7 jaar geleden

Besmet – Fukushima, Japan

De beelden van Japan houden ons in spanning. Daar heeft zich het leven van vandaag op morgen door de gevolgen van de verschrikkelijke aardbeving, vrijdag 11 maart, drastisch veranderd. De aardbeving met de sterkte van 9.0 op de schaal van Richter veroorzaakte een zware Tsunami, die duizenden mensen in de dood joeg.

Radioactieve besmetting

Een probleem, dat niet alleen in Japan, maar wereldwijd angsten aanjaagt, betreft de atoomcentrales voor de productie van elektriciteit. Want door de aardbeving vonden stroom-uitvallen plaats, die tot mankementen in het koelsysteem van de atoomcentrales geleid hebben (niet ten laatste ook vanwege de tsunami, die waarschijnlijk de noodstroomaggregaten lam legde). Daardoor werden wederom explosies in de atoomcentrales Fukushima in Japan veroorzaakt, zodat afzonderlijke reactoren verbrandden.
Men spreekt ervan, dat tenminste het binnenste omhulsel van de reactor beschadigd is, zodat radioactieve straling optreden kon. Zowel in het grondwater als ook in het luchtgebied werden al duidelijk verhoogde stralingswaarden gemeten. Intussen wordt wereldwijd, vooral in Duitsland, over de zekerheidsrisico’s in het bijzonder van oudere kernreactoren gediscussieerd. Het ongeluk en de gevolgen van Tsjernobyl (1986) zijn weer in herinnering. Vele mensen in ons land hebben een toenemende angst, dat zij door de gevolgen van een ongeval in een atoom kerncentrale ziek zouden kunnen worden, lijden of zelfs zouden moeten sterven.

Deze angst kan men goed begrijpen. De schrikbeelden uit Japan over de omvang van vernietiging, lijden en dood laten ook in Duitsland* niemand koud en brengen ons voor ogen, hoe weinig er tussen leven en dood, tussen geluk en ongeluk ligt. Het gaat om mensenlevens, die waardevol in de ogen van God zijn. Want Hij is onze Schepper.

Toch valt op, dat in verband met de catastrofe in Japan nauwelijks over God gesproken wordt – waarbij er desondanks enkele oproepen tot gebed voor Japan zijn, met waardevolle maar ook met verschrikkelijke inhoud1. Mij gaat het ook niet om zulke predikers, die het geheel als een directe straf van God verklaren. Want daarmee maakt men het zich te eenvoudig, ook als men de indruk hebben kan, dat Japan een bijzonder “werelds” land is, dat betekent, dat het streven naar commercie, succes en geld bijzonder hoog in het vaandel staat.

Machteloosheid toegeven

Met het oog op het nucleaire incident in Japan leren we, hoe moeilijk het de verantwoordelijke ondernemers en overheden valt, toe te geven, dat zij de dingen niet meer onder controle hebben. Hoewel beelden intussen laten zien, dat er verschrikkelijke verwoestingen binnen de reactoren en gebouwen van de atoomcentrale geweest zijn, werd er dagenlang van gesproken, dat men alles in de greep heeft en optimistisch is, om een GAU (in grootte toenemend ongeval)** te kunnen vermijden. Men geeft niet graag toe, dat men alles probeert, maar het probleem zelf niet verhelpen kan.

De eigen zondigheid toegeven

Het schijnt in de natuur van zondige mensen te liggen, om de ware toestand te willen verdoezelen. Voor God echter kunnen we niets verbergen, want Hij ziet ons precies zo, zoals we werkelijk zijn. Maar Hij is tegelijk ook de Enige die ons helpen kan. God biedt ieder mens Zijn genade aan: “Maar nu is … geopenbaard … gerechtigheid van God door geloof in Jezus Christus tot allen, en over allen die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en komen te kort aan de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is” (Rom. 3:21-24). Men moet bereid zijn, deze genade door geloof aan te nemen, dus door het persoonlijk ja-zeggen op datgene, wat God over mij zegt, over mijn zonden en over Zijn redding. Alleen op deze weg kan een mens gered, “beschermd” worden.

Ook voor de gelovige christen geldt het toe te geven, als men de controle verloren heeft. Hoe vaak doen wij nog zo, alsof wij alles in de hand hebben. Men kan in de samenkomsten van de gelovigen met een “zondagsgezicht” rondlopen. Maar in werkelijkheid gaat het ons geestelijk slecht, maar dat moet niemand merken. Vroeg of laat wordt het zondermeer duidelijk. Het beste voorbeeld daarvan is Simson (Richt. 13-16), die weliswaar nog langere tijd in uiterlijke kracht bezig was, maar innerlijk al ver weg van God leefde. Er kwam de dag, dat hij het voor niemand meer verbergen kon. Laten we eerlijk zijn en toegeven, als we hulp nodig hebben. Alleen zo kunnen we geholpen worden.

