
Lees: Mattheüs 12:31; Markus 3:29; Lukas 12:10.
Wat staat er wel (niet zonde, maar ......)?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
“Laster” is: willens en wetens een leugen over een persoon spreken die je kent. De Heilige Geest was bekend toen de Heere Jezus op aarde wandelde. De Heere Jezus deed zijn wonderen. en tekenen volmaakt en volledig in de kracht van de Heilige Geest. De gehele volheid van de Godheid woonde in de Heere Jezus (Kolosse 1:19). De Farizeeën en schriftgeleerden hadden overtuigend bewijs gezien van de Godheid van de Heere Jezus. Ze wisten wie Hij was. En tóch wilden ze Hem niet. En toen gingen ze zo’n verschrikkelijke leugen spreken (Mattheüs 9:32-34). Dat, en dat alleen was lastering tegen de Heilige Geest.
Nu komt er iets heel belangrijks! Kunt u zich voorstellen dat een mens onder tranen om vergeving bidt, met oprecht berouw, en dat God dan niet wil vergeven? Zolang we dit denken, hebben we nog niet goed begrepen hoe groot de liefde van God is (lees anders nog maar eens Johannes 3:16, 1 Timotheüs 2:3-4 en 2 Petrus 3:9). Weet u wel dat de Bijbel als het om het probleem van de zonden gaat niet over vergeving spreekt, maar over verzoening met God, over verlossing uit de macht van satan, over redding van het oordeel, over reiniging van ongerechtigheid. Vergeving gaat altijd over de mens op aarde.
Lees: Exodus 8:15; 8:19; 8:32 en 9:7. Wat lezen over het hart van Farao, en wie doet hier iets met zijn hart?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
Lees: Exodus 9:12; 9:35; 10:20. Wie doet hier iets met het hart van Farao?
..............................................................................................................
Wat gebeurt dus eerst, en wat gebeurt daarna?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
Wat lezen we over bekering in Romeinen 2:4?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
Wat lezen we over “tot geloof komen” in Johannes 3:27?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
Wat lezen we over “tot de Heere Jezus komen” in Johannes 6:44a en Johannes 6:65?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
Wat gebeurt als we tot de Heere Jezus zijn gekomen (Johannes 6:37)?
..............................................................................................................
..............................................................................................................
De les van vraag 8-10. Als een mens zich persé niet wil bekeren, komt er een moment dat hij zich niet meer kan bekeren. Zo iemand maakt zich echt niet druk over bekering en vergeving. Integendeel!
De les van vraag 11-14. Als een mens oprechte zielennood heeft over zijn zonden, is dat het beste bewijs dat God aan zijn hart werkt. De mens zou die nood van zichzelf uit niet eens hebben! Hij bekeert zich helemaal niet vrijwillig. Daar moet God een moeizaam werk uitvoeren! Zo is het ook met geloven in de Heere Jezus. Dat is niet het werk van de mens, dit is het werk van God! De mens beantwoordt dit werk. Hetzij met een “ja, ik geloof, hetzij met een “nee, ik wil niet dat deze koning over mij is”. De tekst “... zal niet vergeven worden ...” betekent dan ook heel eenvoudig dat een mens zich persé niet wilde bekeren, en dat er een moment is gekomen dat God niet meer in genade werkt aan zijn bekering. Precies zo moeten ook die andere moeilijke teksten, zoals Hebreeën 10:26-31, worden uitgelegd. Oprechte zielennood is dus het beste bewijs, dat er geen sprake is van onvergeeflijke zonden.
Intussen hebben we ook gezien dit 1 Korinthe 6:18-20 niets met onvergeeflijke zonde te maken heeft. Wel heel ernstig, maar niet onvergeeflijk. Ook “Zonde tot de doodˆ is een heel andere zaak. Dit is wat gebeurde in Handelingen 5.
In welke Bijbelverzen staat de eerste zonde buiten het paradijs beschreven?
..............................................................................................................
Wat was de straf?
..............................................................................................................
In welk bijbelhoofdstuk staat de eerste zonde in het beloofde land beschreven?
..............................................................................................................
Wie beging die zonde?
..............................................................................................................
Wat was de straf?
..............................................................................................................
Wie was de eerste koning van Israël?
..............................................................................................................
Waar staat zijn eerste zonde als koning beschreven?
..............................................................................................................
Wat was de straf?
..............................................................................................................
Toen de gemeente was gevestigd op aarde (= uitstorting van de Heilige Geest), werd er helaas spoedig daarna voor het eerst gezondigd. Door wie?
..............................................................................................................
Waar staat dat?
..............................................................................................................
Wat was de straf?
..............................................................................................................
Er zijn meer van zulke voorbeelden. God bestraft zeer streng, elke eerste keer als in een nieuwe tijd een zonde voor het eerst wordt bedreven. Dat heeft niet eens met verloren gaan voor de eeuwigheid te maken. Dat doet Hij, opdat wij goed leren hoe heilig Hij is, en opdat wij leren ons voor de zonde dood te houden.
Met een hartelijke groet en zo de Heere wil tot de volgende les.
© Frisse Wateren - rm