10 jaar geleden

De Alpha-cursus en het Woord van God (7)

We hebben gezien hoe de evangelisatieboodschap in de Alpha-cursus geen recht doet aan wat we in het Nieuwe Testament vinden. Er is niet die duidelijkheid die er dient te zijn wat betreft het karakter van God, de “zondigheid van de zonde” of de betekenis van de dood van Christus. Maakt Alpha ons voldoende bewust van onze verantwoordelijkheid? Worden de argumenten die aangevoerd worden, toegepast op ons geweten? Zegt het ons op de wijze van de apostolische prediking dat we binnen moeten gaan via de smalle weg van bekering en geloof?

Een eerlijke, liefdevolle toetsing van de Alpha-cursus aan de Schriften

Alpha, een krachteloos evangelie

Hoofdstuk 7

We hebben gezien hoe de evangelisatieboodschap in de Alpha-cursus geen recht doet aan wat we in het Nieuwe Testament vinden. Er is niet die duidelijkheid die er dient te zijn wat betreft het karakter van God, de “zondigheid van de zonde” of de betekenis van de dood van Christus. Maakt Alpha ons voldoende bewust van onze verantwoordelijkheid? Worden de argumenten die aangevoerd worden, toegepast op ons geweten? Zegt het ons op de wijze van de apostolische prediking dat we binnen moeten gaan via de smalle weg van bekering en geloof?

Het appèl van de liefde

Wat Alpha in les drie zegt komt het dichtst bij een oproep of uitnodiging voor de zondaren:
“God heeft ieder van ons zo lief en verlangt ernaar een relatie met ons te hebben zoals een menselijk vader dat verlang met ieder van zijn kinderen. Het is niet alleen maar zo dat Jezus voor iedereen gestorven is. Hij stierf voor u en mij, het is heel persoonlijk. Op het moment dat we het kruis zien op deze persoonlijke wijze, zal ons leven totaal veranderd worden” (Gumbel, pag. 53).
Opnieuw is de liefde het onderwerp. Dit is de kern van het appèl dat gedaan wordt. God “verlangt” naar een relatie met ons en wacht tot we ons daarvan bewust worden. In de taal die Alpha gebruikt zijn we al Zijn kinderen. Het klinkt heel intiem en innig. We worden er in de verste verte niet van bewust gemaakt dat we zondaren zijn, ver verwijderd van God en Zijn liefde. Er wordt ons niet verteld dat we genade nodig hebben als we ooit het koninkrijk van God willen binnengaan. In Alpha zijn we daar in zekere zin al. We moeten ons alleen bewust worden van dat feit en het “persoonlijk maken”.
Misschien verbaast het u om te weten dat in de taal van de apostelen zo’n soort appèl niet te vinden is. Zij confronteren ons niet met de liefde van God, maar met barmhartigheid, met genade, niet met sentimentele liefde. Voor we zien hoe ver we van God af zijn en hoezeer we ontferming nodig hebben, kunnen we Gods liefde niet vatten. Als we eenmaal inzien hoezeer we Gods toorn en eeuwige straf verdienen, is het niet meer nodig dat iemand ons vertelt over Zijn liefde. Wij kennen die dan. Zijn liefde verklaart zichzelf. Als we beseffen dat God bereid is ellendige zondaren van hun zonden te verlossen door het kruis, kennen we Gods liefde. De apostolische prediking had het niet nodig, ons te dwingen een God van liefde te aanvaarden. Deze verkondigde een God die heilig is en toch bereid om zondaren te redden. Daar zien we de liefde. Er is geen plaats voor een sentimentele en emotionele God die slechts “verlangt” naar een relatie met ons.
Zo zijn er ook problemen met de uitspraak dat Jezus voor iedereen gestorven is. Alpha verzekert de cursisten dat Hij “voor u en voor mij gestorven” is. Maar de apostelen verkondigen nooit een God aan hun toehoorders die zo beschikbaar en toegankelijk is voor ons. Hij zal ons zeker redden als we Zijn naam aanroepen. Maar zij verzekeren ons nooit dat Hij voor iedereen gestorven is. De apostel Paulus, die de woorden van de Heer tot Mozes citeert, zegt:
“Over wie Ik Mij ontferm zal Ik Mij ontfermen en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn” (Romeinen 9:15).
De Here blijkt een grotere stem in de verlossing en de bekering te hebben dan Alpha ons doet veronderstellen. Als Petrus ziet dat de houding van Simon de tovenaar niet goed is, zegt hij tegen hem:
“Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Here of deze toeleg van uw hart u moge vergeven worden” (Handelingen 8:22).
De God die Simon wordt aangeboden is iets minder toegankelijk dan de God niet wie Alpha ons confronteert. Petrus laat Simon een God zien die barmhartig is, maar wiens barmhartigheid gezocht en gevonden moet worden. We mogen er niet zondermeer vanuit gaan dat de liefde er voor ons is, maar er wordt ons gezegd dat we die nederig moeten zoeken. Ik ben bang dat als Simon de Alpha cursus gedaan had, hij heel anders behandeld zou zijn.
Met andere woorden, Alpha’s appèl is voortijdig. Het verzekert ons al bij voorbaat van iets dat alleen echt gekend kan worden nadat we bekeerd zijn. We weten dat God ons liefheeft en voor ons gestorven is als wij Zijn genade vinden. Het soort appèl dat Alpha doet, is evenals vele andere evangelisatie-benaderingen misleidend en onjuist. Het evangelie van Alpha is niet het evangelie dat de apostelen verkondigden. Het is een krachteloos en sentimenteel evangelie, dat nalaat de liefde van God te baseren op Zijn rechtvaardigheid.

De kern van de zaak

De belangrijke derde les, “Waarom is Jezus gestorven?”, wordt afgesloten met een getuigenis van wijlen John Wimber over hoe hij tot bekering is gekomen. Hierna wordt aan de deelnemers gevraagd het “zondaarsgebed” te bidden. Dit getuigenis moet verder onderzocht worden omdat men het kennelijk beschouwt als een model van wat een zondaar is en een indicatie van wat we over God moeten weten. Wimber zegt:
“Ik dacht dat ik een goeie kerel was. Ik wist dat ik dingen verkeerd deed nu en dan, maar ik besefte niet hoe ernstig mijn toestand was” (Gumbel pag. 53).
Dat klinkt heel goed. Hij erkent dat zonde iets ernstigs is. Maar hij zegt nog meer. Toen zijn vrouw Carol in een kleine bijeenkomst bad dat ze spijt had van haar zonde, raakte Wimber in paniek. Als zij dacht dat zij moest toegeven dat ze een zondaar was, wist Wimber dat daar logisch uit volgde dat hij ook moest toegeven dat hij een zondaar was. Hij zegt:
“In een flits werd de betekenis van het kruis voor mij persoonlijk duidelijk. Plotseling wist ik iets wat ik daarvoor nooit geweten had; ik had Gods gevoelens gekwetst. Hij had mij lief en in Zijn liefde voor mij heeft Hij Jezus gestuurd. Maar ik had me van die liefde afgekeerd; ik was er mijn hele leven voor uit de weg gegaan. Ik was een zondaar die het kruis wanhopig nodig had”.
Nu is het hier niet de plaats om te veel over Wimber zelf te zeggen en of hij wel of niet een ware gelovige was. Maar er zijn enkele elementen in deze “modelbekering” aanwezig die gebruikt worden in “Questions of Life” en in de video, die we niet over het hoofd mogen zien.
Misschien is het wel het meest onthullende dat hij hier zegt, dat hij beseft dat hij “Gods gevoelens gekwetst” had. Wat betekent dit? Besefte hij dat hij van nature een zondaar was? Begreep hij dat hij Gods toorn en oordeel verdiende? Was hij zich bewust van het gevaar waarin hij verkeerde en wat God “voelde” over zijn ongeloof en zonde? Uit wat hij hier geschreven heeft, kunnen we dat niet afleiden. In plaats daarvan zag hij in een flits dat het kruis voor hem persoonlijk iets te betekenen had, maar wat hij toen ervoer, was niet zozeer het besef dat hij tegen een heilig God gezondigd had, maar eerder een gevoel dat hij “Gods gevoelens gekwetst” had door Zijn liefde te verwerpen. We zouden bijna medelijden met God krijgen! God heeft zoveel voor ons gedaan toen Hij Zijn Zoon zond om voor ons te sterven en wij hebben er gewoon geen acht op geslagen en nu voelt God Zich gekwetst. Zoals we in het vorige hoofdstuk al gezien hebben, is het kruis weinig meer dan een symbool en demonstratie van liefde, in plaats van de plaats waar onze zonden verzoend werden. In Alpha is ons probleem in wezen dat we te stom zijn om een goed aanbod dat ons gedaan wordt op zijn waarde te schatten. Het lijkt wel alsof Alpha’s appèl weinig meer is dan dat we moeten geloven in Zijn liefde. Maar er wordt niets in de prediking van de apostelen gevonden dat hier ook maar in de verte aan doet denken.

Noem de zonde bij de naam

Als wij niet geconfronteerd worden niet de smalle weg van de ware en levende God, worden we ook niet geconfronteerd met “de zondigheid van de zonde”. De mensen in de tijd van de apostelen hoorden hun zonden openlijk verkondigen. De aanbidders in Lystra hoorden dat hun offers een “ijdel bedrijf” waren, waarvan ze zich moesten bekeren (Handelingen 14:15). Stefanus zei tegen het Joodse Sanhedrin dat ze “hardnekkig en onbesneden van hart en oren waren” (Handelingen 7:51). Niemand werd gespaard in de prediking van de apostelen en profeten in de eerste gemeente. Die prediking wond er beslist geen doekjes om.
Alpha schijnt niet bereid te zijn hun voetsporen te volgen. De zonden van trots en ongeloof worden niet erg uitvoerig besproken. Men spreekt zich niet uit tegen de arrogantie van de mens. Zonden worden niet met name genoemd. Er is geen volledige beschrijving van de hopeloos zondige wegen van de mens en van zijn onherstelbaar zondige natuur. Zijn opzettelijke ongehoorzaamheid en rebellie tegen God worden niet openlijk aan de kaak gesteld. Dit wordt de Alpha-cursisten bespaard.
De mens wordt niet zozeer als zondig gezien, maar meer als iemand die er nogal droevig aan toe is. Het portret van onszelf dat ons voor ogen gesteld wordt, toont meer pathos dan koppige zondigheid. Wij zijn schepselen in een verloren, duistere en verwarde wereld, die een janboel maken van hun leven en tragisch genoeg onwetend zijn van het feit dat God hun werkelijk liefheeft. Onze zonden worden slechts als bewijs gezien dat ons leven niet is wat het zou moeten of kunnen zijn. Dat is Alpha’s boodschap voor ons. De ernst wordt niet gezien, er is geen confrontatie van onszelf als zondaren. We hebben medelijden met onszelf in plaats van ons te schamen.

Dat meent u niet!