Zijn de actuele slachtoffers schuldig?

Maar ook voor de mensen in Japan geldt, wat de Heer toenmaals met het oog op twee tragische gebeurtenissen zei: “Denkt u dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle [andere] Galileeërs, omdat zij dit hebben geleden?” (Pilatus had hen op brutale wijze omgebracht). “Nee, zeg Ik u, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen” (Luk. 13:2,3). Datzelfde geldt met het oog op de 18 mensen waarop de toren van Siloam gevallen was (vs. 4). Zij waren niet schuldiger dan anderen.

“Als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen”. Met andere woorden: Mensen, die vandaag bij tragische ongevallen om het leven komen, zijn niet schuldiger of zondiger dan anderen. Deze catastrofes moeten ons echter eraan herinneren, dat wij allen, die toch geen kleine kinderen meer zijn, als zondaars voor God schuldig zijn.
Men vraagt zich af, waarom vele mensen een soortgelijke angst voor de lichamelijke dood hebben, bijvoorbeeld door radioactieve straling, maar zich geen zorgen maken, wat hun onsterfelijke zielen betreft. Een geheel economische bedrijfstak – de verzekeringen – leeft door deze menselijke angst, terwijl “kerken” vandaag nauwelijks nog aanzien genieten.

Zonde

Adam, de eerste mens, werd zonder zonde geschapen, dat betekent, hij wist helemaal niet wat zonde is, omdat hij er geen begaan had en geen mens zeggen kon, wat zonde dan ook is. Ze behoorde toen nog niet tot de ervarings-”schat” van mensen. Maar toen werd Adam aan het enige gebod van God ongehoorzaam en at met zijn vrouw van de vrucht van de ene boom, waarvan God de mensen de vrucht uitdrukkelijk verboden had (verg. Gen. 3:17). Door deze ongehoorzaamheid kwam de zonde in zijn leven.

Het woord “zonde” betekent eigenlijk: Missen van het doel2. God had tegen de mensen gezegd dat Hij hen zou zegenen, als deze Hem gehoorzaam zijn zou. Dit doel heeft de mens gemist, omdat hij zich tegen de door God aanbevolen en bevolen weg verzet heeft: Hij werd ongehoorzaam. Daarmee heeft hij het doel van zijn leven om God te gehoorzamen en te behagen, niet bereikt. De mens verkoos de dood, in plaats van eeuwig te leven. Dat betekent, hij moet eeuwig in de God-verlatenheid bestaan, in plaats van gemeenschap met God te hebben. Dat is het tegenovergestelde van het eeuwige leven.

Atoombewakers waarschuwen voor gebreken

Men kan lezen, dat het Internationaal Atoomenergie Gezelschap (IAEA) Japan al in december 2008 voor mogelijke problemen bij de aardbevingszekerheid van atoomcentrales gewaarschuwd heeft. Een vertegenwoordiger van de IAEA heeft daarom bij conferentie van de G8 de Nuclear Safety en Security Group*** (NSSG) van 3 tot 4 december 2008 in Tokio op forse zekerheids-hiaten gewezen.

In een overeenkomstig document staat, dat de atoomexperts de zorg hebben geuit, dat de installaties tegen sterke bevingen niet opgewassen zijn. De zekerheidsvoorzorgsmaatregelen in de meer dan 50 AKW van het land zijn ontoereikend. Of betere in de dan uiteindelijk tot catastrofe leidende tsunami standgehouden zouden hebben, kan men nauwelijks meer vaststellen.

Gods waarschuwingen

God waarschuwt de mensen tot op vandaag: “En zoals het de mensen beschikt éénmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hebr. 9:27). Vele mensen nemen deze waarschuwing niet ernstig, zodat voor hen iets veel ergers dan een Super-GAU intreedt: de eeuwige verdoemenis.

Gods Woord waarschuwt gelovige christenen: “Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten” (Gal. 6:7). Als wij in ons leven God ongehoorzaam zijn en niet vastbesloten voor Hem leven, hoeven we ons er niet over te verwonderen, als we in ons eigen leven niet gelukkig kunnen zijn. God grijpt dan noodzakelijke opvoedingsmaatregelen, die pijn doen kunnen – Hij zou liever daarvan afzien …

De besmetting van de zonde

Precies zoals een mens radioactief besmet kan worden, als hij zich tegen deze stralen niet beschermt, zo bezit de zonde zo’n stralingskracht, dat zij tot ieder mens doorgedrongen is en ieder afzonderlijk “besmet” heeft (verg. Rom. 5:12). Daartegen kan men zich niet zelf beschermen, want wij allen worden door mensen voortgebracht, die zondaars zijn. Hun zonde hebben zij aan hun kinderen doorgegeven. Daardoor hebben we allen een zondige natuur gekregen. Daaraan kunnen we niets doen, zoals ook vele mensen niets aan een nucleaire ramp zouden doen “kunnen”.

Maar we moeten toegeven, dat we niet alleen zo’n natuur gekregen hebben, maar dat we ook allen “zondigen”. Onze leugens, ook al zijn het noodleugens, ons leven zonder en zelfs tegen God, onze afgunst, de boosheid, hebzucht, wreedheid enzovoorts kunnen we niet op onze ouders afwentelen. Daarvoor zijn we zelf verantwoordelijk. Daarmee geldt het gerichtoordeel ook voor ons, dat Hij Adam geheel aan het begin van de geschiedenis van de mens aangekondigd had: U moet sterven … (verg. Gen. 3:17).

De apostel Paulus drukt het zo uit: “Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan, doordat allen gezondigd hebben …” (Rom. 5:12).

De bescherming voor het mensenleven

Is er dan geen bescherming voor ons mensen? Zeker! In het geval van een nucleaire catastrofe kan men zich weliswaar alleen voorbijgaand en vaak slechts ontoereikend beschermen, bijvoorbeeld door het innemen van jodiumtabletten enzovoorts respectievelijk door het dragen van beschermende kleding. Zo ontgaat men tenminste voor een tijd de besmetting door radioactiviteit. Maar met het oog op de zonde is het voor een mens zelfs mogelijk, de eeuwige dood, het oordeel van de poel van het vuur (de hel) voor altijd te ontgaan.

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou oordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden” (Joh. 3:16,17). Wie Jezus Christus als persoonlijke Redder aanneemt, moet misschien hier op aarde sterven. Maar hij gaat niet verloren, moet niet de eeuwige dood lijden.

Maar daartoe moet men erkennen, dat men zichzelf niet redden kan. En men moet toegeven, dat men zich in een situatie bevindt, waarvoor men een Redder en redding nodig heeft. Met andere woorden: Ik moet erkennen, dat ik een zondaar ben voor God en Zijn redding en genade nodig heb. Deze bekentenis valt ons mensen buitengewoon zwaar – maar het opent de deur tot het eeuwige leven. Daarom: “Kies dan het leven, opdat u leeft” (Deut. 30:19)!

De boodschap verder vertellen

De duivel, de grote tegenstander van God, is het gelukt deze angst voor de hel uit het bewustzijn van vele mensen te verdrijven. Zelfs zulke ongelukken schijnen voor veel mensen geen aanleiding te zijn, zich af te vragen: Waar zal ik de eeuwigheid doorbrengen?
Wij als christenen zouden heen-wijzers op Christus moeten zijn en tegelijk de gelegenheid aangrijpen, mensen, die voor deze vraag open zijn, op hun zielenheil aan te spreken. “Predik het woord, houd aan gelegen en ongelegen” (2 Tim. 4:2). “Daar wij dan weten hoezeer de Heer te vrezen is, overreden wij de mensen” (2 Kor. 5:11).

“Zie, nu is het de wel-aangename tijd, zie, nu is het de dag van de behoudenis”

(2 Kor. 6:2).

NOTEN:
1. Het spectrum reikt van “Heer, we bidden om het wonder van Uw genadige hand” (Evangelische Allianz) tot “Waar was U, God, toen de chaos Uw schepping binnen brak?” (Gebedstekst van de EKD) {= ‘Evangelische Kirche’ in Duitsland – vertaler}. Daarnaast bidden talloze christenen zonder bijzondere oproep persoonlijk en gemeenschappelijk ernstig om hulp – en om de bekering van de getroffenen.
2. Hier wordt verwezen naar een voetnoot in de Duitse Elberfelder Vetaling (editie CSV Hückeswagen). Hier vinden we in de Herziene Staten Vertaling (HSV) de volgende tekst: “Wie echter tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan”. In de Duitse Elberfelder zegt de voetnoot van het woord ‘zondigt’ het volgende: Mij mist.

OPMERKINGEN VERTALER:
* Dit artikel verscheen in een Duitse magazine voor jongeren.
** GAU is een Duitse uitdrukking voor ‘in grootte toenemend ongeval” in verband met kerncentrale ongevallen.
*** Groep Nucleaire Veiligheid en Beveiliging.

© Manuel Seibel, ‘Folge mir nach’
Vertaling: © Frisse Wateren – rm

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol