Openbaring 1:17
Toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten.
Openbaring 2:10
Wees trouw tot de dood en Ik zal u de kroon des levens geven.
Openbaring 3:1
Ik weet uw werken, dat u de naam hebt dat u leeft, en u bent dood
Openbaring 3:20
Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden en hij met Mij.
Openbaring 4:6
En vóór de troon was een glazen zee, kristal gelijk.
Openbaring 19:8
Haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.
Openbaring 20:15
Als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek des levens, dan werd hij geworpen in de poel van vuur
Openbaring 22:12
Zie Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij, om een ieder te vergelden zoals zijn werk zijn zal.