Psalm 121:8 (1)
De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.
De oude Romeinen hadden een beschermgod, Janus, met twee tegengestelde gezichten, waarvan het ene achterwaarts en het andere voorwaarts keek. Daarom noemden ze hem de "god" van de in- en uitgang. Zo gaan wij als het ware met twee gezichten het nieuwe jaar in. We zien terug, en we blikken in de toekomst. Doen wij dat als kinderen van God, wat gaat er dan in onze harten om? Kijken wij terug, dan komen er misschien smartelijke beelden naar boven, lijden, beproevingen, onaangenaamheden en wat dies meer zij. Dan breken misschien oude wonden open, en er vloeien opnieuw tranen. Maar herinneren we ons, als wij terugzien, ook niet zovele liefdebewijzen, goedgunstigheden en ontfermingen van onze trouwe God en Vader? En klinkt niet, als het ware, terugluisterend als nagalm in ons oor, wat ons in het afgelopen jaar zo troostend uit het Woord van God werd toegeroepen: "Hun die God liefhebben, werken alle dingen mee ten goede"?
Zijn genade en barmhartigheid verlichtten en verwarmden ons pad in het afgelopen jaar en zullen ook in het nieuwe jaar met ons zijn. De Bewaarder van Israël sluimert noch slaapt; Hij heeft onze uitgang uit het oude en onze ingang in het nieuwe jaar behoed en zal verder met ons gaan. Lijden en strijd zullen ook in het nieuwe jaar niet uitblijven, in zoverre zal het geen "jubeljaar" worden. Maar één ding weten we met het oog op een onzekere toekomst: Onze Heer zal in Zijn goedheid en trouw stap voor stap met ons gaan. Hij kan nooit onachtzaam zijn, en er valt geen druppel bitterheid in onze ziel zonder Zijn onfeilbare wil. Heil en goedertierenheid zullen ons volgen alle dagen van ons leven.