De Toekomst - les 8

Twee Opstandingen


Omdat alles wat wij tot nu toe behandelden, een beetje overzichtelijk blijft, vatten wij opnieuw wij enkele dingen samen. Wij hebben vastgesteld dat:

• Er levende mensen zijn, die leven! Daarmee worden zij bedoeld, die de Heer als Verlosser aangenomen hebben en daarom wedergeboren zijn;
• maar daarnaast zijn er levende mensen, die dood zijn! Dat zijn zij, die zonder God en zonder hoop door het leven gaan;
• alle mensen eenmaal sterven en dat daarna het oordeel is;
• de bijbel niet alleen van het oordeel, maar ook van een hel spreekt;
• gelovigen niet in het oordeel komen! De Heer Jezus is in onze plaats geoordeeld;
• doden (d.w.z. ongelovigen) in het oordeel komen;
• ieder mens, nadat hij gestorven is, in het dodenrijk (respectievelijk paradijs) komt en daar bewust verder leeft. Hij wacht daar op de opstanding.

1. In vorige les hebben wij gezegd, dat men, wat het oordeel betreft, tussen gelovigen en ongelovigen onderscheiden moet. Maar dat geldt ook voor de opstanding. Wij slaan Johannes 5 vers 28 en 29 weer op. In vers 29 lezen wij van twee opstandingen. Welke?


a) .................................................................................................

b) .................................................................................................

2. Wist u, dat reeds de profeet Daniël dat wist? Slaat u  Daniël 12 vers 2 maar eens op. Wat leest u daar?


......................................................................................................

......................................................................................................

Ook hij spreekt in principe van twee opstandingen!

De ene groep staat op ten .......................................

de andere groep ten ................................................

3. Dat was echter de apostel Paulus ook bekend. Lees daartoe hoofdstuk 15 vers 20-28 van de 1e Korinthebrief. Wij lezen, dat allen levend gemaakt worden (vs. 22). Maar wat zegt vers 23 en 24 daarvan:

......................................................................................................

......................................................................................................

......................................................................................................

......................................................................................................

Er is daar een orde (een opeenvolging):

a) .................................................................................................

b) .................................................................................................

c) .................................................................................................

Ook zullen niet allen tezelfdertijd opstaan!

4. Dit wordt opnieuw bevestigd in de Openbaring. Wij slaan Openbaring hoofdstuk 20 op. Deze gedeelte is weliswaar niet eenvoudig; niettemin kan men enkele dingen heel duidelijk onderkennen. Wat lezen wij in vers 5?

......................................................................................................

......................................................................................................

......................................................................................................

......................................................................................................

Er is dus ook hier sprake van een eerste opstanding.
Wat wordt gezegd van hen, die aan deze eerste opstanding deel hebben? (vs. 6):

a) .................................................................................................

b) .................................................................................................

c) .................................................................................................

d) .................................................................................................

5. In vers 5 lazen wij, dat de anderen na de duizend jaar zullen opstaan. Het heeft nu geen zin om ons met deze duizend jaar bezig te houden. Maar het is wel belangrijk te zien, wat na deze duizend jaar gebeurt. Het is duidelijk dat er dan opnieuw een opstanding zijn zal. Wij zien het resultaat daarvan in de verzen 11-15. Wie zal daar worden geoordeeld?

......................................................................................................

......................................................................................................

Dat is de opstanding ten oordeel! Zijn daar gelovigen bij?

......................................................................................................

6. Misschien hebt u zich zelfs verwonderd, toen u in vers 6 over de “tweede dood” las. Wat is de tweede dood? Wel, Openbaring 20 vers 14 geeft het duidelijke antwoord!

......................................................................................................

......................................................................................................

En welk blij bericht geeft ons nog vers 6 (in het midden)?

......................................................................................................

7. Nu gaan wij weer terug naar de uitspraken van de Heer Jezus in Johannes 5. Wie wordt, volgens Zijn eigen woorden, tot de opstanding ten leven opgewekt? (vs. 29)

......................................................................................................

Velen zullen nu zeggen: “Dus het gaat toch om wat men gedaan heeft! Men moet goede werken doen, om in de hemel te komen!” Hoe beschrijft de Heer Jezus echter het goede, wat men doen moet? Wij lezen daartoe Johannes 6 vers 28 en 29.
 
......................................................................................................

......................................................................................................

Hoe luidt de vraag, die de mensen aan de Heer Jezus in vers 28 stellen?

......................................................................................................

......................................................................................................
 
En hoe luidt het antwoord daarop (vs. 29)?
 
......................................................................................................

......................................................................................................

Wij herhalen opnieuw de voorwaarde, die de Heer Jezus stelt, om het oordeel te ontvluchten (Johannes 5:24):
 
......................................................................................................

......................................................................................................

......................................................................................................

......................................................................................................

En hoe zegt de Heer dat nog in Johannes 3 vers 18?
 
......................................................................................................

......................................................................................................

8. Ook onderwees de apostel Paulus het zo. Nadat hij in de Romeinenbrief getoond had, dat:
• de heidenvolkeren vanwege hun zonden verloren zijn (Romeinen 1:18-2:16);
• de Joden echter, Gods uitverkoren volk, er niet beter aan toe waren (2:17-3:8).

Dan komt hij tot de conclusie (hoofdstuk 3:9-20) dat, wanneer het om goede werken (respectievelijk om werken van de wet) ging, elk mens verloren zou zijn! In de verzen 21-26 beschrijft hij dan de blijde boodschap! En welke uitspraak doet hij dan in Romeinen 3 vers 28?

......................................................................................................

......................................................................................................

* * * * *
* De tekst-aanhalingen zijn uit de Herziene Staten Vertaling.


Wil je ook meedoen? Vul de bon onderaan les 1 in en mail dan de antwoorden van de lessen (maximaal 1 les per week) naar het volgende email-adres: frissewateren@ctmax.nl
Wilt u wel duidelijk en volledig aangeven waar u de antwoorden vandaan hebt!

Hebt u, heb jij vragen: Stel ze gerust. Ik wil graag proberen om  uw vragen te beantwoorden vanuit de Bijbel, het Woord van God.

© Frisse Wateren - rm