11 jaar geleden

De Alpha-cursus en het Woord van God (6)

We zijn nu zover dat we de evangelie-inhoud van de Alpha cursus kunnen onderzoeken. Onze beschouwing van het evangelie in hoofdstuk drie en vier heeft het fundament gelegd voor datgene wat we zouden mogen aantreffen in de cursus. Hoofdstuk vijf heeft een korte samenvatting gegeven van het evangelisatieonderdeel. Wat kunnen we zeggen als we ze vergelijken? Verkondigt Alpha het apostolische evangelie?

Een eerlijke, liefdevolle toetsing van de Alpha-cursus aan de Schriften

Het ontbrekende hart van Alpha

Hoofdstuk 6

We zijn nu zover dat we de evangelie-inhoud van de Alpha cursus kunnen onderzoeken. Onze beschouwing van het evangelie in hoofdstuk drie en vier heeft het fundament gelegd voor datgene wat we zouden mogen aantreffen in de cursus. Hoofdstuk vijf heeft een korte samenvatting gegeven van het evangelisatieonderdeel. Wat kunnen we zeggen als we ze vergelijken? Verkondigt Alpha het apostolische evangelie?

Er is niet veel evangelie

Het komt als een soort anticlimax als we meteen al moeten zeggen dat de hoeveelheid materiaal dat duidelijk evangelisatie brengt in Alpha in feite heel klein is. Het zijn maar drie van de vijftien lessen. Zelfs al nemen we in aanmerking dat bijbelonderricht en “het waterbad van het Woord” leven kunnen brengen, zelfs als er ceen duidelijke evangelisatieboodschap gebracht wordt, dan is het nog een raadsel dat het onderdeel van de cursus dat bedoeld is om het evangelie voor de onbekeerde begrijpelijk te maken, in feite buitengewoon klein is. Als we op zoek zouden zijn naar een intensieve en hartstochtelijke poging om zondaren te winnen voor Christus of naar een voortdurend beroep op hun geweten, zouden we tevergeefs zoeken.

In de vierde week van Alpha gaat het over het onderwerp van verzekerdheid: “Hoe kan ik zeker zijn van mijn geloof” Alpha gelooft dat er nu genoeg tegen de Alpha-cursisten gezegd is om een adequate respons te geven. Na week drie wordt de benadering er één van: “Nu zijn we allemaal christen”. Van nu af worden voornamelijk die problemen besproken waar christenen mee te maken krijgen. Inderdaad verandert de stijl van Nicky Gumbel merkbaar en hij maakt ons nu deelgenoot van de geheimen van zijn eigen worsteling en twijfels toen hij christen werd.

We hoeven alleen maar te kijken naar de titel van deze vierde les: “Hoe kan ik zeker zijn van mijn geloof” om te beseffen dat de mensen het risico lopen ernstig misleid te worden. Door het zondaarsgebed” te bidden aan het einde van week drie, wordt er verondersteld dat we nu een of ander “geloof” hebben aangenomen waar voor we de zekerheid nodig hebben die les vier aanbiedt. Maar er is niets in week vier dat toetst of de cursist waarachtig berouw en zaligmakend geloof ervaren heeft. Er is niets wat nagaat of er werkelijk besef was van de noodzaak van goddelijke genade of het begrip dat Christus en Hij alleen kan redden. De raadgevingen in les vier kunnen uiterst nuttig zijn voor nieuwe gelovigen, maar zijn zonder meer misleidend als de mensen nog onbekeerd zijn.

Het is daarom merkwaardig dat een cursus die beweert een “evangelisatiesucces” te zijn, in feite heel weinig tijd besteedt aan het evangelie.

Hier is verwarring

We kunnen dit laatste punt verder uitwerken. Het risico is dat mensen misleid worden omdat Alpha verward is in haar doelstellingen.

Zoals de cursus zelf aangeeft is deze bedoeld zowel voor nieuwe christenen als voor niet-christenen. Er wordt geprobeerd voor beide doelgroepen iets te hebben. Daardoor wordt zijn oorsprong verraden. Na oorspronkelijk ontworpen te zijn als een pastoraal hulpmiddel voor de vorming van jonge gelovigen, ging het vervolgens een eigen leven leiden en kreeg ook een evangelisatierol. Maar in werkelijkheid is alles wat daaruit voortkomt een element van verwarring. Voor wie is de cursus eigenlijk? Is de persoon die aangesproken wordt een niet christen, een jong christen of nog iemand anders?

Dit is het meest verontrustend als de leer van de Heilige Geest aan de orde komt. Hoewel het uiteraard volkomen juist is om over de Drie-eenheid te spreken en onderricht te geven over de derde persoon van de Godheid, is de benadering verwarrend. Les negen “Wat is het werk van de Heilige Geest?” wordt bijvoorbeeld als volgt afgesloten:

“God wil ons allemaal vervullen met Zijn Geest. Sommigen verlangen hiernaar. Sommigen zijn niet zo zeker dat ze dit willen – in ieder geval hebben ze niet echt dorst. Als je geen dorst hebt naar de volheid van de Geest, waarom bid je dan niet om die dorst? God neemt ons zoals we zijn. Als we dorst hebben en vragen, geeft God ons de gratis gave van het water des levens” (Gumbel, pag. 152).

Wij worden hier allemaal aangesproken alsof we christenen zijn. Zelfs als we even de standaard Pinkster-charismatische theologie van de doop in de Geest aanvaarden, dan is het toch zo dat gaven als spreken in tongen op de bekering volgen en er niet aan voorafgaan. Om een niet-christen te proberen te overtuigen de Geest te ontvangen, zou een onmogelijkheid zijn. Hoe kan hij dat ooit? Hij heeft zijn vertrouwen immers nog niet op Christus gesteld. Toch is dit het advies dat de Alpha-cursus geeft. Het volgende stukje waarbij iedereen zonder onderscheid wordt aangemoedigd, vinden we in les tien. “Hoe kan ik vervuld worden met de Geest”:

“Als je graag met de Geest vervuld wilt worden, wil je misschien graag iemand hebben die voor je zou bidden. Als je niemand hebt die dat kan, hoeft niets je tegen te houden om het zelf te doen” (Gumbel, pag. 166).

De uitnodiging wordt dus zo breed mogelijk gedaan. Als we vervuld willen worden met de Geest, dan kan dat, volgens de cursus. Er is niets dat ons tegenhoudt voor onszelf te bidden om de gave te ontvangen. Het feit dat we misschien niet werkelijk bekeerd zijn, wordt niet gezien. Een niet-christen zou gemakkelijk op deze uitnodiging kunnen ingaan en zeer waarschijnlijk in tongen gaan spreken. Het is uitennate verwarrend, zelfs al gebruik je de standaard terminologie van de Pinkster-charismatische theologie. Alleen christenen die Christus kennen, kunnen een echte dorst hebben naar de vervulling met de Geest. Niet christenen hebben bekering nodig, niet de vervulling met de Geest.

Cursusleiders die wat meer onderscheid hebben, zijn zich misschien bewust van dit probleem. Velen zullen waarschijnlijk niet de fout maken dat ze aannemen dat iedereen automatisch een christen is na week drie. Maar dit zullen ze dan zelf moeten uitwerken. De cursus geeft hun hierin geen leiding. Hoewel er verscheidene handboeken zijn voor training en leiderschap, krijgen cursusleiders en leiders van kleine groepjes geen praktische hulp bij het onderscheiden of een persoon een gelovige is of niet. De cursus bevat na week drie ook niet iets anders dat de ongelovigen oproept zich af te vragen of ze werkelijk hun geloof op Christus gevestigd hebben. Na week drie gaat de cursus verder op grond van de veronderstelling dat iedereen nu “aan boord” is.

Waar Alpha niets te zeggen heeft

Wat er verder ook over de cursus gezegd kan worden, de Schriften worden zeker gebruikt. Er is een duidelijk uitgesproken geloof in de godheid van Christus. Hij bevat ook enkele heel toepasselijke illustraties, waarvan sommige heel goed werken. Er zijn figuren, gemakkelijk herkenbaar als deel van de hedendaagse cultuur, van wie het gebrek aan licht over geestelijke dingen uitvoerig beschreven wordt.

Maar ondanks dit alles is de cursus niet een adequate weergave van het evangelie. Alpha doet de boodschap zoals we die in Handelingen vinden, geen recht. Soms komt het er heel dicht bij. Het noemt zelfs feiten die wezenlijk zijn voor liet evangelie. Maar het is niet de evangelieboodschap. Hoe goed het ook doordacht is, het verraadt zichzelf op wezenlijke punten. We zullen nu sommige van deze kritieke zwakke punten bekijken.

a) Waar is God?

We moeten niet vergeten dat het evangelie een boodschap is die van God komt en over God gaat. Hij is er het hart van. De mens komt pas in beeld voor zover hij met God in aanraking komt. De Alpha-cursus ziet het net andersom. De boodschap gaat hoofdzakelijk over ons.

Laten we nog even kijken hoe week één begon. “Saai, onwaar en niet relevant”; deze opvatting over het christelijk geloof wordt hier weerlegd. Uiteraard is het belangrijk dat we inspelen op de behoeften van de hedendaagse maatschapppij. Maar op de een of andere wijze schijnt Alpha telkens weer terug te komen bij ons en onze problemen. Dit is de grondtoon die door heel het evangelisatie-gedeelte heen loopt. We denken aan het gebruik van wereldse psychologie en haar visie over onze angsten, noden en existentiële vragen. Christus wordt voorgesteld als degene die in deze noden komt voorzien. Alpha’s God is in feite een God die ons komt redden uit de warboel die we van ons leven gemaakt hebben. Alles wordt gezien vanuit ons perspectief. Christus sterft om ons te redden van de gevolgen van onze zonde en ons te verlossen uit onze verloren, verwarde en duistere wereld. Christus is gekomen om onze angsten te genezen. Dit is de hoofdzaak van het materiaal in week één en komt ook sterk naar voren in de andere twee evangelisatieweken.

Het apostolisch model voor de prediking en het onderricht van het evangelie is, zoals we gezien hebben, om met God te beginnen. Het is de God die hemel en aarde gemaakt heeft, die verkondigd wordt (Handelingen 17:23-24). Maar iemand zo heerlijk als deze God vinden we niet in Alpha terug. Alpha vraagt niet van ons om onszelf radicaal aan te passen aan de kennis van deze God en Zijn eisen. Eigenlijk leren we in Alpha meer over onszelf en praktisch niets over God in de eerste drie lessen. Het gaat allemaal over onze problemen, onze angsten, onze verwarring, onze behoefte aan een doel in het leven. Dit is nogal schokkend. Nicky Gumbel, die eerst vertelt dat zijn eigen probleem in het begin was dat hij niets over het christendom wist, gaat dan verder om ons praktisch niets over God te vertellen. Terugdenkend aan Paulus’ bezoek aan Athene in Handelingen 17, zien we dat Alpha erin slaagt om God de “Onbekende god” te laten blijven. Alpha verkondigt Hem niet zoals Paulus. We ontdekken nagenoeg niets over Hem, over Zijn voornemen, Zijn karakter en Zijn wezen. In diepste wezen plaatst Alpha de mens centraal, niet God.

b) Geen Schepper, geen God der heerlijkheid…

Dat God te weinig nadruk krijgt, wordt een weerkerend thema. Zo zien we bijvoorbeeld dat de gerechtigheid en heiligheid van Gods wezen en karakter nauwelijks aandacht krijgen. In feite wordt het niet de moeite waard geacht om te noemen dat God de grote Schepper is.

Dit punt kan niet genoeg benadrukt worden. We hebben het niet over niet wezenlijke extra’s, maar over fundamentele zaken. In Handelingen 17 waren de mensen even cruciaal onwetend over God als wij vandaag. Ze wisten niet hoe hoog en verheven Hij was. Ze wisten niet hoeveel ze Hem verschuldigd waren als hun Schepper. Onringd als ze waren door de bewijzen van Zijn goedheid en vriendelijkheid, wisten ze toch niet hoe ondankbaar ze waren ten aanzien van Hem als de grote en machtige Schepper. In Alpha wordt God simpelweg voorgesteld als iemand die ons helpt, in plaats van als de eeuwige heerlijke Maker van hemel en aarde.

c) Liefde en niets dan liefde

Het enige dat Alpha duidelijk overbrengt wat betreft God, is dat Hij een God van liefde is. Dit is telkens en telkens weer de boodschap. Dit geldt ook voor het geschreven materiaal. en in nog grotere mate voor de video’s. De derde les maakt deze nadruk duidelijk:

“God houdt zoveel van ieder van ons en verlangt een relatie met ons te hebben, zoals een menselijke vader een relatie wil hebben met al zijn kinderen. Het is niet alleen maar zo dat Jezus voor iedereen gestorven is. Hij is voor mij en voor jou gestorven, heel persoonlijk” (Gumbel, pag. 53).

Natuurlijk is er liefde in het hart van God. Het is een oneindige liefde, een wonderbare liefde, een volmaakte liefde. Maar Alpha’s God van liefde is niet de bijbelse God van liefde.

De God van de bijbel is een God van heiligheid, wiens liefde des te meer opmerkelijk is omdat die bewezen wordt aan slechte zondaars. Deze liefde wordt uitgedrukt door iemand die heilig en heerlijk is. Dat is het wat de liefde van Christtis begrijpelijk en betekenisvol maakt. Alpha heeft ons niet op de juiste wijze verteld over het karakter van God. Dus is Zijn liefde uiteindelijk niet veel meer dan emotie en sentiment. Tenzij we er ons van bewust zijn hoe zondig we zijn en wat een grote genadedaad het van God was om Zijn Zoon voor ons te geven, zullen we de liefde van God nooit begrijpen. Totdat we onszelf als schuldige zondaren zien, zijn we niet in staat Zijn liefde te vatten of te begrijpen waarom Christus gestorven is. Het is net zoiets als proberen te beschrijven wat het is om dorst te hebben aan iemand die die ervaring nooit gehad heeft. Er is geen aansluitingspunt.

d) Geen zonde …

In de Alpha-cursus komt Christus ons redden van de gevolgen van onze zonde. Hij heeft ons lief en is gekomen om ons te verlossen uit onze ongelukkige menselijke toestand. In de bijbel komt Christus ons niet alleen redden van de gevolgen van de zonde, maar bovenal om aan de eisen van Gods heilige wet te voldoen. Dit is een wezenlijk onderscheid.

De wortel van de zonde is dat het een overtreding is tegen de heilige wet van God. De ernst hiervan wordt ernstig ondermijnd als Alpha zegt: “De grondoorzaak van de zonde is een verbroken relatie met God” (Gumbel, pag. 44). Dit gaat bij lange na niet ver genoeg. Zonde is de overtreding van Gods wet en daarom een overtreding tegen de persoon van God zelf. Dit is de grond voor de verbroken relatie met God en van het allergrootste belang. Alpha verstaat eenvoudigweg niets van de heiligheid van God en van Zijn toorn tegen de zonde. Het heeft er geen idee van dat de mens Gods wet overtreden heeft.

Dit verklaart waarom Alpha de vraag “waarom zullen we over de zonde inzitten?” op merkwaardige wijze beantwoordt door vier gevolgen van de zonde. De gevolgen zijn zeker waar. Maar alles draait om de mens. Het zijn de gevolgen voor ons. Het feit dat we God gekrenkt hebben, is op zich toch voldoende reden om in te zitten over onze zonde. Maar Alpha heeft ons niets gezegd over de heiligheid van God en heeft dus geen referentiepunt om zulke begrippen te introduceren. In plaats daarvan moet het wel de toevlucht nemen tot de “vier gevolgen” om die vraag “waarom zullen we over de zonde inzitten?” te beantwoorden. De analyse van Alpha gaat bij lange na niet ver genoeg. Zijn Christus komt in de wereld om een te klein probleem op te lossen.

Dit probleem steekt telkens weer de kop op. Het verbaast ons niet dat de “Christus” van Alpha werd gekruisigd “… om de straf te dragen voor alle dingen die we verkeerd gedaan hebben” (Gumbel, pag. 19). Het is inderdaad waar dat er duidelijk zonde is in de dingen die we verkeerd gedaan hebben. Maar zonde is nog zoveel meer. Het is veel erger dan wat we over onszelf weten of ervaren in ons leven. Het is zelfs erger dan het feit dat we niet zo volmaakt leven als de Here Jezus. Wij zijn ongeneeslijk zondig en zijn “… van nature kinderen van de toorn …” (Efeze 2:3). Het is niet slechts wat we doen – het is wat we zijn in de ogen van God wat het probleem is. Op hetzelfde niveau als deze fout ligt de glansloze behandeling van de “tempelscène” in het gedeelte over de gevolgen van de zonde. Daar staat dat het oudtestamentische offerstelsel ons laat zien “… de ernst van de zonde en de noodzaak om ervan gereinigd te worden” (Gumbel, pag. 52), maar er wordt ons niet verteld waarom het zo ernstig is. De vraag wordt gewoon ontweken. Waarom is de zonde zo ernstig dat de doodstraf nodig is? Waarom was het uiteindelijk nodig dat Gods eigen Zoon stierf? We lezen alleen dat de “verontreiniging van de zonde werd weggenomenˆ’ (Gumbel, pag. 52). Is dat alles? Is daarmee de functie van het offersysteem voldoende verklaard? Heeft dit aangetoond waarom de zonde zo ernstig is en zo’n drastische oplossing nodig heeft’? Alpha mist het wezen volkomen. De dood is vereist omdat Gods wet zegt: “De ziel die zondigt, die zal sterven” (Ezechiël 18:4). Het gaat veel dieper dan Alpha zegt.

e) Geen toorn, geen oordeel

Het komt dan ook niet onverwacht dat we merken dat de God van Alpha geen God van toorn is. Dit wordt zelfs niet genoemd. Er is zelfs geen illustratie om de gedachte van Gods toorn en boosheid over te dragen. De Atheners tegen wie Paulus sprak, werden op dit punt niet in het onzekere gelaten; hun pogingen tot aanbidding konden de goedkeuring van de Koning der heerlijkheid niet wegdragen. Of, zoals we in de woorden van Johannes de Doper lezen: “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem” (Johannes 3:36).

Alpha maakt ons niet bewust van de ernstige situatie waarin we verkeren vanwege de toorn van God die op ons blijft.

Alpha komt het dichtst bij de gedachte van heilige toorn als de “rechtszaalscène” besproken wordt, een tegengif voor de gevolgen van onze zonde. Wij zijn schuldig en Christus betaalt de prijs voor ons. Hij is daarom “zowel onze Rechter als onze Verlosser” (Gumbel pag. 50). Maar het is absoluut niet duidelijk wat dit inhoudt. In feite is het geen wezenlijk argument in Alpha, maar wordt zo nu en dan even aangeroerd als één van de gevolgen die Christus’ dood voor ons bewerkt heeft. Het is meer een latere toevoeging dan een wezenlijk onderdeel van de cursus. We moeten veel meer van de aard van Gods oordeel en de basis daarvan weten dan dit, voordat we werkelijk de consequenties van wat Christus voor ons gedaan heeft, kunnen beseffen.

Als een laatste voorbeeld ervan hoe Alpha de ernst van de zonde mist, zien we dat het onderwerp van het oordeel zelf maar terloops wordt aangeduid. Alpha besteedt er zo weinig woorden aan dat we het heel gemakkelijk kunnen missen. We lezen dat “wij allen onder het oordeel van God vallen” (Gumbel, pag. 46), maar er wordt niet gezegd hoe ontzagwekkend dat is. De video van week twee zegt ons dat er een scheiding zal zijn van schapen en geiten, maar gaat er niet dieper op in. De Schrift zegt: “Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God!” (Hebreeën 10:31). De bijbel vertelt ons van de verschrikkingen die de ongehoorzamen te wachten staan, die “zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte” (2 Thessalonika 1:9). Alpha is nogal zwijgzaam op dit punt. De verschrikkingen van de hel en het oordeel zijn verwaterd tot de uitdrukking: “… eeuwige scheiding van God” (Gumbel, pag. 46) en dat is dat – meer wordt er niet gezegd. Het komt kortweg hier op neer dat, omdat Alpha ons niet heeft gezegd hoe God is, kan het ook niet zeggen wat zonde is en waarom de toorn van God daarop komt.

f) Christus’ werk aan het kruis misverstaan

De indruk die Alpha bij ons achterlaat, is dat God een God is die medelijden met ons heeft. De centrale boodschap van de cursus is dat God ons allen heel erg liefheeft en verlangt dat wij in Hem geloven. Alpha denkt dat ons probleem is dat wij niet beseft hebben, hoezeer Hij ons liefheeft, en dat we, als we dat zouden beseffen, waarschijnlijk eerder tot Hem zouden komen. Alles is gebaseerd op het feit dat God Zijn Zoon gezonden heeft om voor ons te sterven. Dit is het bewijs van Zijn liefde en vormt de centrale basis voor haar appèl. Het gaat er dan alleen nog om dat wij het kruis voor ons persoonlijk zien (Gumbel, pag. 53) en binnengaan in de zegen daarvan, waardoor we bevrijd worden van de gevolgen van de zonde en in relatie gebracht met een liefhebbend God.

Het is niet zo moeilijk te zien dat hier veel van waar is. De mensen zijn leeg. Ze hebben God nodig. Het leven zonder Hem is zinloos. De gevolgen van de zonde schreeuwen van de daken. De benarde toestand van de mens gaat God aan het hart. Toch ziet Alpha niet waarom Christus moest sterven. Het gevaar in Alpha is dat het kruis niet meer is dan een “visueel hulpmiddel” dat overtuigend aantoont dat God liefdevol is en Zichzelf opoffert. Christus’ werk aan het kruis wordt gedegradeerd tot een reddingsdaad om ons uit onze problemen te redden in plaats van een vervulling van de rechtvaardige eisen van de heilige wet en een verzoening van de toorn van God.

Dat Alpha de kluts kwijt is wat betreft het punt van de verzoening, blijkt wel uit de illustratie die gebruikt wordt in week drie om de dood van Christus uit te leggen. Gumbel neemt ons mee naar de rivier de Kwai in de Tweede Wereldoorlog en de opmerkelijke dapperheid van een Britse soldaat en ziet daarin een passende parallel. Deze man maakte deel uit van een werkploeg die de Birmese spoorweg voor de Japanners bouwde. Op een dag merkte een oppasser dat er een schop ontbrak. De oppasser begon te razen en te tieren en werkte zich op tot razernij en beval de schuldige naar voren te komen. Niemand bewoog zich. “Allemaal dood”, schreeuwde hij en richtte zijn geweer op de gevangenen. Op dat moment kwam de dappere soldaat naar voren en zei dat hij de schop weggepikt had. Onmiddellijk werd hij doodgeknuppeld, hoewel er in feite geen enkele schop ontbrak. De gevangene deed het alleen om de anderen te beschermen. Met andere woorden, het was een daad van immense moed. Dan zegt Gumbel: “Op dezelfde manier kwam Jezus om in onze plaats te gaan staan” (pag. 48). Maar helpt deze illustratie ons te begrijpen waarom Christus moest sterven? Beslist niet!

Denk eens even na. De “straf’ die de dappere soldaat op zich nam was niet de rechtvaardige straf van een heilig en goed God. Het was de willekeurige en wrede slechtheid van een meedogenloze tiran. De Japanse oppasser werkte zichzelf op tot razende woede en ging tekeer over een betrekkelijk kleine aangelegenheid. Is dit werkelijk een beeld van de rechtvaardigheid van God en Zijn heilige toorn? Is de toorn van God de Vader te vergelijken met de woede van een slecht mens die reageert op een onbeduidende overtreding? Alpha zegt dit uiteraard niet expliciet, maar de illustratie geeft ons geen enkel licht over de vraag waarom Christus gestorven is. Het zegt ons alleen dat de soldaat erg moedig was en heel opofferend. Dit raakt echter niet de kern van onze vraag. Het heeft ook niet veel nut om de daad van een man die in feite sterft voor een niet-bestaande overtreding te vergelijken met de dood van Christus. De Here Jezus Christus moest voor echte overtredingen sterven – onze overtredingen tegen een heilig God. Dit voorbeeld brengt ons nergens. Misschien laat het iets van de pijn en het lijden van de Heiland zien, maar het zegt ons niet waarom Hij moest sterven. Zonder een duidelijke uitleg van de overtreding van Gods heilige wetten is er geen samenhangende verklaring mogelijk.

De video gaat op dit punt de zelfopoffening van Maximillian Kolbe gebruiken om uitleg te geven. Maar dit is weer dezelfde basisfout. In dit geval biedt Kolbe zich vrijwillig aan om de plaats van een andere man in te nemen als de concentratiekamp-officieren gevangenen selecteren die moeten sterven als represaille voor een ontsnapping. Er is echter geen punt van vergelijking tussen liet onrecht en de slechtheid van de Nazikampen en de heilige wetten van God. De illustratie gaat niet op, evenmin als die van de gebeurtenis aan de rivier de Kwal.
Alpha probeert nog een paar keer de zaak aan ons uit te leggen, maar slaagt daar niet in. We lezen dat God Christus, Zijn Zoon, moest straffen en door dat te doen “maakte Hij het voor ons mogelijk hersteld te worden in een relatie met Hem” (Gumbel, pag. 52). Maar het geheel is nogal vaag. Het moest gebeuren, maar we weten niet waarom. Het is een mysterieuze transactie, die niet duidelijk wordt uitgelegd. In week één leren we dat Hij gestorven is “om onze schuld weg te doen. Als onze schuld is weggedaan, hebben we een nieuw leven” (Gumbel, pag. 21). Maar we lezen nergens waarom het noodzakelijk was dat Hij stierf om onze schuld weg te doen. Een voldoende overtuigende reden vinden we nergens omdat er geen echt besef is van de heiligheid van God of van de toorn van God. Alles wat er overblijft is liefde zonder een juiste context, die we zien in de offerande van Christus, die gestorven is om ons leven beter te maken. Is dit werkelijk het einde van het verhaal?

Evangelisatie of Apologetica?

Tenslotte hebt u misschien opgemerkt, dat we weinig gezegd hebben over het materiaal van week twee: “Wie is Jezus?” De reden daarvoor is eenvoudig. Het materiaal daarin is eerder apologetisch dan evangelistisch. Het is belangrijk dat we het verschil zien. Apologetica is een christelijke wetenschap die historisch en ander bewijsmateriaal aanvoert om daarmee te bewijzen wat de bijbel leert. Het ontleent gegevens aan de archeologie, de geschiedenis, de filosofie en de logica, maar ook aan andere wetenschappen om meer ondersteuning te geven aan de waarheid van de bijbel. Hoewel het zeker nuttig is en waarde heeft, is het geen evangelisatie. Het evangelie is evangelisatie.

“Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker?” (Romeinen 10:14).

De prediking van Gods Woord is Gods middel om zondaren te behouden. Daarom kan Paulus met nadruk zeggen:

“Want ik schaam mij het evangelie niet, want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek” (Romeinen 1:16).

Apologetica kan intellectuele misverstanden of moeilijkheden ophelderen. Maar het is het evangelie dat bekering teweegbrengt. Alpha’s verdediging van de godheid van Christus is redelijk goed en beknopt en bondig. Maar dat is op zichzelf nog geen evangelie. Het is ook belangrijk om aan te tonen dat de opstanding echt gebeurd is. Als er geen opstanding was, dan is er ook geen verlossing, zoals de apostel Paulus heel duidelijk maakt (1 Korinthe 15:17). Alpha laat er geen twijfel aan bestaan dat het feit werkelijk plaatsvond, maar legt niet voldoende de betekenis daarvan uit. Dat moeten we kennelijk zelf maar uitwerken. Het feit dat de opgestane Heer ten hemel gevaren is en gezeten is aan de rechterhand van God, wordt zelfs niet eens genoemd. Ook is er geen enkele verwijzing naar de toekomstige gebeurtenis wanneer de opgestane Heer als Rechter terug zal keren. Het is alleen apologetisch materiaal, dat in de lucht blijft hangen zonder dat duidelijk wordt wat het werkelijk inhoudt voor de evangelisatie.

Dat zegt heel veel. Alpha gelooft dat het probleem van bekering in feite het gevolg is van de juiste informatie over Christus. Neem de twijfel weg en het werk is praktisch gedaan. Daarom is een derde van het evangelisatiegedeelte in de grond apologetisch en niet het pure evangelie. Als we dan ook nog bedenken dat de eerste les voornamelijk kijkt naar de problemen die de moderne mens heeft met geloven in God, kunnen we daaruit concluderen dat veel van het veronderstelde evangelisatieonderdeel van de cursus voorbijgegaan is zonder enige wezenlijke evangelie-inhoud. Het wordt bewaard voor de derde week en zoals we net gezien hebben, kleven hier teveel gebreken aan om als betrouwbaar beschouwd te worden.

Laten we alles nu samenvatten. We hebben gezien dat Alpha zwijgt over enkele wezenlijke punten die een eerste plaats innamen in de prediking van de apostelen. Het hart ontbreekt in Alpha en dat hart is God zelf. Onderwerpen als God de Schepper, de majesteit en heerlijkheid van Zijn wezen, Zijn heiligheid, Zijn toorn tegen de zonde en het komende oordeel zijn of volkomen afwezig of veel te zwak aangeduid. De zonde wordt gebagatelliseerd in haar ernst en de hele benadering is mensgericht. Als Alpha wèl spreekt, begint het op de verkeerde plaats – bij onszelf. Dan mist het een gouden kans om evangelisatie-argumenten te gebruiken door veel van het onderwerp apologetisch te behandelen. Tenslotte is het niet in staat ons een duidelijk antwoord te geven op de vraag waarom Christus moest sterven. Het schijnt dat God een groots gebaar van liefde heeft gemaakt om ons te redden van de consequenties van ons eigen zelfzuchtig leven, om zo onze honger te stillen en ons voldoening te schenken.

Als we dit vergelijken met de prediking van de apostelen, kunnen we zien dat het wezen ons jammerlijk onthouden is. Alpha heeft ons een armzalige theologie gegeven en gefaald ons de God van de bijbel te verkondigen. We zijn niet voldoende bewust gemaakt van de grote kloof die er tussen God en ons is. Helaas, zoals we zullen zien, maakt de rest van de cursus ons ook niet veel wijzer op dit punt.

Chris Hand

Oorspronkelijke titel: “Falling short? The Alpha course examined”.
Epsom, Surrey U.K.
Stichting De Gouden Kandelaar, Twello

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol