11 jaar geleden

Beschaamd worden bij Zijn komst?

Vraag: “Ik heb gehoord dat het hier om de komst van de Heer Jezus met de Zijnen gaat, wat uit het woord “geopenbaard” zou blijken. Maar hoezo is dan nog vrijmoedigheid nodig, en hoe kunnen wij dan nog beschaamd worden? Als het vers betrekking heeft op de komst van de Heer voor de Zijnen, zou mij de betekenis duidelijk zijn”.

Hoe moet je 1 Johannes 2:28 verstaan?

Antwoord:

We willen het vers eens wat nauwkeuriger bekijken. “En nu, kinderen, blijft in Hem, opdat wij, als Hij geopenbaard wordt, vrijmoedigheid hebben en niet beschaamd worden voor Hem bij Zijn komst”.

Nadat de apostel in dit hoofdstuk verschillende groepen van gelovigen aangesproken heeft – Vaders, jongelingen, kinderen -, richt hij zich nu tot de gelovigen als geheel en noemt hen daarom kinderen. Hij roept hen op in Hem te blijven. Dit blijven kan twee betekenissen hebben:

  1. In het geloof blijven;
  2. in gemeenschap blijven.

Het eerste is dan de principiële positie van een Christen en het tweede het praktisch uitleven van het geloof in gemeenschap met de Zoon van God en de Vader. Het schijnt mij hier om de principiële positie van een Christen te gaan. In vers 19 heeft de apostel over mensen geschreven, die zich in het midden van de gelovigen hebben opgehouden – zij hebben dus Christus beleden -, maar dan uitgegaan zijn. Ze waren niet bij de gelovigen gebleven, omdat zij niet in Hem gebleven waren. Daarmee bewezen zij zich als ongelovigen. Nu was duidelijk, dat zij nooit werkelijk opnieuw geboren waren.

Dan spreekt de apostel van “wij”. Wie bedoelt hij daarmee? Er zijn weer twee mogelijkheden:

  1. De apostel (en andere dienaars van de Heer);
  2. de apostel (en dienaar) en de ontvangers van de brief.

Wanneer wij het blijven in het eerste zinsdeel als principiële positie zien, blijft hier alleen de mogelijkheid over, dat Johannes aan de apostel en dienaars van de Heer denkt, want zulken, die niet in Hem blijven, bevinden zich immers bij de openbaring van Jezus Christus helemaal niet onder de schaar van gelovigen. Zij zijn in het oordeel omgekomen en worden na het duizendjarige rijk opgewekt, om definitief geoordeeld te worden (Openbaring 20:11-15).

Verder is er in dit vers sprake van, dat Hij (= Christus) “geopenbaard” zal worden en van Zijn komst. Hoewel “komst” vaak betrekking heeft op het thuishalen van de gelovigen, de opname (1 Thessalonika 4:15; 2 Thessalonika 2:1), gaat het hier toch wel om de verschijning van Christus, want dan vindt voor de wereld Zijn openbaring plaats. De plaatsen in het nieuwe testament, die over de verschijning of openbaring van Christus handelen, hebben altijd betrekking op het komen met de Zijnen. Dat is het tijdstip, waar de Heer Zijn openbare regering begint. De Zijnen zullen met Hem heersen en daarmee overeenstemmend loon ontvangen.

Wanneer nu de arbeider bij het komen van de Heer (of hij nu een apostel, evangelist of herder is) zien moet, dat zich iemand, om wie hij zich bekommerd heeft, weer van de Heer afgewend heeft, zo zal dat zijn vrijmoedigheid verzwakken. Het woord voor “vrijmoedigheid” kan ook “moed, zekerheid, blijdschap” betekenen. Het tegendeel zou een zekere beschaming van de dienaars van de Heer zijn. De oude apostel wenst met deze uitdrukkingswijze de harten van de ontvangers van de brief van zichzelf en de andere dienaars van de Heer op te wekken (te verwarmen).

Hij vraagt hen als het ware: Willen jullie ons de smart van deze beschaming bezorgen, door jullie af te wenden van Christus? Maar dan zouden wij tevergeefs aan jullie gearbeid hebben.

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol