet van toepassing was. Alle wegen van de Heer Jezus waren wegen van gehoorzaamheid ten opzichte van Zijn God. Zich van hoogste gedeelte van de tempel naar beneden te storten zou daarentegen niets anders geweest zijn, dan God twijfelend uit te dagen of Hij werkelijk voor Christus zou zijn of niet. En dat zou ongeloof en ongehoorzaamheid zijn geweest.

“Vertrouw uw werken aan de HEERE toe, en uw plannen zullen bevestigd worden”.

Spreuken 16:3

Daarmee wordt duidelijk dat de duivel het woord van God niet alleen onvolledig citeert, maar ook misbruikt. En hoe reageert de Heer Jezus daar op? Zijn antwoord is voor ons een voorbeeld. Met geen woord gaat Hij in op een discussie over het onvolledig geciteerde bijbelvers. Hij citeert eenvoudig een ander bijbelvers uit het Oude Testament, die de valse toepassing van het bijbelcitaat direct blootlegt: “U zult de Heere, uw God, niet verzoeken” (Matth. 4:7). Daarmee werd de duivel verslagen.

“U zult de Heere, uw God, niet verzoeken”.

Mattheüs 4:7.

De strijd in de hemelse gewesten

Aansluitend noemen we nog een punt, waar de duivel met zijn list bij sommige gelovigen grote successen behalen kon. Het gaat om de waardering en het genot van onze geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten, waarop het boven geciteerde bijbelvers uit de Efeze-brief (6:11) betrekking heeft. Wanneer wij als christenen alleen voor het zichtbare dankenen om dagelijkse bewaring bidden, dan heeft de duivel zijn doel al bereikt. Laten we onze gebedsonderwerpen eens overdenken. Zij weerspiegelen wat de inhoud van ons leven is. Moreel gezien mag alles in orde zijn. Ook het dagelijkse leven mag met vol bewustzijn van plicht en in een zekere godsvrucht gevoerd worden. En toch kan het zijn, dat de duivel en zijn machten een groot deel van onze “hemelse landen” nog bezetten, dat wil zeggen zij hinderen ons in de vreugde en de gemeenschap met de Heer zowel in echt genoeg van de geestelijke zegeningen.

Het is ook mogelijk dat in ons leven helemaal niet meer het verlangen naar de onzichtbare, eeuwige dingen voorhanden is. Dan  zijn we aan de verleiding van de duivel reeds bezweken. Misschien is het hem gelukt om de verzorging van de natuurlijke behoeften als zo belangrijk voor te stellen, dat wij menen ons daar geheel op te moeten concentreren (verg. Matth. 4:3-4). Of hij stelt ons de schoonheid en veelvoud van de materiële dingen voor, zodat wij menen onze voldoening daarin te kunnen vinden. Soms stelt hij ook de geestelijke zegeningen als een complete theorie voor, zodat wij daarvoor terugschrikken en tot de overtuiging komen dat het om een gebied gaat, die alleen voorbehouden is aan hen die intelligent zijn.

Om het even met welke list de duivel zich tot ons richt – wij worden aangespoord sterkt te zijn, de gehele wapenuitrusting van God aan te trekken (verg. Ef. 6:11) en ons het “hemelse land” praktisch eigen te maken. We zullen wonderbare ontdekkingen doen. Niet alleen de zegeningen zullen ons verwonderen, maar het meest God Zelf, de Oorsprong en Gever van alle heerlijkheid.

Hartmut Mohncke

NOOT:
1. Pragmatisme stelt het handelen boven het verstand en meet de waarheid  en geldigheid van ideeën en theorieën alleen aan haar resultaat. Daartoe behoren bijvoorbeeld evangelisatie-methoden en –cursussen, die alleen een doel nastreven. Mensen tot geloof te brengen. De eer van God en de bijbelse waarheid blijven daarbij gedeeltelijk buiten beschouwing.

© Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol