
(Psalm 119 vers 130a)
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
Zo is het ook gebeurd. Op een dag wordt Samuël geboren. Wat zal moeder Hanna blij geweest zijn! En natuurlijk vader Elkana ook.
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
Naarmate Samuël ouder werd, mocht hij steeds belangrijker werk voor de Heere doen. Want de Heere wist wat er in het hart van Samuël was. Hij kende hem door en door! De Heere wist dat hij alleen maar Hem wilde dienen.
En dan zal de Heere helpen staat in 2 Thessalonika 3:3. Schrijf die tekst maar over.
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
We noemen nog een voorbeeld van iemand, die trouw bleef aan de Heere. Als jongen was hij schaapherder, maar later werd hij koning. We hebben het nu over David. Toen hij op de schapen moest passen, maakte hij vaak muziek. Daar had hij toen natuurlijk alle tijd voor.
Weet je ook welk instrument David bespeelde? (als je het niet weet, mag je het opzoeken in 1 Samuël 16:23).
...............................................................................................................
Later, toen hij koning was, had hij vast niet meer zoveel vrije tijd, om muziek te maken. Toch weten we van hem, dat hij toen ook nog muziek maakte. In de Bijbel staan namelijk een heleboel Psalmen die door David geschreven zijn. Hij zal die gezongen hebben en er misschien ook wel muziek bij gemaakt hebben.
Kun je één van de bekendste Psalmen van David noemen? Wat spreekt jou daarin het meest aan?
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
In sommige Psalmen kun je lezen hoe moeilijk David het soms had en de Heere om hulp vroeg. Je merkt dan aan het eind van de Psalm, dat de Heere hem geholpen heeft. Vaak wil hij de Heere door een Psalm bedanken.
Wat zingt David in Psalm 9:2?
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
Dat was nu juist het fijne van de muziek die David maakte: hij deed het voor de Heere. Dat is heel belangrijk! Ook voor jou!
Er zijn allerlei soorten muziek en ook allerlei muziekinstrumenten. Misschien kun je zelf wel een instrument bespelen. En zo niet, je kunt toch een soort muziek maken: zingen. Eigenlijk kan iedereen muziek maken. De een bespeelt een instrument, de ander schrijft liedjes of zingt.
Als je muziek maakt, dan kun je dat doen, zodat andere mensen je zullen bewonderen. Maar je kunt het ook doen om de Heere te loven en te danken. Dus dat de Heere er door wordt geëerd en Hij er groter door wordt en niet jijzelf. Zo was het toch ook bij David? De Heere was voor David de ‘Allerbelangrijkste’!
En als je als Christenen bij elkaar bent (ook in de huiskamer), dan geeft de apostel Paulus een waardevolle aansporing, waarbij ook het Woord van Christus een bepalende rol speelt: “Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen, terwijl u in alle wijsheid elkaar leert en terecht wijst met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en in de genade [dat is: in het bewustzijn van genade] zingt in uw harten voor God” (Kolosse 3:17 - Telosvertaling).
Dat kun je ook lezen in Psalm 18:2 en 3.
Schrijf die teksten hier op.
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
En ik hoop dat bij jou de Heere ook de eerste plaats inneemt! Let er dus op, dat bij alles wat je doet, dat is ook muziek maken, je altijd aan de Heere denkt. Vraag je af of de Heere het fijn vindt wat je doet.
Soms hoor je een leuke of vlotte melodie, dat je gemakkelijk kunt mee- of nazingen of naspelen. Toch moet je goed op de woorden letten. In zo’n liedje kunnen soms hele nare dingen staan. Soms zelfs zo erg, dat er gespot wordt met de Heere! Vraag maar aan de Heere of Hij je wil helpen om ook hierin geen verkeerde dingen te doen. Geen rare, slechte liederen in je gedachten te hebben. Dat je meer van de Heere zal houden, dan bijvoorbeeld van je gitaar, je viool of je klarinet. De Heere wil je daar graag bij helpen!
Laat het gebed van David in Psalm 25:4, ook jouw gebed zijn! Wat vraagt hij daar?
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
...............................................................................................................
Dit was dan les 3. Op naar de volgende D.V.
Met een hartelijke groet.
© Frisse Wateren - rm