Wat we tot nu toe gezien hebben, bereidt ons voor op het volgende punt. Er is geen echt besef van de ernst van onze situatie en van onze verantwoordelijkheid ten aanzien van God. Er is nergens een ernstige oproep om ons van onze zonden te bekeren, ons leven na te gaan of ons bewust te worden van het gevaar waarin we verkeren. De cursus, zelfs waar die het meest evangelistisch is, loopt niet over van ernst over de nood en laat ons ook niet zien hoe enorm groot onze misdaden zijn. De gebiedende eisen van God worden ons er niet in bekend gemaakt. Het is eigenlijk helemaal geen smalle weg.
De hele cursus door verbergt Alpha de zwaarte van Gods oordeel voor ons en waarom wij naar Christus moeten vluchten om genade te ontvangen. De eeuwige straf en het oordeel zijn geen sterke punten van Alpha. Week vier “Hoe kan ik zeker zijn van mijn geloof”, citeert Johannes 3:16 inclusief de woorden “… opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga …”, maar het zegt niet wat “verloren gaan” betekent. Ook in week drie zagen we dat al.
“Eens zullen we allen in het oordeel van God komen. Paulus zegt ons dat het loon dat de zonde geeft, de dood is (Romeinen 6:23). Paulus spreekt hier niet slechts over de lichamelijke dood. Het is een geestelijke dood, die resulteert in eeuwige vervreemding van God. Dit afgesneden worden van God begint nu” (Gumbel, pag. 46).
Wat is geestelijke dood? Het is volgens Gumbel het afgesneden worden van God. Wat betekent het te worden afgesneden van God? Het betekent eeuwige vervreemding van God. Wat betekent eeuwige vervreemding? Dat lezen we nergens. Opnieuw klinkt het eerder droevig dan ernstig. Betekent het eeuwige en bewuste straf? Het staat er niet. Betekent het dat de zielen van de onbekeerden alleen maar “slapen”? Ook dat lezen we niet. In het licht van het feit dat de Rooms-katholieke kerk de Alpha-cursus kan accepteren en daarin niets vindt dat onverenigbaar is met haar eigen leer, kunnen we zien dat deze bewoordingen kennelijk ook het vagevuur niet uitsluiten. Het is alles even vaag en onuitgewerkt.

Het zondaarsgebed

Ook al is er geen adequate behandeling geweest van de heilige eis van God, van Zijn oproep om ons te bekeren en te geloven, Alpha nodigt toch de mensen uit om het zondaarsgebed te bidden. De belofte is dat met het bidden van dit gebed het christelijk leven begint (Gumbel pag. 54). Het gebed luidt als volgt:
“Hemelse Vader, ik heb spijt van de dingen die ik in mijn leven verkeerd heb gedaan (neem even de tijd om vergeving te vragen voor specifieke zonden die op je geweten drukken). Vergeeft U mij alstublieft. Ik  keer mij nu af van alles waarvan ik weet dat het verkeerd is.
Dank U dat U Uw Zoon Jezus gezonden hebt om voor mij aan het kruis te sterven, zodat ik vergeving kan krijgen en vrijgemaakt kan worden. Van nu af aan wil ik Hem als mijn Heer gehoorzamen en volgen. Dank  U dat U mij nu deze gave van vergeving en Uw Geest wilt schenken. Ik ontvang die nu. Komt U alstublieft in mijn leven door de Heilige Geest die voor  altijd bij mij blijft. Door Jezus Christus, onze Heer, Amen”.
Het is interessant om opnieuw te zien dat de nadruk op zonde gelegd wordt als “dingen die ik verkeerd gedaan heb in mijn leven”. Dat we niet met onze ware aard en positie ten aanzien van God geconfronteerd worden, vinden we terug in de taal van het gebed. Bovendien moeten we ons niet laten geruststellen door woorden als “spijt” of “afkeren van het verkeerde”. Bekering is meer dan het bidden van een gebed, zelfs van een gebed met een paar goede woorden erin. Tenzij die woorden gepaard gaan met een zondeovertuiging werken ze niets uit, ondanks de belofte die Alpha geeft, voordat de cursist ze bidt. Vragen om vergeving en danken voor de gave van het leven is uiteraard heel goed, mits God werkelijk een werk doet in iemands leven. Maar als dat niet het geval is, betekent het niets.
Gaven de apostelen modelgebeden om te bidden? We lezen dat nergens, ondanks het wijdverbreide gebruik hiervan in evangelische gemeenten. Wat we vandaag bijna vanzelfsprekend aanvaarden in onze evangelisatie, is in het Nieuwe Testament niet te vinden. Waarom? Omdat de prediking van het Woord van God de nodige gevoelens en overtuiging verwekte in plaats van het mechanisch bidden van een gebed. Toen op de Pinksterdag de mensen geconfronteerd werden met hun schuld, lezen we:
“Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen” (Handelingen 2:37-38).
Toen tegen hen gezegd werd dat ze zich moesten bekeren, wisten ze wat dit betekende omdat ze al “diep in hun hart getroffen” waren doordat de Geest van God in hen werkte. Petrus kon zijn toehoorders verzekeren dat hun zonden vergeven zouden worden en dat ze de Heilige Geest zouden ontvangen als ze zich echt tot de Here bekeerden. Ze hoefden daarvoor geen vorm van woorden te gebruiken. Maar in Alpha krijgen we die verzekering omdat we een gebed gebeden hebben. Dit is een valse zekerheid. In feite wordt hierdoor het nogal mechanisch verstaan van de bekering, dat het hart van de Alpha-cursus vormt, gelogenstraft. Nergens wordt de leiders geleerd, hoe ze moeten uitzien naar bewijzen dat iemand werkelijk overtuiging van zonde heeft of dat er een echt werk van genade plaatsvindt in zijn leven. De cursist wordt al bij voorbaat beloofd dat het bidden van het gebed hem binnenbrengt in de zegeningen van Christus’ dood.
Het is onthullend om de resultaten te zien van zo’n soort gebed in het leven van iemand die naar Nicky Gumbel toeging. Deze man zegt:
“We gingen samen naar de ondergrondse kapel, waar ik een gebed bad van toewijding. Hij zei dat het zoiets was als een referentiepunt en dat ik het waarschijnlijk al eerder gebeden had, maar niet in de juiste vorm. Ik vroeg Jezus mij te vergeven en in mijn hart te komen en mijn leven over te nemen. Ik voelde niets. Het had niet veel te betekenen en ik ging terug naar mijn werk” (In Elsdon-Dew, 1995, pag. 52).
Bekering – niet veel te betekenen? Christen worden – iets in de juiste vorm gieten wat we waarschijnlijk daarvoor al geloofden? Er zijn in Alpha blijkbaar geen grote verwachtingen van de bekering. Het gebeurt zonder dat we er veel van weten. Het is in feite interessant om te zien dat dit deel van de cursus niet vaak genoemd wordt door de Alpha-cursisten. Het “zondaarsgebed” leidt niet tot diepgaande ervaringen van Gods liefde en barmhartigheid. Het schijnt een onbelangrijke gebeurtenis te zijn. Neem het voorbeeld van iemand anders die de derde week van de Alpha-cursus bijwoonde. Hij zegt:
“Ik besloot uit te vinden of het waar was als ik probeerde Nicky’s gebed in zijn boekje “Waarom Jezus?” te bidden en Jezus te vragen in mijn leven te komen. Dus bad ik dat gebed. Ik zat thuis en luisterde naar mijn favoriete muziek toen ik mijn boekje pakte en het gebed bad, waarbij ik me van al het verkeerde afkeerde, me ervan bekeerde en God vroeg me te vergeven en in mijn hart te komen. Het deed me absoluut niets. Ik  dacht: “’Zo dat is het dan …”. Daarna ging ik naar het Alpha-weekend. En toen gebeurde er iets”.
Kennelijk is de bekering die door het “zondaarsgebed” tot stand komt van niet veel betekenis, pas op het “Heilige Geest weekend” gebeurt er iets in de ervaring.

Nog koffie?

Tot besluit van dit hoofdstuk willen we nog opmerken dat het totale concept en de algehele benadering van de Alpha-cursus uitgaat van de opvatting dat aan niemand aanstoot gegeven mag worden. De benadering is niet op de man af. Het is niet scherp omlijnd en laat geen God zien die gehoorzaamheid eist. Men wil bewust geen angst in de harten van de zondaren zaaien door ze te waarschuwen voor wat hun te wachten staat als ze het evangelie niet gehoorzamen. De smalle weg van berouw, bekering en waarachtig geloof wordt niet uitgelegd.
Toch wordt deze halfzachte methode geprezen als een van de pluspunten van Alpha. Met lekker eten, vriendelijke gesprekken en de kleine groepjes, is Alpha bedoeld als een lichte, niet al te serieuze benadering van het christelijk geloof. Zoals één van de sponsors van Alpha het uitdrukte:
“Wij geloven dat het mogelijk is iets van het christelijk geloof te leren en tegelijk veel plezier te hebben. Lachen en pret zijn een wezenlijk deel van de cursus, waardoor barrières worden afgebroken, zodat iedereen kan relaxen” (Alpha News, febr. 1997).
In dezelfde publicatie wordt aanbevolen om op een gewone avond, etentje inbegrepen, de bijeenkomst om 7.40 uur te beginnen met
“een welkom van de leider (misschien zelfs met een grapje!) en daarna enkele mededelingen, gevolgd door een korte tijd van aanbidding”.
De video’s zitten in feite vol met grapjes en grappige anekdotes. Veel wezenlijke dingen uit de “Questions of Life” zijn weggelaten om plaats te maken voor meer grapjes en verhalen op de video. Zelfs bij ernstige onderwerpen klinkt de humor door. Het is een duidelijke boodschap over de sfeer die men moet maken. Op de video zien we herhaaldelijk beelden van het publiek waarbij de sfeer meer doet denken aan een speech tijdens een dineetje. In zo’n sfeer is het moeilijk om met iets ernstigers te komen. Als je een te “zware” boodschap brengt, getuigt dat bijna van een slechte smaak, waarmee je een leuk avondje uit bederft.
Ook in het weekendje weg zien we hetzelfde. Zelfs het hoogtepunt van de cursus, de zaterdagavondbijeenkomst over “Hoe kan ik met de Geest vervuld worden?”, kan volgens de suggesties van de cursusleiders om half acht gevolgd worden door een etentje en om negen uur met “amusement en revues” (Alpha News, febr. 1997). Het moet dus vooral licht en gemakkelijk zijn. Zelfs het hoogtepunt van de cursus, de “ervaring van de Heilige Geest” moet gevolgd worden door een leuk avondje.
De slotles van de cursus wordt omschreven als een “Party”, een soort afscheidsdiner. De meeste plaatjes waarmee de cursus gepromoot wordt, laten ons groepjes gelukkige en ontspannen mensen zien, die kennelijk een leuk avondje uit hebben. Overal lachende mensen en gezelligheid. Eten en plezier schijnen de belangrijkste ingrediënten te zijn. Natuurlijk zal niemand willen beweren dat maaltijden en vriendschap verkeerd zijn en niet op hun plaats. Maar de sfeer die Alpha bewust creëert kan niet anders dan afleiden van de ernst van de boodschap. De aandacht wordt afgetrokken van de consequenties van het evangelie voor ons als zondaren. In plaats daarvan geeft men ons het gevoel dat de christelijke boodschap hoort bij deze sfeer van warme vriendelijkheid.
We hebben al gezien dat Alpha weinig boodschap heeft te bieden. Dat weinige wordt verspild door het karakter van Gods liefde en de aard van Zijn vergeving verkeerd voor te stellen. Dat gebeurt door de betekenis van de zonde en de noodzaak van een volledige bekering af te zwakken. De cursus laat na de noodzaak te benadrukken een beroep te doen op ons geweten en onze schuld te erkennen en ons de verantwoordelijkheid die wij ten aanzien van God hebben onder het oog te brengen. Nog erger, men schijnt te denken dat dit een pluspunt is! Het is oneindig ver af van de methode van de apostelen.
In het volgende hoofdstuk zullen we zien of het weekendje weg toevoegt wat er ontbroken heeft en de zaak nog redt. Want het is zonneklaar dat het evangelisatiegedeelte van de cursus niet veel echte bekeringen geeft. Is het beter gesteld met het weekend uit?

Chris Hand

Oorspronkelijke titel: “Falling short? The Alpha course examined”.
Epsom, Surrey U.K.
Stichting De Gouden Kandelaar, Twello

Geplaatst in: , ,
© Frisse Wateren, R. Mol